Niet alleen grote steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag kampen met grootstedelijke problematiek. Dat wil de M50, het netwerk van middelgrote gemeenten, nu voor eens en voor altijd goed op het netvlies van de landelijke politiek krijgen. Ook in kleinere steden als Leidschendam, Den Helder en Zeist zijn er wijken waarin complexe multiproblematiek speelt, waar de leefbaarheid laag is en waar inwoners minder kansen krijgen dan elders in Nederland. Dat wordt onderschat, bepleit Jan de Boer, burgemeester van Den Helder, namens de M50.
Grootstedelijke problematiek in de kleine steden
De M50 trekt aan de bel: Ook in kleinere steden als Leidschendam, Den Helder en Zeist zijn wijken waarin complexe multiproblematiek speelt.
Grootstedelijk?
‘Het wordt grootstedelijke problematiek genoemd, maar het is de vraag of dat wel de juiste term is.’ Burgemeester Jan de Boer kijkt vanuit zijn kantoor in het fonkelnieuwe stadskantoor uit over de Oude Rijkswerf Willemsoord. Ooit de belangrijkste werf van de Koninklijke Marine. Nu vormt het een uitgaansgebied, openluchtmuseum en de standplaats van het Helderse gemeentehuis. Onlosmakelijk verbonden met de marine, is Den Helder een gemeente met een grillige bevolkingsontwikkeling. Tijden van groei zijn er volop geweest, maar net zo vaak zat het tegen, slonk de economie, en namen de sociale problemen toe.
Twee keer zoveel schuldsanering
‘Wij hebben hier bijvoorbeeld wijken waar ten opzichte van het gemiddelde in Nederland, twee keer zoveel mensen in de schuldsanering zitten’, vertelt De Boer. De oproep van de M50 gaat niet alleen over Den Helder, benadrukt hij, maar het punt is duidelijk: ook in middelgrote gemeenten (Den Helder heeft ongeveer 56.000 inwoners, waarvan er ongeveer 15.000 in de nabijgelegen kern Julianadorp wonen) zijn er ‘probleemwijken’ die extra aandacht vragen. Wijken die qua problematiek volgens de M50 niet onderdoen aan een Rotterdam Zuid of een Amsterdam Nieuw West. Waarbij ook het stedelijke karakter zorgt voor specifieke sociale problematiek.
Vollenhove, Zeist
De wijk Vollenhove in Zeist werd tussen 1956 en 1970 gebouwd om het toen bestaande woningtekort te verkleinen. Een typische ‘naoorlogse uitleglocatie’, die ‘met lange halen snel thuis’ uit de grond werd gestampt. Zo werd de befaamde L-flat neergezet: met 1.500 inwoners in één gebouw op het moment van oplevering het grootste appartementencomplex van heel Europa. Naast de L-flat werden er nog vier grote hoogbouwflats neergezet in de decennia na de oorlog. Tezamen maken de 2.100 woningen in de vijf flats 90 procent van de woningvoorraad in Vollenhove.
De concentratie van sterk verouderde goedkope woningen maakt dat er door de jaren heen een stapeling van sociale problematiek is ontstaan. Al in de jaren ’80 waren er klachten over onveiligheid en overlast, waarna er door de woningbouwvereniging aanpassingen werden gedaan. Er bleef overmatig sprake van criminaliteit, vandalisme en verloedering. In de Regio Deal ‘Vitale Wijken’, waar Vollenhove deel vanuit maakt, schrijven de betrokken partijen dat er vaker sprake is van criminaliteit, een kwetsbare positie en een ongezond leefmilieu.
Sinds 2020 wordt in Vollenhove gewerkt met de buurtaanpak ‘Vollenhove Vooruit’. Er zijn inmiddels onder andere ontmoetingsplekken, buurtfeesten en sportactiviteiten gerealiseerd. Ook zijn alle woningen van de L-flat vernieuwd. Bij de aanvang van de Regio Deal voldeed 40 procent van de bewoners van Vollenhove niet aan de norm van voldoende gezond bewegen, tegen ruim 25 procent in heel Zeist. Ook kampte 16 procent van de bewoners met problematische schulden. In Nederland is dit 5,6 procent. Daarnaast was 18 procent van de bewoners ernstig eenzaam in de wijk. Dit is ruim 8 procent hoger dan in de rest van Zeist.
'Net zo complex'
‘In aantallen is het hier natuurlijk niet te vergelijken met de G4, maar in complexiteit wel. Wij kampen met soortgelijke percentages op het gebied van werkloosheid, armoede, schulden, gezondheid en woonkwaliteit. Er is meer obesitas, er zijn meer vechtscheidingen, meer voortijdig schoolverlaters. En dat is iets wat zich in die wijken generatie op generatie doorzet. Ondermijnend gedrag wordt geaccepteerd in de buurt, het ‘hoort erbij’. Daarnaast krijgen we er als stad ook nieuwe doelgroepen bij. Meer mensen met verward gedrag, dakloze arbeidsmigranten. Kwetsbare mensen trekken toch vaker naar de stad.’
NPLV-wijken
Via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) investeert het rijk sinds 2018 fors in een twintigtal wijken die zulke problematiek kennen. Niet alleen krijgen de gemeenten geld om te besteden aan zaken als onderwijs en leefbaarheid, het geld is meerjarig beschikbaar. En er is een directe lijn met de ministeries. Eén rijksvertegenwoordiger, gekoppeld aan de gemeente, die de verbinding legt op alle beleidsdomeinen. ‘Als je niet binnen het NPLV valt heb je al die voordelen niet. Je moet het dan als gemeente helemaal zelf doen. Dat is een grote uitdaging financieel gezien, maar ook als het gaat om de beschikbare expertise.’
Visbuurt, Den Helder
Den Helder zelf kent meerdere wijken met sociale achterstanden. Allemaal oude volksbuurtjes. De bekendste is waarschijnlijk de Visbuurt, gebouwd al in de 19e eeuw. In die tijd werden de kleine arbeiderswoningen vooral bewoond door vissers en havenarbeiders. Ook nu nog staan er in de wijk vrijwel uitsluitend goedkope woningen, voor prijzen die je bijna nergens anders in Nederland kunt vinden. Tussenwoningen kosten soms maar 150.000 euro. Duurdere woningen die wat beter onderhouden zijn gaan weg voor een bedrag van 250.000 euro. Veel woningen zijn verpauperd, met achterstallig onderhoud en vervallen gevels.
Ook is er al lang frustratie bij inwoners over de vestiging van kwetsbare doelgroepen in de al kwetsbare Visbuurt. De maatschappelijke opvang van bijvoorbeeld (ex-) verslaafden, daklozen en arbeidsmigranten zorgt voor extra spanningen. Na jaren gesteggel kwam in december het bericht dat de daklozenopvang eindelijk de wijk uit gaat verhuizen, maar de problematiek is complex en meervoudig. Zo is de ruimtelijke uitdaging groot. Dat veel woningen in particulier bezit zijn maakt het nog lastiger om grootschalig de wijk aan te pakken.
In 2023 maakte de gemeente Den Helder bekend ruim een miljoen te gaan investeren in drie kwetsbare wijken, waaronder de Visbuurt. Een jaar later werd bekend gemaakt dat de gemeente ruim 11 miljoen euro uit het landelijke Volkshuisvestingsfonds kreeg en zelf nog eens 5 miljoen bij zou leggen. Dat geld gaat naar totaal zes wijken, die allemaal met sociale achterstanden te maken hebben.
Meerjarige investering nodig
Volgens De Boer is het met name voor kleinere gemeenten lastig om dergelijke programma’s op te zetten. De ruimte in de begroting is beperkt. Zomaar even een gekwalificeerd team op poten zetten is niet makkelijk en politieke steun ontbreekt vaak. ‘Een ander groot voordeel van een langjarig programma is dat er een ander besef ontstaat binnen de organisatie. Het is een stuk beter uit te leggen dat je een heel programma hebt met lange termijn doelen, wanneer er ook voor de lange termijn geld beschikbaar is. Dan kun je uitleggen waarom je ongelijk gaat investeren in je gemeenschap, aan de politiek en aan de ambtelijke organisatie. Dit soort wijken vraagt dat echt, een meerjarige investering. Dan kun je echt verandering teweegbrengen.’
