Sinds de invoering van de spreidingswet twee jaar geleden zijn er ruim 12.000 opvangplekken bijgekomen. Dat meldt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Het gaat om een combinatie van noodopvang en vaste locaties. Opvallend is volgens het COA dat de gemiddelde omvang van locaties daalt en dat gemeenten onderling nog weinig afspraken maken om hun opvangopgaven samen te voegen.
Twee jaar spreidingswet: ruim 12.000 opvangplekken erbij
Het doel van bijna 103.000 opvangplekken is nog niet in zicht. Eind januari waren er zo’n 80.000 bedden voor asielzoekers beschikbaar
De aanhoudende druk op de asielopvang roept de vraag op of de spreidingswet wel zin heeft. Het COA beantwoordt die vraag met een ‘volmondig ja’. ‘Door de wet werken we met veel meer gemeenten aan locaties’, laat het opvangorgaan weten. Ongeveer 43 procent van de gemeenten voldoet (bijna) volledig aan de wettelijke taakstelling, circa 25 procent gedeeltelijk en zo’n 32 procent nog niet.
‘Te weinig’
Tegelijkertijd benadrukt het COA dat de wet tijd nodig heeft om volledig effect te sorteren. Het aantal vaste opvanglocaties groeit geleidelijk. Voor 2026 verwacht het COA circa 6.000 nieuwe vaste plekken. ‘Dat is te weinig voor wat er nodig is’, constateert het opvangorgaan. De ontwikkeling van vaste locaties kost gemiddeld tweeënhalf jaar, onder meer door besluitvorming, vergunningsprocedures en de daadwerkelijke opbouw.
Gemeenteraadsverkiezingen
Onzekerheid over de status en handhaving van de wet en de naderende gemeenteraadsverkiezingen hebben bovendien geleid tot vertraging van 6.000 plekken. ‘Veel gemeenten doen al veel, maar wanneer ook de gemeenten die nu nog niet zover zijn in beweging komen, komt er meer stabiliteit’, aldus het COA. Dat geldt niet alleen voor het creëren van opvangplekken, maar ook voor het huisvesten van statushouders en nareizigers.
Tekort dreigt op te lopen
Intussen blijft de druk op de opvang onverminderd hoog. In Ter Apel is de situatie momenteel nijpend en veel locaties elders in het land zijn overvol. Dat komt volgens het COA doordat vooral noodlocaties sneller sluiten dan gepland en het aantal nieuwe plekken achterblijft. Dit terwijl de bezetting en daarmee de behoefte aan opvangplekken juist toeneemt. Bewoners blijven namelijk steeds langer in de opvang vanwege langdurende asielprocedures en achterblijvende huisvesting voor statushouders. Per saldo dreigt het verwachte tekort aan opvangplekken in 2026 verder op te lopen als de omstandigheden gelijk blijven.
Dure noodopvang
Op korte termijn zijn verlengingen van bestaande locaties en snel te openen nieuwe opvangplekken noodzakelijk, stelt het COA: ‘Noodlocaties blijven dus helaas nog hard nodig.’ Die vorm van opvang is wisselend van kwaliteit en ruim twee keer zo duur als vaste opvang. Bovendien zorgen tijdelijke locaties voor veel verhuizingen, wat onrust veroorzaakt onder bewoners, personeel en omwonenden, en de leefbaarheid op locaties onder druk zet. Gemeenten zouden noodopvang daarom als tussenstap moeten zien richting vaste locaties, vindt het COA.
Nieuw kabinet
In het coalitieakkoord Aan de slag hebben D66, VVD en CDA afgesproken de spreidingswet te behouden. Het COA reageert daar positief op: ‘Het goed blijven uitvoeren van de spreidingswet, inclusief het handhaven op de naleving daarvan, is van groot belang voor een stabiel opvanglandschap.’ Voor het opvangorgaan zijn de wet en stabiele financiering belangrijke voorwaarden om de asielopvang op orde te krijgen.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.