Bestrijding van infectieziekten valt volgens de Wet publieke gezondheid (Wpg) onder gemeenten. Voor de sinds twintig jaar in Nederland opduikende tijgermug werd een uitzondering gemaakt. Nu de muggenpopulatie gestaag stijgt, zou het rijk graag zien dat gemeenten hun wettelijke verantwoordelijkheid nemen. Maar die houden de boot af.
Wie dringt de oprukkende tijgermug terug?
Gemeenten en rijk wijzen naar elkaar bij aanpak van gestaag oprukkende tijgermug die onder meer dengue (knokkelkoorts) kan veroorzaken.
Urgent
Wie dringt de voorheen tropische tijgermug terug? Het lijkt een vreemde vraag nu ons land gebukt gaat onder de grootste hoeveelheid sneeuw in jaren. Maar blijkens een recente Kamerbrief van minister Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VVD) is het probleem urgent.
Onafwendbaar
De tijgermug werd in 2005 voor het eerst in Nederland gesignaleerd. Elke aangetroffen populatie werd zo snel mogelijk uitgeroeid door het Centrum Monitoring Vectoren (CMV0 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Maar inmiddels zijn er zo veel populaties in Nederland dat de NVWA het niet meer kan bijbenen. ‘Hierdoor lijkt vestiging van de tijgermug binnen een termijn van 2 tot 5 jaar onafwendbaar’, schreef het RIVM afgelopen zomer aan het ministerie van VWS.
Knokkelkoorts
Volgens het RIVM leert ervaring elders in Europa dat wanneer de tijgermug zich eenmaal in een land heeft gevestigd er ‘na een tijdsbestek van minimaal 2-3 jaar uitbraken van dengue en chikungunya kunnen ontstaan’. In Frankrijk, waar inmiddels bijna de helft van de bevolking aan de mug wordt blootgesteld, kende het aantal gevallen dengue (knokkelkoorts) en chikungunya (een soort griep, vaak gepaard gaand met hoge koorts en gewrichtspijn) de afgelopen drie jaar een opvallend sterke stijging. ‘Dit vergde toenemende bestrijdingscapaciteit om voortgaande autochtone transmissie te bestrijden.’
Te vroeg
De gemeenten voerden deze zomer een uitvoeringsscan inzake de bestrijding van de tijgermug uit. Conclusie: ze vinden het nu nog te vroeg om over een gemeentelijke rol te spreken. Ze wijzen erop dat om vestiging van de tijgermug zo lang mogelijk tegen te gaan juist ‘uniformiteit een landelijke sturing essentieel’ zijn. Daarom ligt het ‘optimaliseren van de huidige landelijke aanpak’ meer voor de hand.
Specialisten
Gemeenten missen naar eigen zeggen nu nog de expertise voor complexe bestrijding en mogelijke toekomstige beheersing van de tijgermug. ‘Er zijn nu nog te weinig vondsten om structureel kennis op te bouwen binnen gemeenten. Gemeenten zijn bij een vondst dan ook afhankelijk van de inhuur van specialisten. Deze inhuur van specialisten is echter lastig en inefficiënt op lokaal niveau.’ En het inzetten van eigen capaciteit gaat meteen ten koste van andere urgente dossiers.
Patstelling
Zo dreigt er een patstelling te ontstaan. De NVWA ziet zo veel uitbraken van de tijgermug dat een landelijke aanpak niet meer werkt. En gemeenten zijn nog onvoldoende uitgerust om de mug lokaal effectief te bestrijden. Volgens minister Bruijn is verdere afstemming tussen partijen nodig, ‘gericht op beperken van de gezondheidsrisico’s’. Daar moet later dit jaar meer duidelijkheid over komen.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.