‘Bouwen, bouwen, bouwen’ is het credo van het nieuwe kabinet. Maar die noodzakelijke stenen zijn voor lokale politici niet genoeg. ‘We moeten van bouwen, bouwen, bouwen naar wonen, wonen, wonen’, trapte de Amsterdamse lijsttrekker Sofyan Mbarki af bij de eerste ronde Het Grote Gemeentedebat, gistermiddag in Nieuwspoort.
Vuurwerk in debat lijsttrekkers grote steden
Tijdens het Grote Gemeentedebat konden ook lijsttrekkers van verschillende partijen uit verschillende gemeenten elkaar in de haren vliegen.
Alle knoppen open
In die ronde kruisten vier prominente lijsttrekkers van de G4 de degens over het voor kiezers belangrijkste onderwerp bij de verkiezingen: wonen. Twee andere lijsttrekkers, uit Almere en Doetinchem, mogen nog even wachten op de reservebank. Venita Dada-Anthonij (Utrecht, D66) ziet dat in haar stad ‘de keten vastzit’ en wil ‘aan alle knoppen draaien’ om die weer los te krijgen: binnen en buiten de stad. Ook van Richard de Mos (Hart voor Den Haag) moeten ‘alle knoppen open’, maar vooral om zo ‘sterke schouders’ (lees: mensen met middeninkomens) in de kwetsbare wijken van zijn stad te kunnen huisvesten.
Tekort aan betaalbare woningen
Hij liep daarmee al vooruit op de stelling waar alle vier zich over moesten uitspreken: of er om het woningtekort om te lossen vooral in het hogere segment moet worden gebouwd. Nee, vindt Mbarki, die in Amsterdam juist een groot tekort aan betaalbare woningen ziet en hoe nodig die voor de stad zijn om ‘mensen met cruciale beroepen’ (waarover zo meteen meer) te kunnen huisvesten. Dada-Anthonij ervaart anders dan haar Amsterdamse collega het hogere segment niet als ‘de vijand’ omdat het ook noodzakelijke doorstroming op de woningmarkt in gang zet. De Mos zet het debat meteen op scherp: hij ziet dat in Den Haag wijken met 70.000 mensen door hun ondergrens zakken. En ja, daar zijn dus weer die ‘sterke schouders’ nodig om de wijk uit het slop te trekken.
Valse tegenstellingen
Hij wordt daarin gesteund door Ronald Buijt (Leefbaar Rotterdam), die de spreidingswet hekelt die zijn stad naar zijn mening opzadelt met een onevenredig hoog aantal asielzoekers. Van de 1.760 de afgelopen vijf jaar bijgebouwde sociale-huurwoningen zouden volgens Buijt 1.757 bij statushouders zijn beland. ‘En de Rotterdammer zit intussen vast op zijn zolderkamertje. Je hebt het hogere segment nodig om als stad in balans te zijn.’ Maar waar bestaat dat ‘hogere segment’ precies uit? En bieden vluchtelingen ook geen nuttige extra handen in een zeer krappe arbeidsmarkt? Volgens Dada-Anthonij zijn er veel minder homogene groepen dan de heren om haar heen doen voorkomen en worden er door hen ‘valse tegenstellingen’ gecreëerd.
Geluid grote steden
Dat blijkt als het aan het slot van het debat nogmaals over de ‘cruciale beroepen’ gaat. Voor Mbarki is meer ‘sociale huur’ nodig om zo meer leerkrachten aan Amsterdam te kunnen binden. Sociale huur voor leerkrachten? Buijt en De Mos reageren verbaasd. Heeft Mbarki de salarisstijgingen in het onderwijs van de afgelopen jaren gemist? Nee, het enige waar de drie heren en dame het over eens zijn is dat het rijk er met zijn woonbeleid de afgelopen jaren een potje van heeft gemaakt. Dat er veel te weinig wordt geïnvesteerd in volkshuisvesting. En dat ze, zegt De Mos, ‘veel meer met z’n allen moeten optrekken’ om het geluid van de grote steden in Den Haag te laten klinken.
Wij zijn gewend in consensus te overleggen, dat is beter dan een polariserend referendum
Jeroen Berends, lijsttrekker CDA Doetinchem
Beter luisteren
De tweede debatronde is zonder Mbarki en Buijt en gaat over participatie en polarisatie met als centrale stelling: gemeenten moeten vaker doen wat inwoners willen. Is dat geen motie van wantrouwen tegen gemeenteraden, vraagt gespreksleider Nynke de Zoeten zich af. Volgens Jeroen Berends (Doetinchem, CDA), inmiddels aangeschoven, doen raadsleden ook aan participatie. ‘Voor zowel inwoners als raadsleden is participatie belangrijk.’ Lesley van Hilten (Almere, VVD) vindt dat er beter moet worden geluisterd naar de inwoners. Ze wijst op het gedaalde vertrouwen in de politiek. ‘Mensen herkennen stad niet meer. Ga de stad in en luister.’
Lokaal referendum
Berends vindt dat gemeenten niet zozeer moeten doen wat inwoners willen, maar ook het algemeen belang moet worden meegewogen. Er moet vooral naar burgers worden geluísterd. ‘De ene inwoner wil niet wat de andere inwoner wil.’ De oplossing hiervoor is volgens De Mos het lokaal adviserend referendum. ‘Dat is perfect!’ Hij wijst er fijntjes op dat de inwoners van Den Haag tegen betaald parkeren hadden gestemd. ‘En de wethouder killt het!’ Als De Mos het voor het zeggen had gehad, had hij zich bij de uitslag neergelegd, zegt hij.
