Voor slachtoffers van mensenhandel is een veilige plek lang niet vanzelfsprekend. Er zijn slechts 160 geschikte opvangplekken voor de bijna 900 geregistreerde slachtoffers. Onderzoek laat zien dat de opvang tekortschiet en dat verantwoordelijkheden zijn versnipperd. Tot frustratie van bestuurders, hulpverleners en politie.
Opvang slachtoffers mensenhandel schiet tekort
Een landelijke aanpak is volgens experts noodzakelijk
‘Pas als je er echt naar op zoek gaat, kom je ernstige zaken tegen. Maar er zijn nog steeds gemeenten die denken dat mensenhandel in hun regio niet voorkomt.’ Aan het woord is de Haarlemse burgemeester Jos Wienen (CDA), die zich al lange tijd sterk maakt voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit zoals mensenhandel. Ambtenaren in zijn gemeente zijn getraind én alert op signalen van verschillende vormen van uitbuiting.
Vies matras
Wienen kan zich erover opwinden: ‘Dit gaat over mensen die leven in angst, die doodsbang zijn voor de uitbuiters.’ Hij vertelt over slachtoffers van arbeidsuitbuiting die slecht worden behandeld en gehuisvest. ‘En dan moeten ze ook nog veel geld betalen voor een vies matras. Of seksuele uitbuiting, waar mensen bepalen wat jij moet doen en met wie. Als je niet luistert, word je afgestraft.’
Kind
Een specifieke situatie maakte veel indruk op Wienen. Hij vertelt over een woning waar seksuele diensten werden aangeboden. ‘Naast het kamertje waar de vrouw mannen ontving, troffen we haar kind aan. In een andere kamer een wietkwekerij. Uiteindelijk bleek de eigenaar onder druk gezet: hij had schulden en was niet meer de baas in zijn eigen huis. Er was daar echt van alles mis.’ In zo’n geval kan de burgemeester een woning sluiten. ‘En de eigenaar aanpakken, al is hij in zekere zin ook slachtoffer. Maar die vrouw en haar kind zijn vertrokken.’ Zij wilde volgens Wienen niet meewerken, en het specialistische AVIM-politieteam (Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel) was niet beschikbaar die avond. ‘Waarschijnlijk is ze ergens anders weer aan de slag gegaan’, vermoedt de Haarlemse burgervader.
Het voorbeeld knaagt aan Wienen. Mensenhandel, een ernstig delict waar een straf van twaalf jaar op staat, vraagt om een sluitende aanpak, stelt hij. ‘Hoe slaag je er anders in om het vertrouwen van slachtoffers te winnen, zodat ze misschien ook aangifte durven te doen? Daar is goede opvang voor nodig.’
Somber beeld
Slachtoffers van mensenhandel hebben recht op opvang. Gemeenten zijn hiervoor via de Wmo 2015 verantwoordelijk. In de praktijk zijn de centrumgemeenten de kartrekkers en is de financiering decentraal geregeld. Maar van een sluitende aanpak is geen sprake, blijkt uit twee onderzoeken die eind 2025 verschenen. Een rapport van adviesbureau Q-Consult laat een somber beeld zien. De cijfers (uit 2024) spreken voor zich: slechts 160 opvangplekken voor 868 geregistreerde slachtoffers van mensenhandel. Door een gebrek aan opvangcapaciteit, het versnipperde opvanglandschap en regionale verschillen komen slachtoffers vaak niet direct terecht op een plek die voor hen geschikt is en waar de benodigde hulp en expertise van hulpverleners beschikbaar is, concluderen de onderzoekers.
Uit een in november verschenen rapport van CoMensha, het landelijk coördinatiecentrum tegen mensenhandel, blijkt dat hulpverleners en politie bij gebrek aan geschikte opvang uitwijken naar noodoplossingen. Hierdoor belanden slachtoffers soms in een hotel of nachtopvang voor daklozen. In uiterste nood overnachten slachtoffers zelfs in een politiecel.
Stad en land afbellen
Veel opvangplekken zijn volgens de onderzoekers niet geschikt voor slachtoffers van mensenhandel. Met als gevolg dat politie, hulpverleners en zorgcoördinatoren, vaak ’s avonds en in het weekend, stad en land afbellen op zoek naar een geschikte plek. Soms verzwijgen ze liever dat het om een slachtoffer van mensenhandel gaat. Mannen, minderjarigen, mensen met psychische problemen, verslaafden en slachtoffers van criminele uitbuiting zijn bijna nergens welkom. Opvanglocaties zitten vaak niet te wachten op deze ‘complexe’ doelgroep, constateert CoMensha.
De weg kwijt
Johan Stam, specialist mensenhandel bij de politie-eenheid Oost-Nederland, moet regelmatig op zoek naar een geschikte plek. ‘Collega’s treffen midden in de nacht een vrouw aan langs de snelweg. Zij bellen ons. Dan zit je tegenover iemand die letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is. We willen eerst voor veiligheid zorgen. Dat betekent dus een juiste opvangplek. Nou, doe je best op een vrijdagnacht.’
Te moeilijk, te complex
Formeel zijn gemeenten verantwoordelijk voor slachtoffers die in hun gemeente wonen, beaamt hij. ‘Maar wanneer een slachtoffer zich bij ons komt melden, is dat bijna nooit de plek waar de feiten zich hebben afgespeeld. En dan gaan we bellen. Geen plek, te moeilijk, te complex of geen regiobinding.’
Losrukken
Anne Kuik, directeur van CoMensha, kent deze verhalen ook. Voor slachtoffers heeft dit alles grote gevolgen. ‘Als een slachtoffer merkt dat er geen plek is, wat doet dat met de rest van je proces? Stimuleert dat om aangifte te doen, om je daadwerkelijk los te rukken uit het netwerk?’ Ook Kuik pleit voor meer centrale regie. ‘Die ontbreekt en daardoor is dit ieders en tegelijk niemands verantwoordelijkheid. Niemand voelt de pijn echt, alleen de slachtoffers.’
‘Falend beleid’
Ook voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn de problemen glashelder. Bas Bastiaans, projectleider Aanpak Mensenhandel bij de VNG, en zijn opvolger Martine Eijer spreken over ‘falend beleid’. Bastiaans: ‘We hebben in Nederland een systeem waarin gemeenten verantwoordelijk zijn voor maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en dus ook voor slachtoffers van mensenhandel. Maar het rijk geeft in dat decentrale model weinig koers en richting op wat er moet gebeuren. Als gemeenten vastlopen, dan is het eigenlijk: zoek het uit, los het maar op of kijk maar wat je doet.’
De opvang van slachtoffers van mensenhandel vraagt volgens hen om meer regie en sturing. Eijer: ‘Een goed gesprek is echt niet voldoende. We hebben het hier over zware criminaliteit, over slachtoffers van een ernstig misdrijf.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.