De bouw van nieuwe woningen in de Randstad blijft achter bij de doelen. Maar dat ligt niet aan de provincies, blijkt uit een nieuw rapport van de Randstedelijke Rekenkamer. Utrecht, Flevoland en Noord- en Zuid-Holland doen hun huiswerk wel.
Randstadprovincies hebben bouwhuiswerk op orde
De bouw van nieuwe huizen in de Randstad blijft achter. Maar dat licht niet aan de provincies, stelt de Randstedelijke Rekenkamer.
Provincies hebben een kleine rol in de woningbouwopgave, maar niet onbelangrijk, stelt de provinciale rekenkamer. Zo bepalen provincies waar wel of niet gebouwd mag worden en stimuleren ze de woningbouw, bijvoorbeeld via afspraken in de Woondeals. Daarnaast krijgen provincies op basis van de Wet versterking regie volkshuisvesting, die deze maand gedeeltelijk in werking trad, een grotere rol bij de woningbouwopgave. Zo kunnen provincies straks gemeenten de opdracht geven meer betaalbare woningen in te plannen, als daar een tekort aan is.
Achterstand
In alle vier de onderzochte provincies loopt de bouw dus achter bij de doelen. In Flevoland bleef de teller in de jaren 2022 tot en met 2025 steken op 68 procent, ruim onder het landelijk gemiddelde van 78 procent. De rekenkamer constateert dan ook dat het doel van 40.000 nieuwe woningen in 2030 niet gehaald gaat worden. In Zuid-Holland is de achterstand met 65 procent zelfs nog wat groter. Daardoor is het doel van 250.000 nieuwe woningen in gevaar. Ook Utrecht (75 procent) en Noord-Holland (76 procent) lopen achter.
De achterstanden komen onder meer door de stikstofproblematiek, netcongestie, een gebrek aan geld en personeelstekorten bij de gemeenten. Het rijk en de gemeenten zijn primair aan zet om de woningbouw vlot te trekken en om die problemen op te lossen, stelt de rekenkamer.
Voldoende bouwlocaties
De provincies in de Randstad hebben hun deel van het werk wel op orde, constateert de Randstedelijke Rekenkamer. Zo zijn er in Zuid-Holland voldoende bouwlocaties aangewezen en vervult de provincie haar stimulerende rol op actieve wijze. De provincie heeft bijvoorbeeld subsidies verstrekt om het personeelstekort bij gemeenten op te lossen, en wijst ze ook gemeenten en het rijk op hun verantwoordelijkheden. De rapporten over Noord-Holland en Utrecht bevatten soortgelijke conclusies.
Flevoland stelt zich meer bescheiden op. Zo stelt de provincie geen geld beschikbaar om woningbouw te stimuleren. Op andere punten is de provincie wel actiever. Zo organiseert de provincie een ‘versnellingstafel’, waar gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen en netbeheerders overleggen over knelpunten. Flevoland zou haar bescheiden optreden wel beter moeten motiveren, aldus de rekenkamer.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.