Als Mohammed niet naar de berg komt, komt de berg naar Mohammed. De zeven Gelderse jeugdhulpregio’s willen voortaan op de verblijfplek complexe jeugdzorg bieden. ‘Gesleep en geschuif willen we per se voorkomen.’
Gelderland wil niet meer slepen met zorgenkindjes
De Gelderse jeugdhulpregio’s telden in 2025 minstens 260 kinderen en jongeren die zeer specialistische zorg nodig hebben
Een twaalfjarige is in zijn pas korte leven al op zijn derde verblijfplek. Door ernstige gedragsproblemen – agressie en weigeren zich naar regels te schikken – dreigt verhuizing naar zijn vierde plek. Zijn begeleiders kloppen met hun zorgen aan bij het Regionale Expertise Team (RET) in hun regio. Dat besluit op zijn beurt de ‘mobiele brigade’ in te schakelen, die sinds een jaar actief is in Gelderland, ter aanvulling van hun eigen werk. ‘Het uitgangspunt was de plek passend te maken, om een nieuwe doorplaatsing te voorkomen’, vertelt Emilie Deseine-Martin, “verbinder” van de mobiele brigade.
Pauzeknop
Dit team van experts moet tijdelijk expertise toevoegen op de plek waar kinderen dan al wonen. Het is niet bedoeld in te grijpen in crisisachtige situaties, maar juist om met afstand rust en overzicht te brengen in de situatie en vooruit te kijken. ‘Bij paniek zijn we te laat. Onze meerwaarde zit vóór de crisis – wat wij de pauzeknop noemen’, legt Deseine uit.
Ervaringsdeskundige
In het geval van deze jongen: ‘We legden contact met alle betrokkenen, ook die van eerder verblijf. We deden observaties op de groep. Ook school betrokken we erbij, evenals de gezinshuismoeder als ervaringsdeskundige met dit kind. Ons advies was zijn sociaalemotionele leeftijd in kaart te brengen. Die bleek rond de vier jaar te liggen. We opperden verder psychomotorische therapie en te zorgen voor een maatje buiten de groep. Door de samenwerking tussen groep, school en netwerk te versterken en duidelijke afspraken te maken, kon de jongen op zijn plek blijven’, aldus een opgeluchte Deseine.
Uithuisplaatsing
De Gelderse regio’s (‘G7’) telden in 2025 minstens 260 kinderen en jongeren die zeer specialistische zorg nodig hebben. Emma van der Burgh, coördinator “essentiële functies” (waarmee deze “hoogspecialistische” zorg wordt aangeduid), vermoedt dat meer kinderen vastlopen in het systeem. Ze hebben ernstige problemen en moeten lang wachten op passende, zeer specialistische zorg, vaak ver van huis. Zijn ze na de eerste uithuisplaatsing niet op best denkbare plek, dan worden ze gemiddeld nog zes keer doorgeplaatst – het landelijke beeld. ‘Met de beste bedoelingen, maar funest’, zegt de Barneveldse wethouder Jolanda de Heer (ChristenUnie). Zij is vicevoorzitter van het bestuurlijk overleg in de jeugdregio Food Valley. De Heer is enthousiast dat ze dit in Gelderland proberen te keren: ‘Deze jongeren hebben geen eenvoudige opvoedvragen, maar écht complexe casuïstiek.’
Zelfbeeld
Kinderen die verkassen hebben soms niet eens tijd om afscheid te nemen. Hoe lang ze op hun nieuwe stek mogen blijven weten ze niet. Op den duur durven ze geen vriendschappen te sluiten, of lid te worden van de sportclub. Iedere doorplaatsing geeft hun zelfbeeld een knauw. Niemand zit op hen te wachten, denken ze. En feitelijk klopt dat.
Gezinsachtige setting
De Gelderse gemeenten vinden dit niet langer acceptabel. De zorg moet passend worden gemaakt óp de verblijfplek. Voorlopig voor jongeren die niet thuis wonen, ooit misschien thuis. Het streven is ze op te vangen in een kleinschalige, gezinsachtige setting. ‘Bij iedere doelgroep moet op iedere vorm van verblijf hoogspecialistische zorg ingezet kunnen worden’, zegt Van der Burgh. ‘Ook moet ambulante zorg gestapeld kunnen worden. Zo groeit de expertise en moet consultatie elders gemakkelijk worden voor de professionals die met deze kinderenwerken.’
Kindercarroussel
De kindercarroussel stoppen vraagt om een vernieuwend inkoop- en bekostigingsmodel, waarin samenwerking en “dialoog” centraal staan. Sinds vorig jaar organiseren de gemeenten hoogspecialistische jeugdzorg via de Gelderse Jeugd Alliantie (GJA), een samenwerkingsverband van vijftien geselecteerde jeugdhulporganisaties. Kiezen voor één overkoepelend contract in plaats van meerdere regionale of individuele overeenkomsten, vereenvoudigt het slechten van organisatorische, juridische en financiële schotten. ‘Juist dat laatste is winst’, vindt Van der Burgh. ‘Schaarse expertise en capaciteit worden gebundeld en flexibel ingezet, en komen duurzaam beschikbaar.’ De samenwerking stimuleert volgens haar betrokkenheid bij alle partijen, nu zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn. De deelnemende partijen hebben ruimte om de afspraken de komende jaren aan te passen aan de ontwikkeling van de structuur. Niet onbelangrijke ‘bijvangst’ is dat gezamenlijke contractering administratieve lasten verlaagt. Er kan afscheid genomen worden van zeven regionale of zelfs 56 afzonderlijke inkooptrajecten (het aantal gemeenten) en bijbehorende procedures voor complexe zorg. Eén contract met uniforme afspraken volstaat.
Zorgen over tijdelijke financiering
‘Het idee van de G7 sluit aan bij wat we hebben afgesproken in de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, zegt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld (Progressief Nederland). ‘We zien dat kleinere en middelgrote gemeenten worstelen met de inkoop van met name gespecialiseerde hulp.’ Westerveld hoopt dat het samenwerkingsverband niet meer bureaucratie en coördinatietijd vergt bovenop de tijd die hieraan binnen gemeenten al wordt besteed. ‘Wat helpt is dat veel gemeenten in Gelderland goede contacten hebben met elkaar’, zegt ze.
Over de financiering op termijn maakt het Kamerlid zich zorgen. Gemeenten zijn deels gecompenseerd voor de jeugdzorgtekorten in 2023 en 2024. Maar de bezuinigingen uit de Hervormingsagenda Jeugd zijn al ingeboekt, ‘terwijl plannen om werkelijk te besparen achterblijven’, aldus Westerveld. ‘Voortdurend komt er tijdelijk geld bij, vaak via de Voorjaarsnota. Maar met tijdelijk/incidenteel geld kunnen gemeenten geen langjarige contracten afsluiten of grote projecten aangaan.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.