Een effectieve aanpak van zorgfraude vraagt om samenwerking met professionele zorgaanbieders, het stellen van normen en de naleving daarvan controleren. Dat staat in het handelingskader 'Gemeentelijke grip op zorgfraude: Vijf opgaven voor het lokaal bestuur om zorgfraude terug te dringen’ dat vandaag wordt gepresenteerd tijdens de semestersessie ‘Zicht op Ondermijning’ in Utrecht. ‘Zoek continu naar aanwijzingen voor zorgfraude en grijp in wanneer dat nodig is.’
Aanpak zorgfraude vergt samenwerking én grenzen stellen
In het handelingskader voor een effectieve gemeentelijke aanpak van zorgfraude staan samenwerken met zorgaanbieders en normstelling centraal
Zorgfraude voorkomen
Het handelingskader gaat over de aanpak van zorgfraude door gemeenten en biedt hen praktische handvatten om zorgfraude te voorkomen, te signaleren en aan te pakken. Het kader is, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), geschreven door bestuurskundige en criminoloog Edward van der Torre. Hij deed dit in samenwerking met het ministerie van VWS, RIEC Midden Nederland, RIEC Oost Nederland, de VNG, politie Oost NL en de gemeenten Almere, Almelo en Utrecht.
Politiek-bestuurlijke prioriteit
Een effectieve zorgfraude-aanpak vraagt om duurzame inzet op 5 samenhangende opgaven, aldus het handelingskader. Maar voor de ontwikkeling van die aanpak moet er eerst politiek-bestuurlijke prioriteit worden gegeven aan die aanpak. Ook moet er praktijkonderwijs over zorgfraude en oneigenlijke zorg worden georganiseerd voor (ambtelijke) professionals én toegespitst op topambtenaren, gemeentebestuurders en raadsleden.
Vier ogenprincipe hanteren
Vervolgens is de eerste opgave om de poortwachtersfunctie aan de voorkant te vervullen, schrijft Van der Torre: screen alle nieuwe zorgaanbieders zorgvuldig, stel duidelijke kwaliteits- en integriteitseisen, maak Bibob-toetsing in contracten mogelijk en overweeg serieus om Bibob-toetsing in te passen in het inkooptraject. De tweede opgave is te werken aan de poortwachtfunctie van lokale teams in de tweede lijn. De indicatiestellers horen vaak als eerste hoe de zorg in de praktijk verloopt. Het is dus zaak dat zij signalen van zorgfraude herkennen en ook melden. Een van de actiepunten onder deze opgave is: hanteer bij het afgeven van zorgindicaties en beschikkingen een vier ogenprincipe vanwege de grote belangen die daarmee gemoeid zijn.
Deel waar mogelijk informatie en bouw een goed informatiebeeld op over zorgfraude
Investeer in contractmanagement
Daarna is het zaak om actief te investeren in contractmanagement, schrijft Van der Torre. Volg de prestaties van gecontracteerde aanbieders en voer op basis van kwantitatieve en kwalitatieve informatie gesprekken met aanbieders. Zoek daarbij naar normafwijkingen en stuur tijdig bij met passende maatregelen die qua ‘zwaarte’ sterk uiteen kunnen lopen. Een actiepunt is: zorg met training, sturing en vak-ontwikkeling dat contractmanagers ervan doordrongen zijn dat er binnen hun portefeuille realistische kansen bestaan op zorgfraude of oneigenlijke zorgpraktijken, ongeacht de samenstelling van het zorglandschap en de gehanteerde financieringsmethodiek.
Toezicht en handhaving
De vierde opgave is om toezicht en handhaving te organiseren als volwaardige pijlers. Organiseer dan onafhankelijk toezicht, zodat onderzoek onrechtmatige praktijken blootlegt, vervolgt Van der Torre. Dan kun je op basis van concrete informatie passende maatregelen treffen, zodat misstanden kunnen worden aangepakt. Benut ook de kennis van toezichthouders bij beleidsvorming, inkooptrajecten, contractmanagement en handhaving, schrijft hij. Een actiepunt is hier dat toezichthouders, op basis van een rapport dat overtredingen constateert, een onafhankelijk interventieadvies formuleren. ‘Het kiezen van een passende interventie is maatwerk.’
Meldpunt inrichten
De laatste opgave is: geef zorgfraude prioriteit. Niet alleen binnen de gemeentelijke organisatie (tussen ‘sociaal’ en ‘veiligheid’), maar ook met externe partners, zoals de RIEC’s, de politie, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ). ‘Deel waar mogelijk informatie en bouw een goed informatiebeeld op over zorgfraude.’ Actiepunten zijn hier (in totaal zijn er 38 actiepunten): richt een meldpunt in en maak bekend hoe ambtelijke professionals en burgers daar zorgfraude of zorgtekorten kunnen melden. Ook is het verstandig om bij de gemeentelijke zorgfraude-aanpak informatie-uitwisseling en overleg te organiseren.
Vragen aan bestuurders
Een effectieve zorgfraude-aanpak vraagt om samenwerking met professionele zorgaanbieders ‘die telkens weer bewijzen dat ze professionele ruimte verdienen’. Tegelijkertijd is het belangrijk om normen te stellen en naleving daarvan te controleren. ‘Zoek continu naar aanwijzingen voor zorgfraude en grijp in wanneer dat nodig is.’ Voor bestuurders heeft Van der Torre een aantal vragen om te beantwoorden. Screenen ze nieuwe zorgaanbieders zorgvuldig en stellen ze duidelijke eisen aan kwaliteit en integriteit? Zijn lokale teams voldoende toegerust voor hun belangrijke taken? Is er voldoende zicht op hoe gecontracteerde zorgaanbieders (en hun onderaannemers) presteren? En zijn toezicht en handhaving binnen de gemeente goed georganiseerd? Gemeenten kunnen in korte tijd (laten) beoordelen hoe ze presteren. ‘Dit helpt bij gerichte versterking van de zorgfraude-aanpak.’
Zicht op ondermijning
Bij de creatie van het informatie beeld rond zorgfraude en zorgcriminaliteit verwijst Van der Torre meerdere malen naar het BZK-dashboard Zichtopondermijning. Daarop staan per gemeente opvallende indicatoren die kunnen wijzen op zorgfraude, zoals zorgaanbieders met complexe bedrijfsstructuren en zorgaanbieders die behalve in de zorg ook actief zijn in kwetsbare branches voor ondermijning, zoals koeriersdiensten en afvalverwerking.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.