De Sociaal-Economische Raad (SER) wil een nieuwe publiek-private organisatie oprichten om de verduurzaming van de land- en tuinbouw te versnellen en de stikstof-, klimaat- en natuurdoelen dichterbij te brengen. Volgens de raad is een structurele samenwerking tussen overheid, boeren, ketenpartijen, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties nodig om de vastgelopen landbouwtransitie weer op gang te krijgen.
SER wil publiek-private landbouwclub
De SER wil een nieuwe publiek-private organisatie oprichten om de landbouwtransitie te versnellen en stikstof- en klimaatdoelen te halen.
Verduurzaming stagneert
De SER presenteerde woensdag het advies Samenwerken aan een duurzaam en toekomstbestendig agrosysteem. Daarin concludeert de raad dat de verduurzaming van de landbouw de afgelopen jaren is gestagneerd. Boeren en tuinders hebben volgens de SER te maken met onzeker beleid, complexe regelgeving en een gebrek aan vertrouwen, waardoor investeringen in verduurzaming uitblijven.
De voorgestelde organisatie moet zich richten op kennisontwikkeling, innovatie, databeheer en het organiseren van collectieve actie. Ook moet zij een centrale rol krijgen bij de ontwikkeling en uitvoering van bedrijfsspecifieke duurzaamheidsdoelen en het delen van kennis tussen agrariërs en ketenpartijen. Volgens de SER kan zo meer uitvoeringskracht ontstaan en worden publieke en private verantwoordelijkheden beter op elkaar afgestemd.
‘Een nieuwe publiek-private organisatie kan de inspanningen bundelen, mits deze voldoende doorzettingskracht en duidelijk afgebakende taken heeft. Op die manier versnellen we het behalen van de gestelde doelen en versterken we de uitvoeringskracht’, stelt de Raad.
Over op doelsturing
Een belangrijk onderdeel van het advies is de overstap naar doelsturing. Daarbij legt de overheid vast welke resultaten bedrijven moeten behalen op het gebied van onder meer stikstof, klimaat, waterkwaliteit en biodiversiteit, terwijl agrariërs meer vrijheid krijgen om zelf te bepalen hoe zij die doelen bereiken.
De SER adviseert het Rijk om daarvoor bedrijfsspecifieke normen vast te stellen, uitgewerkt in routekaarten met duidelijke ijkmomenten. ‘Boeren en tuinders krijgen zo zelf meer ruimte om de maatregelen te nemen en de instrumenten in te zetten die het meest passend zijn voor hun bedrijf.’
Volgens de raad moet doelsturing wel worden gecombineerd met gebiedsgericht beleid. Provincies zouden daarom gebiedsregisseurs moeten aanstellen die integrale plannen opstellen voor landbouw, natuur en de bebouwde omgeving, binnen landelijke kaders en prioriteiten.
Kabinetsplannen
Het advies verschijnt enkele dagen nadat het kabinet een nieuw pakket stikstofmaatregelen presenteerde. Daarin is vastgelegd dat de landbouw in 2030 een kwart minder stikstof moet uitstoten. Rond kwetsbare Natura 2000-gebieden moet de uitstoot nog verder dalen. Volgens de SER is daarvoor meer nodig dan alleen innovatie. Afhankelijk van de situatie in een gebied moet ook worden ingezet op extensivering, bedrijfsverplaatsing en vrijwillige bedrijfsbeëindiging. Tegelijkertijd moet verduurzaming financieel aantrekkelijker worden gemaakt.
Verdienmodel
Daarvoor kijkt de SER nadrukkelijk naar de voedselketen. Leveranciers, verwerkers, supermarkten en andere afnemers zouden samen met boeren en de overheid moeten werken aan een betere afzet van duurzaam geproduceerde landbouwproducten. Ook pleit de raad voor langjarige afspraken, investeringen in scholing en betere financieringsmogelijkheden voor boeren die willen omschakelen.
Volgens de SER kan de landbouwtransitie alleen slagen wanneer overheid, sector en maatschappelijke organisaties langdurig samenwerken binnen een stabiele uitvoeringsstructuur. De voorgestelde publiek-private organisatie moet daarvoor het centrale platform worden en tegelijkertijd voorkomen dat samenwerking afhankelijk blijft van tijdelijke overlegtafels of losse regelingen.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.