In ongeveer 1 op de 40 corporatiewoningen woont een huishouden met een statushouder. Eind 2024 ging het om 2,4 procent van de voorraad, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Een jaar eerder was dat 2,2 procent. Bij de woningen die gedurende het jaar beschikbaar kwamen, lag het aandeel hoger: ruim 8 procent ging naar huishoudens met een statushouder.
In 1 op de 40 corporatiewoningen woont een statushouder
Het aandeel corporatiewoningen dat wordt bewoond door statushouders steeg van 2,2 naar 2,4 procent, meldt het CBS.
Daarmee laten de cijfers twee verschillende kanten van de huisvesting zien. Het aandeel statushouders onder nieuwe huurders is aanzienlijk groter dan hun aandeel in de totale corporatievoorraad. Van de circa 162.000 corporatiewoningen die in 2024 beschikbaar kwamen, betrokken huishoudens met een statushouder er 13.150. Dat waren er ongeveer evenveel als een jaar eerder.
Naturalisatie telt mee
Mensen die de Nederlandse nationaliteit verkregen, tellen in het onderzoek niet langer mee als statushouder. Dat maakt veel uit voor de uitkomsten. Worden de voormalige statushouders die sinds 1999 naar Nederland kwamen en inmiddels het Nederlanderschap kregen wel meegeteld, dan woonde eind 2024 in bijna 177.000 corporatiewoningen ten minste één huidige of voormalige statushouder. Dat is 8,1 procent van het totaal.
Eerste huisvesting
Voor gemeenten is vooral de eerste huisvesting van statushouders een opgave. Ongeveer de helft van de huishoudens met een statushouder die in 2024 een corporatiewoning betrokken, telde iemand die begin dat jaar nog in een COA-opvanglocatie woonde of gedurende het jaar een verblijfsvergunning kreeg.
De overige huishoudens hadden langer dan een jaar een verblijfsvergunning en woonden buiten de opvang. De ruim 13.000 toegewezen woningen zijn daarmee niet allemaal gebruikt om mensen voor het eerst vanuit de asielopvang te huisvesten.
Vaker starter
Onder starters neemt het aandeel huishoudens met een statushouder wel duidelijk toe. Van alle startershuishoudens die in 2024 een vrijgekomen corporatiewoning betrokken, had 21 procent een statushouder als gezinslid. In 2018 was dat 9 procent. Het aantal steeg van ongeveer 3.500 naar 8.800.
Huishoudens met een statushouder laten bij verhuizing minder vaak een woning achter. Dat gebeurde bij 16 procent, tegenover ruim de helft van de huishoudens zonder statushouder. Twee derde van de huishoudens met een statushouder was starter.
Meeste in Flevoland
De toewijzing verschilt per regio. In Flevoland ging 12 procent van de vrijgekomen corporatiewoningen naar huishoudens met een statushouder. Daarna volgden Het Gooi en Vechtstreek met 11 procent en Utrecht met 10 procent. In Delfzijl en omgeving bleef het aandeel onder 1 procent.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.