Advertentie
ruimte en milieu / Nieuws

Slopen als sociaal experiment

In de wijken uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw - de tuinsteden van ‘licht, lucht en ruimte’ voor de verheffing van het proletariaat - worden nu op grote schaal huurflats gesloopt en nieuwe, duurdere huurwoningen en koopwoningen gebouwd.

10 april 2009

Doel is de verkleuring, verpaupering en verloedering te keren door de daar geconcentreerde etnische minderheden meer te spreiden en tegelijkertijd de wijken weer aantrekkelijk te maken voor autochtonen voor wie de binnenstad te duur is.

 

Het is een pijnlijk experiment: juist waar het tekort aan betaalbare huisvesting het meest nijpend is, worden bouwkundig vaak nog redelijke woningen afgebroken. En het valt nog te bezien of het experiment slaagt, of de nieuwbouw niet binnen korte tijd ook verpaupert en of de problemen niet alleen maar verplaatst worden, vooral naar nieuwere wijken en naar de voorsteden.

 

Het SCP-onderzoek Goede buren kun je niet kopen geeft reden tot optimisme, maar niet omdat de uitkomsten het beoogde effect van het beleid bevestigen. De mobiliteit onder allochtonen is groot en hun woonpositie is de afgelopen jaren sterk verbeterd. De vier belangrijkste groepen - Marokkanen, Turken, Surinamers en Antillianen - wonen vaker in een eigen huis, een eengezinswoning of een ruimere woning.

 

Toch is hun woonsituatie nog altijd slechter dan die van autochtone Nederlanders en dat verschil valt slechts voor een deel te verklaren uit ‘objectieve’ factoren als inkomen, leeftijdsopbouw van de groep en regionale spreiding (allochtonen zijn oververtegenwoordigd in de Randstad, waar goede woningen duur zijn). Dat geldt vooral voor Marokkanen en Turken; bij Marokkanen verklaren de objectieve factoren nog niet de helft van het verschil in woonkwaliteit. Bovendien blijft hun ruimtelijke integratie ver achter bij hun verbeterde woonkwaliteit.

 

In dit onderzoek probeert het CPB er achter te komen waar dat aan ligt en in het bijzonder in hoeverre de etnische segregatie het resultaat is van eigen voorkeuren. Een belangrijk - en het meest boeiende - deel van het boek bestaat uit citaten, ontleend aan gesprekken met focusgroepen van allochtonen, over hun woonwensen en wederwaardigheden op huisvestingsgebied.

 

Eigen voorkeur blijkt inderdaad een belangrijke rol te spelen bij segregatie. Allochtonen wonen weliswaar het liefst in gemengde wijken, maar de eigen groep moet daar goed vertegenwoordigd zijn. Vooral Turken en Marokkanen wonen liever dicht in de buurt van familie en vrienden, waar de eigen groep de cultuur bepaalt en voorzieningen op de eigen behoeften zijn toegesneden, dan temidden van autochtonen die hen vaak argwanend bejegenen. Ze vertellen over familieleden die naar overwegend blanke voorsteden verhuisden, maar na een paar jaar terugkwamen omdat ze in hun nieuwe woonplaats ‘nagekeken’ werden.

 

Vijandiger

 

Maar er spelen ook andere factoren mee, zoals een informatie-achterstand over hoe je een huis koopt of aan een goed huurhuis komt. Ook blijken vooral oudere Turken en Marokkanen liever een huis in hun geboorteland te kopen. Onder Turken van boven de 55 jaar blijkt 30 tot 50 procent een huis in Turkije te bezitten. De vijandiger houding tegenover immigranten, de onzekere arbeidsmarkt in Nederland en de juist verbeterde perspectieven in het geboorteland weerhouden velen ervan zich vast te leggen.

 

Jongeren zijn meer geneigd een huis te kopen. Zo wonen in Almere nu procentsgewijs net zoveel allochtonen als een paar decennia geleden in Amsterdam. Ook de animo van autochtonen voor de nieuwbouw in de etnische wijken blijkt nog gering, al is er een groeiende groep die zich juist aangesproken voelt door de kosmopolitische ambiance.

 

Zijn de ‘krachtwijken’ nu tot mislukken gedoemd? De winst lijkt elders te liggen. Allochtonen, zo blijkt uit de studie, maken zich zorgen over de verloedering van hun woonomgeving. Vooral de beter opgeleiden onder hen trekken daarom vaak naar elders, net als autochtonen in de tijd van de ‘witte vlucht’ naar de voorsteden.

 

Maar uit de ervaringen met zwarte getto’s in Amerikaanse steden blijkt dat die in een neerwaartse spiraal terechtkwamen juist toen na de jaren zestig zwarten meer kansen kregen en velen naar betere wijken vertrokken. De kansarmen bleven achter en verloren hun positieve rolmodellen.

 

Het feit dat allochtonen die het beter hebben vaak kiezen voor de betere woningen in de oude buurten, zal een positief effect hebben op de andere bewoners en op de kwaliteit van de woonomgeving. Misschien draagt dat voorlopig meer bij tot de emancipatie van minderheden dan de beoogde spreiding.

 

Jeanet Kullberg, Miranda Vervoort en Jaco Dagevos: Goede Buren kun je niet kopen – Over de woonconcentratie en woonpositie van niet-westerse allochtonen in Nederland, Sociaal en Cultureel Planbureau, 2009, ISBN 978 90 377 0401, € 19,95

 

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie