Bij het ontwikkelen van beleid willen (lokale) bestuurders en ambtenaren weten wat hun investeringen teweeg gaan brengen. Anders gezegd: wat de investeringen opleveren voor bijvoorbeeld de gezondheid van mensen, de kwaliteit van samenleven of in economische zin. Dit gebeurt ook bij sociale investeringen, zoals gemeentelijke investeringen in het sociaal werk en subsidies voor de ontwikkeling en implementatie van sociale interventies. In dit essay doen Krijn van Beek, Malissa Meertens en Niels Hermens een oproep om hier beter naar te kijken dan momenteel gebeurt.
Essay: Sociaal werk is meer dan cijfers
‘Sociale investeringen kunnen enorm positief uitpakken, als je maar goed kijkt’
Gemeenten en rijk lijken structureel te twijfelen over investeringen in het sociaal werk. In het bijzonder als het gaat om de meer collectieve vormen van het sociaal werk, zoals community building in wijken en ondersteuning van bewonersinitiatieven. Deze twijfel en de nadruk op individuele benaderingen sturen het beleid in een richting die op lange termijn ongunstig kan uitpakken. Een gebrek aan investeringen in sociaal werk leidt namelijk tot aanzienlijke extra kosten, zoals in de ouderenzorg, jeugdzorg, veiligheid, werk en inkomen en maatschappelijke ondersteuning. Door onderwaardering van het sociaal werk wordt het preventieve en verbindende potentieel ervan onvoldoende benut. Met als negatief gevolg: een toename van dure, curatieve zorg.
Krachtenbinder
Een onderzoek van hoogleraar Marcel Canoy naar het belang van buurtcentra illustreert dit. In juni 2025 schreef Canoy in de Volkskrant over Sociaal Centrum Eijsden, een plek in Eijsden waar vrijwilligers werken onder begeleiding van een zogenoemde krachtenbinder. Deze krachtenbinder is de enige betaalde kracht binnen het centrum en speelt een cruciale rol in het leggen van verbindingen tussen inwoners onderling, tussen inwoners en vrijwilligers en tussen inwoners en zorgprofessionals. Canoy toont op basis van een Social Return On Investment-analyse aan dat het werk van deze krachtenbinder een aanzienlijke maatschappelijke waarde heeft. Elke geïnvesteerde euro levert een besparing van zes euro aan zorgkosten op.
Baten
Een deel van deze besparing komt terecht bij zorgverzekeraars, doordat er minder zorg wordt verleend. Een ander deel bij gemeenten, doordat er minder beroep wordt gedaan op de Wmo 2015. De werkelijke baten liggen volgens Canoy nog hoger, omdat bijkomende effecten zoals niet op te merken preventie, het welzijn van vrijwilligers, ontlasting van mantelzorgers en minder druk op de arbeidsmarkt niet meegenomen konden worden in de berekening.
Enorm positief
Sociale investeringen kunnen dus enorm positief uitpakken, als je maar goed kijkt. Maar dan nog is het lastig alle effecten precies vast te leggen, zoals we dat ook zagen in het onderzoek naar het Sociaal Centrum Eijsden. Canoy wijst wel de weg hoe het beter kan. Op veel plaatsen formuleren inkopers Key Performance Indicators (KPI’s), vereisen zij effectmetingen van sociaal werkorganisaties en proberen aanbieders hun resultaten te kwantificeren.
Smalle focus
Dit resulteert echter vrijwel altijd in een beperkt aantal meetbare aspecten op de korte termijn, met een smalle focus en een enkelvoudig effect. Denk bijvoorbeeld aan deelnemersaantallen, aantallen activiteiten in wijken, focus op cijfers over fysieke gezondheid, aantal overlastmeldingen in een buurt, enzovoort. Wanneer gemeenten cijfers om dit type resultaten vragen, leidt dit er op veel plekken ook toe dat het sociaal werk zelf zich noodgedwongen ook op smalle kortetermijneffecten concentreert. Dan laat niet alleen de meting minder impact zien dan er in werkelijkheid is, maar bestaat ook het risico dat de daadwerkelijke impact voor inwoners en samenleving lager uitvalt dan mogelijk en gewenst is. Dit is precies waarom verandering nodig is in hoe sociale investeringen worden beoordeeld. Breder, met oog voor de impact op de lange termijn, onverwachte impact en met erkenning van waarde die niet altijd in cijfers is uit te drukken.
Er zijn drie redenen waarom breed kijken naar de impact van sociale investeringen nodig is.
Krijn van Beek is voorzitter van de landelijke Associatie Werkplaatsen Sociaal Domein
Malissa Meertens is onderzoeker bij het lectoraat Sociale Veerkracht, verbonden aan Fontys Sociale Studies
Niels Hermens is lector Empowerment & Professionalisering bij Hogeschool Inholland

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.