De meeste gemeenten willen zich best aan de spreidingswet houden, maar denken dan wel aan kleinschalige opvang, hoorde burgemeester Kees van Rooij bij de NOS. Nou, dacht hij: daar hebben wij ervaring mee. In zijn gemeente gaat het relatief goed.
Het kan: Succesvolle asielopvang zonder verhitte protesten
Meierijstad laat zien dat het kan: Asielopvang zonder verhitte protesten. Dankzij goede opvang én heldere communicatie met inwoners.
Onlangs ging de gemeenteraad van Meierijstad unaniem akkoord met de aankoop van een pand voor de opvang van maximaal honderdvijftig asielzoekers. Eerder dit jaar, bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart, speelde asiel nauwelijks een rol. Ook zijn er geen verhitte protesten rond dit thema. Hoe kan dat? Wat doet Meierijstad anders dan andere gemeenten?
Meierijstad kiest al langer bewust voor kleinschalige opvang: groepen van rond de honderdvijftig asielzoekers, in plaats van een centrum voor honderden mensen bij elkaar. Toch geeft dat volgens burgemeester Kees van Rooij niet de doorslag. De aanpak van Meierijstad zou ook bij grootschalige opvang werken, daar is hij van overtuigd. Volgens Van Rooij liggen er twee andere redenen ten grondslag aan het succes: de gemeente beheert de locaties zelf, en iedere asielzoeker wordt vanaf dag één als toekomstige inwoner beschouwd. ‘Vaak wordt bij opvang gezegd: bed, bad, brood punt,’ aldus Van Rooij. ‘Bij ons is dat een komma.’
De aanpak ontstond in 2022, toen Rusland Oekraïne binnenviel en er snel plek moest komen voor Oekraïense vluchtelingen, ook in Meierijstad. Zij werden opgevangen in voormalige overheids- en bedrijfspanden, om verdringing op de woningmarkt te voorkomen, in groepen van – toen al – hooguit honderdvijftig mensen. ‘Vier-, vijfhonderd mensen op één locatie past niet bij de schaal van Meierijstad’, zegt Annemieke Vos, strategisch beleidsadviseur en projectleider ontheemden. Van Rooij valt haar bij. ‘De gemeente telt misschien wel 85.000 inwoners, maar die zijn verdeeld over dertien kernen. De infrastructuur is er niet op ingericht.’
De kleinschalige opvang bleek te werken. ‘Die eerste periode bood voor ons de bevestiging dat we dit konden,’ zegt Vos. Die bevestiging zat hem onder meer in de reactie van buurtbewoners: zij raakten ermee vertrouwd. ‘In eerste instantie was er natuurlijk weerstand. Maar omdat iedereen zich aan de afspraken hield en we altijd een aanspreekpunt voor de buurt zijn gebleven, verliep het heel goed.’
‘In eerste instantie was er natuurlijk weerstand. Maar omdat iedereen zich aan de afspraken hield en we altijd een aanspreekpunt voor de buurt zijn gebleven, verliep het heel goed.’
Annemieke Vos - strategisch beleidsadviseur en projectleider ontheemden
Vol overtuiging
Als Vos ergens in gelooft, dan is het dit: je moet aan de slag gaan, vol overtuiging. Voorbeeld: er is werkgelegenheid in Meierijstad, en veel asielzoekers zijn in staat om te werken, dat willen ze zelfs graag. Voor Vos en haar collega’s is het simpel: dan kan de gemeente die twee bij elkaar brengen. In het begin nam een woonbegeleider of locatiecoördinator dit voor zijn rekening, inmiddels gaat Meierijstad er een jobcoach voor aanstellen. ‘Het groeit ons een beetje boven het hoofd,’ zegt Vos zichtbaar tevreden.
De bereidheid om asielzoekers aan het werk te krijgen, was er vanaf het begin, zegt Van Rooij. Hij heeft nooit geaarzeld. ‘Waarom doen we niet vanaf dag één alsof ze onze nieuwe inwoners zijn?’ Dit stimuleert de gemeente ook op andere manieren. Niet alleen hebben veel asielzoekers in Meierijstad (vrijwilligers)werk, ook krijgen ze Nederlandse taalles en gaan de meeste kinderen naar school.
Het gaat natuurlijk niet vanzelf, nuanceert hij. ‘Er zijn allerlei hobbels, laat ik dat erbij zeggen.’ Maar wat de gemeente helpt om die te overwinnen, is dat de richting duidelijk is: asielzoekers doen mee vanaf de eerste dag. ‘Dan weet je wat je te doen staat.’
‘Er zijn allerlei hobbels, laat ik dat erbij zeggen.’
Kees van Rooij - burgemeester van Meierijstad
De visie van de burgemeester staat in zekere zin haaks op de logica van het landelijk systeem, dat is ingericht op tijdelijkheid. Ook het Europese migratiepact is volgens Van Rooij gericht op kortstondige opvang. ‘Terwijl in de praktijk blijkt dat tijdelijke opvang jaren duurt.’
Daarom kiest Meierijstad voor een andere aanpak. Veel gemeenten laten asielopvang over aan het COA. Meierijstad doet bijna alles zelf. De gemeente huurt of koopt een pand, regelt de verbouwing, beveiliging, schoonmaak en ander personeel. De financiering gaat via het COA, dat een dagvergoeding betaalt per asielzoeker. Hoewel Vos het niet per se ingewikkeld vindt, noemt ze het wel zwaar. ‘Het is natuurlijk extra werk, dat je ook allemaal aan het COA zou kunnen overlaten. Je moet dus echt de drive hebben om dit te willen doen.’
Je zou denken: gemeenten hebben wel genoeg op hun bord. Maar Van Rooij betwijfelt of deze werkwijze onderaan de streep zoveel meer moeite kost. ‘Ook als het COA de locatie verzorgt, is er voor de gemeente veel werk. Communicatie, bijeenkomsten organiseren, enzovoorts. En zodra asielzoekers een verblijfsstatus krijgen, komen ze via het werkplein alsnog bij de gemeente terecht.’ Dus kun je net zo goed al eerder in dit proces de verantwoordelijkheid nemen, is de gedachte.
Een van de zwaarste hoofdbrekens rond asiel is voor veel gemeenten de weerstand van inwoners. En die weerstand was er aanvankelijk dus ook in Meierijstad. De gemeente heeft de weerstand met ‘aanspreekbaarheid’ weten in te dammen, zegt Vos. Omwonenden met vragen of klachten kunnen op ieder moment de opvang binnenlopen. Ze kunnen mailen, bellen. Ze krijgen altijd antwoord.
Dit is het eerste deel van het artikel. Meer weten over hoe de gemeente goed contact onderhoudt met de inwoners over de opvang? De rest is te lezen in BB14 (gratis inlog)
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.