Leidschendam-Noord, Leidschendam-Voorburg
Ook Leidschendam-Noord is ontstaan als reactie op de grote woningnood kort na de Tweede Wereldoorlog. Ten noorden van Leidschendam lag een tuinbouwgebied, dat tijdens de wederopbouw werd bestemd voor woningbouw. Net als in Zeist begon eind jaren ’80 het verval en daalde de leefbaarheid. Al sinds 2003 wordt er ingezet op verbetering, tot 2011 via een samenwerkingsverband met daarin de gemeente en de woningcorporaties. Tot grote teleurstelling van het lokale bestuur werd Leidschendam-Noord in 2007 niet aangewezen als ‘Vogelaarwijk’, de aanpak die kan worden gezien als voorloper van de NPLV-wijken.
Ook hier is de gemeente aan de slag gegaan met een meerjarig verbeterprogramma. In 2020 is gestart met ‘Sterk voor Noord’. Het is hard nodig. Zo zijn er in Leidschendam-Noord wijken waarin bijna 20 procent van de bewoners leeft van een bijstandsuitkering. In de hele gemeente is dat ongeveer 5 procent. Veel inwoners ervaren overlast en onveiligheid. De inkomens zijn gemiddeld een stuk lager, de werkloosheid hoger. Een groot deel van de kinderen in Leidschendam-Noord groeit op in armoede, met een achterstand op school of met obesitas. De gemeente zet vooral in op de jeugd, zodat kinderen die in de wijk opgroeien binnen twintig jaar even kansrijk zijn als in de rest van de gemeente.
Manifest
Met het manifest ‘Kleinere steden, grootstedelijke vraagstukken’ vraagt de M50 nu aandacht voor de stedelijke problematiek. ‘We zijn als M50 niet jaloers’, verzekert De Boer. ‘Maar zouden wel heel graag dezelfde samenwerking met het rijk hebben. Volgens ons zou het niet moeten uitmaken in welke wijk je opgroeit, iedereen moet dezelfde kansen krijgen. Het gaat om vraagstukken die je als middelgrote gemeente met de beperkte middelen die je hebt, niet zomaar even kan oplossen. Je hebt expertise nodig en capaciteit, en dat langdurig. Het gaat om enorm lastige casussen waar bijvoorbeeld specialistische jeugdzorg nodig is. Dat is niet even een disco’tje draaien in het weekend. Dat vraagt kennis en middelen die wij niet standaard in huis hebben.’
'Heel veel wijken en buurten vergeten zo'
Vanuit het perspectief van het rijk lijkt het niet gek dat ervoor gekozen is om de focus te leggen op twintig wijken. De middelen zijn immers beperkt. Daarbij komt dat de meeste van de NPLV-wijken inderdaad in grote steden liggen, maar dat ook twee M50 leden (Vlaardingen en Nieuwegein), geld krijgen vanuit het nationaal programma. Volgens De Boer is het echter een misvatting dat de NPLV-wijken nog veel kwetsbaarder zijn dan andere buurten in Nederland. In wezen zorgt de benadering van het rijk ervoor dat het probleem beter behapbaar lijkt dan het in werkelijkheid is. ‘Je vergeet zo heel veel wijken en buurten waar de problemen net zo hardnekkig zijn als in Amsterdam of Utrecht. Dat is de beeldvorming waar wij aan willen werken. Het is veel breder dan de twintig wijken die meedoen. Het is echt zaak dat het rijk de aandacht hierop intensiveert. Met een nieuw programma, of door uitbreiding van het NPLV.’
Lees het hele artikel deze week in BB nummer 2.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.