Optimisme over economie op laagste punt sinds 2015
Prinsjesdagonderzoek 2026.
Eén op de drie Nederlanders heeft vertrouwen in de landelijke politiek, een toename ten opzichte van vorig jaar rond Prinsjesdag. Deze gemiddelde stijging is echter volledig toe te schrijven aan hoger opgeleiden. Over de staat van de economie en de verwachte economische situatie zijn Nederlanders pessimistisch, zo blijkt uit onderzoek dat Ipsos I&O op eigen initiatief uitvoerde.
In het jaarlijkse Prinsjesdagonderzoek van Ipsos I&O monitoren we het vertrouwen in de politiek en verwachtingen voor de nabije toekomst. Gaat het met Nederland de goede of de slechte kant op? Wat zijn de verwachtingen m.b.t. de economie? Het onderzoek liep van dinsdag 1 tot woensdag 2 september 2026. Op dat moment was bekend dat het minderheidskabinet met moeite tot een rijksbegroting was gekomen. De helft van de deelnemers vulde de vragenlijst in na dinsdag 2 september 14:00 uur, toen een aantal begrotingsvoorstellen uitlekten.
Vertrouwen in landelijke politiek iets toegenomen, maar…
In september 2024 constateerden we dat het vertrouwen in de politiek was gestegen ten gevolge van het aantreden van het kabinet Schoof. Een jaar later was dat weer gedaald tot het niveau van de periode Rutte IV. Nu, september 2026, zien we het vertrouwen stijgen naar een niveau daar tussenin.
Momenteel heeft ruim één op de drie Nederlanders (36%) vertrouwen in de landelijke politiek (veel of een beetje). Een grotere groep (61%) heeft (heel) weinig vertrouwen. Het vertrouwensniveau is daarmee iets gestegen ten opzichte van 2025, maar nog lager dan in 2024. Het is vergelijkbaar met 2023, na de val van Rutte IV in juli van dat jaar.
Figuur 1: In hoeverre heeft u vertrouwen in de landelijke politiek?
Tot 2024 via het Ipsos-panel, vanaf 2025 via het I&O Research Panel. Basis: allen (n=1.023).
…vertrouwen alleen toegenomen onder hoger opgeleiden
Doorgaans hebben hoger opgeleiden meer vertrouwen in de politiek dan lager en middelbaar opgeleiden. In 2024 was met name het vertrouwen onder lager en middelbaar opgeleiden gestegen. Zij stemden in 2023 relatief vaak op latere coalitiepartijen PVV en BBB en hoopten op een nieuwe wind waarin hun belangen beter vertegenwoordigd zouden worden.
Een jaar later (september 2025) was het kabinet Schoof alweer gevallen, stonden we kort voor de TK-verkiezingen van 2025 en zagen we dat de vertrouwenscijfers van lager en middelbaar opgeleiden daalden naar het niveau van 2023. Op dat niveau staat het vertrouwen van lager en middelbaar opgeleiden opnieuw in september 2026. De gemiddelde stijging is volledig toe te schrijven aan hoger opgeleiden: onder deze groep steeg het van 36 procent naar 50 procent (6% veel, 44% een beetje).
Figuur 2: In hoeverre heeft u vertrouwen in de landelijke politiek? (‘veel’ + ‘een beetje’ naar opleidingsniveau)
Tot 2024 via het Ipsos-panel, vanaf 2025 via het I&O Research Panel. Basis: allen (n=1.023)
Vertrouwen onder D66- en CDA-kiezers gestegen, onder PVV-, JA21- en FvD-kiezers zeer laag
Kijken we naar politieke voorkeur, dan zien we dat vooral kiezers van D66 (79%), CDA (65%), PRO (57%) en VVD (52%) dit vertrouwen hebben. Dit betekent vooral een stijging voor D66-kiezers (van 51% naar 79%) en CDA-kiezers (van 39% naar 65%). Het vertrouwen van VVD en GL-PvdA-kiezers lag in 2025 ook al rond de 50 procent.
Het vertrouwen onder kiezers van de rechts-conservatieve partijen is en blijft heel laag (PVV-kiezers: van 14 naar 11%, JA21-kiezers: van 34% naar 13%, FvD-kiezers: van 16% [1] naar 0%).
Gebrek aan vertrouwen: politiek niet in staat problemen op te lossen
Bij deze vraag vroegen we niet naar een toelichting, maar in ditzelfde onderzoek liepen ook vragen mee over de tevredenheid met het kabinet en vertrouwen in het oplossingsvermogen. Zeven op de tien kiezers zijn ontevreden over het kabinet (70%), slechts 9 procent heeft er vertrouwen in dat het kabinet Jetten de problemen in het land zal oplossen, 64 procent heeft dat niet. Acht procent gelooft dat het kabinet het vertrouwen van de kiezers gaat terugwinnen, 62 procent gelooft dat niet.
Hier vroegen we wel om een open toelichting. Veel ontevredenen hebben kritiek op de ‘stilstand’ van het kabinet. Zij zien weinig tot geen concrete voortgang in het kabinetsbeleid. Sommigen wijten dit expliciet aan de minderheidsvorm, anderen refereren specifiek aan de stroeve voortgang van de begrotingsonderhandelingen. Woorden die veel gebruikt worden: amateuristisch, beschamend, blamage, chaotisch, dramatisch, moeizaam, stroef, gekonkel, handjeklap, puinhoop, zooitje. Dat de coalitiepartijen er onderling maar ternauwernood uitkwamen stemt zeer sceptisch. Kiezers over de hele breedte – van links tot rechts – zijn hier zeer kritisch over.
Zeven op de tien: het gaat de verkeerde kant op met Nederland
Op de vraag of het – alles bij elkaar genomen – op dit moment de goede of de slechte kant opgaat met Nederland, antwoordt 72 procent ‘de slechte kant’ en 9 procent ‘de goede kant’. Dit is iets minder pessimistisch dan vorig jaar (toen zei 79% ‘de slechte kant’), maar het aandeel dat optimistisch is steeg niet (nu 9%, in 2025 10%, het aandeel ‘weet ik niet’ steeg van 11% naar 19%).
Figuur 3: Alles bij elkaar genomen, vindt u dat het op dit moment de goede of de slechte kant opgaat met Nederland?
Tot 2024 via het Ipsos-panel, vanaf 2025 via het I&O Research Panel. Basis: allen (n=1.023).
Ook hier zien we dat D66-kiezers (29% ‘goede kant’) het meest optimistisch zijn, maar ook onder deze kiezersgroep is een groter deel pessimistisch (47%: slechte kant). Na de D66-kiezers zijn PRO-kiezers het minst pessimistisch (16% goede kant, 58% slechte kant). Mensen met een hoger inkomen zijn iets positiever over de toekomst (twee keer modaal: 21% ‘de goede kant op’) dan mensen met lage of modale inkomens. Naar opleiding zijn de verschillen klein.
Optimisme over economie op laagste punt sinds 2015
De Nederlandse economie staat er – objectief gezien – niet slecht voor, al is er sprake van gematigde groei. Na een sterker eerste halfjaar dan verwacht, waarin de economie in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4 procent groeide, vlakt de economische activiteit in de tweede helft van het jaar naar verwachting wat af. Voor heel 2026 ramen toonaangevende instanties zoals De Nederlandsche Bank (DNB) en ABN AMRO de bbp-groei op een bescheiden 0,8 tot 1,3 procent. Vanaf 2027 wordt een geleidelijk herstel verwacht: de groei loopt dan naar verwachting op tot 1,2 procent en later tot 1,3 procent.[2]
Onder de Nederlandse bevolking is het echter ook hier pessimisme troef: 56 procent verwacht dat de economische situatie in Nederland slechter wordt, 33 procent denkt dat die hetzelfde blijft en slechts 3 procent verwacht een verbetering. Dat laatste cijfer was nog niet eerder (sinds we dit meten, 2015) zo laag. Het vorige dieptepunt – 71 procent verwachtte verslechtering, 9 procent verbetering – lag in 2017, een jaar waarin de Nederlandse economie sterk herstel beleefde, met een bbp-groei van 3,2 procent — het hoogste groeipercentage in tien jaar tijd na de financiële crisis.
Figuur 4: Als u denkt aan de komende twaalf maanden, denkt u dat de economische situatie in Nederland beter wordt, hetzelfde blijft of slechter wordt?
Tot 2024 via het Ipsos-panel, vanaf2025 via het I&O Research Panel. Basis: allen (n=1.023).
Onderzoeksverantwoording
Dit onderzoek vond plaats van dinsdag 1 tot en met woensdag 2 september 2026. Op dinsdag 1 september werd rond 14:00 uur een aantal voorstellen uit de begroting van de coalitie bekend via de media. Op dat moment had circa de helft van de respondenten de vragenlijst ingevuld. De andere helft kon dus een beeld hebben van een deel van de kabinetsplannen.
Aan het Prinsjesdagonderzoek werkten in totaal 1.023 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee. Voor het demonstratierecht-deel waren dat 1.089 respondenten. De steekproef is volledig getrokken in het I&O Research Panel.
Er was voor dit onderzoek geen opdrachtgever, Ipsos I&O voerde het uit op eigen initiatief en kosten.
De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van n=1.000 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 2,8 procent.
[1] Voor FvD in 2025 slechts 21 waarnemingen, dus indicatief.
[2] Zie bijvoorbeeld ABN AMRO, 30 juli 2026: NEIZ – Sterk halfjaar voor Nederland en eurozone | ABN AMRO
Meer weten?
Neem voor meer informatie contact op met:
- Maartje van de Koppel, Senior onderzoeker
- Peter Kanne, Senior onderzoeksadviseur
1081 JK Amsterdam
Ipsos I&O: Peilpraat
Bekijk hier Peilpraat 24 oktober. Standpunt over religieuze scholen kost CDA zetels, D66 profiteert. Bekijk hier Peilpraat oktober. Verschuivingen na RTL-debat. Bekijk hier Peilpraat september: Wat vinden kiezers van uitsluiten? Bekijk hier Peilpraat mei: Is er toekomst voor NSC? Bekijk hier Peilpraat april: Tevredenheid met kabinet op dieptepunt, welke alternatieven zien kiezers? Bekijk hier Peilpraat maart: Hoe internationale spanningen de Nederlandse politiek beinvloeden. Bekijk hier Peilpraat februari: De hardwerkende Nederlander en potentie voor nieuwe linkse partij.
Het dilemma van de ambtenaar: tegenkracht of tegenmacht?
Bekijk hier de video.
Veiligheidsmonitor
Ipsos I&O: Peilpraat
Bekijk hier Peilpraat 24 oktober. Standpunt over religieuze scholen kost CDA zetels, D66 profiteert. Bekijk hier Peilpraat oktober. Verschuivingen na RTL-debat. Bekijk hier Peilpraat september: Wat vinden kiezers van uitsluiten? Bekijk hier Peilpraat mei: Is er toekomst voor NSC? Bekijk hier Peilpraat april: Tevredenheid met kabinet op dieptepunt, welke alternatieven zien kiezers? Bekijk hier Peilpraat maart: Hoe internationale spanningen de Nederlandse politiek beinvloeden. Bekijk hier Peilpraat februari: De hardwerkende Nederlander en potentie voor nieuwe linkse partij.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.