Beloften nakomen
Van Hilten is ‘niet per se’ voor lokale referenda, ze gelooft meer in doen wat je belooft om het vertrouwen van inwoners te herstellen. ‘Principes hebben wij niet overboord gegooid. We zijn in de oppositie gegaan, want we waren tegen lastenverhoging. Dat was een belofte.’ Berends gunt De Mos zijn referenda, maar vindt overleg ook belangrijk. ‘Wij zijn gewend in consensus te overleggen, dat is beter dan een polariserend referendum.’ De Mos noemt het referendum een ‘feest voor de democratie’. ‘Hoe betaalt u dan die zwembaden?’, repliceert Berends. Zijn inwoners vinden referenda ‘niet noodzakelijk’.
Minder beroepsmogelijkheden
D66’er Dada-Anthonij is tegen de stelling. Ze is voor inspraak van burgers, maar gaat liever met hen in gesprek of beantwoordt hun mails. Burgerberaden vindt ze belangrijk voor participatie. ‘Begin daar vroeg mee, doe aan verwachtingsmanagement en neem inwoners ‘mee in het proces’. ‘We doen niet per se wat mensen willen, dus het is niet óf we gaan bouwen, maar wat. We moeten wel beter luisteren.’ Misbruik van participatie wil ze tegengaan. Als voorbeeld geeft ze één oude vrouw die juichte toen een rechter bepaalde dat 60 woningen niet achter haar huis mochten worden gebouwd. Ook Berends noemt de rechtsgang ‘een probleem’. Er ligt een hele stapel dossiers te wachten bij de Raad van State, weet hij. ‘Wij wachten al tien jaar op een vergunning voor een hotel. Het wordt hoog tijd voor minder beroepsmogelijkheden.’ Hilten ziet meer in het betrekken van inwoners ‘aan de voorkant’ bij het ontwikkelen van nieuwe gebieden.
Partijen uitsluiten
Tot slot mogen de lijsttrekkers zich in deze ronde uitspreken over hoe zij omgaan met partijen met ‘extremer gedachtengoed’. Dada-Anthonij is voor een boycot. ‘Ik wil niet samenwerken met groepen die democratie bedreigen. Ze maken deel uit van proces waar ze zelf tegen zijn.’ Maar wat betekent een boycot dan? ‘Ze hebben een achterban. Die vertegenwoordigen ze. Maar ik zal niet met ze in coalitie gaan.’ Volgens De Mos vloeien ‘gekkies’ die Anders Breivik een held noemen vanzelf af. ‘Wij sluiten geen partijen uit. We blijven in gesprek.’ Berends wil niet samenwerken met partijen die de democratie ondermijnen. Ook Hilten sluit niemand uit, behalve als ze bij een ‘extreme’ organisatie zitten.
De jeugdzorg loopt helemaal uit de pas. Daar moeten tientallen miljoenen bij
Ronald Buijt, lijsttrekker Leefbaar Rotterdam
Keuzes maken
Dan mogen weer vier van de zes lijsttrekkers aanschuiven bij de laatste debatronde over de krappe gemeentefinanciën en de keuzes die je dan als gemeente moet maken. Of moeten de lokale lasten verder omhoog om de gevolgen van toekomstige ravijnjaren te verzachten? Geld is volgens Berends voor zijn gemeente niet zozeer het probleem. ‘Het gaat om keuzes die je maakt.’
Grote klappen
Daar is Sofyan Mbarki het deels mee eens. ‘Gemeenten hebben niet alleen meer taken gekregen, maar ook minder geld na de decentralisaties.’ Zijn gemeente (Amsterdam) kan dat dragen: ‘Wij kunnen de toeristenbelasting verhogen. Maar we moeten ons zorgen maken over kleinere gemeenten waar ze minder knoppen hebben om aan te draaien.’
‘Eigenlijk is het ravijnjaar gewoon twee jaar naar achteren geschoven’, stelt Ronald Buijt. ‘In 2028 vallen alsnog de grote klappen. De jeugdzorg loopt helemaal uit de pas. Daar moeten tientallen miljoenen bij.’
Focus op kerntaken
Een grote stad heeft volgens Buijt soms een buffer, ‘maar als je als kleine gemeente drie complexe probleemgevallen hebt, is je hele budget weg.’ Van Hilten denkt dat het met scherpe keuzes grotendeels valt op te lossen. ‘Het is niet altijd fijn, maar je moet focussen op kerntaken.’ Ze ziet gemeenten die bezuinigen op schone straten en veiligheid, ‘maar wel geld hebt voor linkse hobby’s als diversiteitscoaches.’
Alles is doodgereguleerd
Ook Mbarki ziet dat gemeenten het sociaal domein strakker moeten organiseren. ‘Daar is heel veel marktwerking ingevoerd. Alles kost dan twee keer zoveel. We hebben het aantal jeugdwerkorganisaties nu teruggebracht van achttien naar vijf. Met anders organiseren kun je veel besparen.’
‘Als je heel veel aanbieders hebt, wordt er ook heel veel vraag gecreëerd’, vult Berendsen instemmend aan. En heel veel bureaucratie. ‘Inkoop en aanbesteding kost ongelofelijk veel mankracht’, besluit Buijt. ‘Het is zo ingewikkeld gemaakt dat we allemaal juristen in dienst moeten hebben. Alles is vanuit het rijk doodgereguleerd.’ In die oproep tot deregulatie kan iedereen zich vinden


Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.