De oude groeikernen Almere en Zoetermeer lijden aan groeipijn en lobbyen voor een eigen rijksprogramma. Volgens de gemeenten zijn de problemen inmiddels te groot om zelfstandig aan te pakken. Het zou niet de eerste keer zijn dat Den Haag een speciaal programma voor deze new towns optuigt. Wat is er na al die jaren daadwerkelijk veranderd?
Groeipijn in Almere en Zoetermeer
De oude groeikernen Almere en Zoetermeer lijden aan groeipijn en lobbyen voor een eigen rijksprogramma.
‘Nieuwe’ gemeenten willen eigen rijksprogramma
Zoetermeer mag dan een middelgrote stad zijn met nu ruim 130.000 inwoners, maar het oude dorpshart is altijd bewaard gebleven. Als de rokken van een ui is de huidige new town in zestig jaar tijd rond de aloude Dorpsstraat gegroeid. Aan deze allesbehalve grootstedelijke klinkerweg staat nog een herenhuis met sierlijk op de deurlijst ‘anno 1783’ geschreven.
Even verderop, op de kruising met de Delftse Wallen, bevindt zich de Oude Kerk met zijn omzuilde ingang. In de Napoleontische tijd is de eerste steen ervan gelegd door twee jongens van tien en één van elf jaar oud. Hoe zouden deze achttiende-eeuwers rondlopen tussen de huidige galerijflats en woontorens rond de plek waar zich ooit de dorpen Zoetermeer en Zegwaart bevonden?
Aan de andere kant van de Grote Dobbe, een bescheiden stadsvijver tussen het oude dorp en het stadscentrum van Zoetermeer, bevindt zich het stadhuis. Daar zit burgemeester Michel Bezuijen, die sinds 2020 de ambtsketen draagt. Door het grote raam is te zien hoe vlakbij wordt gebouwd aan een nieuwe woontoren. ‘Dat is voor Zoetermeerse begrippen heel hoog’, vertelt Bezuijen. ‘Wij hebben nog een enorme groeiopgave, maar wij kunnen niet meer uitbreiden aan de buitenkant. Wij moeten het allemaal binnenstedelijk doen.’ Naast hem zit Hein van der Loo, sinds drie jaar burgemeester van een andere new town: Almere. Zijn stad heeft 100.000 inwoners meer dan Zoetermeer, opstomend straks naar zelfs 300.000.
Sinds een aantal jaren trekt het tweetal samen op onder de vlag van de New Town Alliantie, met hun collega’s van Capelle aan den IJssel, Purmerend, Nieuwegein, Nissewaard en Helmond. Zij willen hun eigen rijksprogramma, omdat hun steden ernstig lijden aan groeipijn. In de jaren zestig en zeventig werden zij met een vinger op de kaart aangewezen als ‘groeikernen’, die moesten dienen als overloopgebieden voor de grotere steden in de buurt. Het dorp Zoetermeer moest Den Haag ontlasten. De lege Zuiderzeepolder die Almere nog was, moest verlichting bieden aan Amsterdam.
‘Selectieve migratie’
Die historische taak van toen brengt nu problemen met zich mee, vertellen de burgemeesters. Onder andere vanwege de economische malaise werd in die beginjaren tamelijk goedkoop gebouwd. Daarnaast zorgt die gelijktijdige bouw in zo korte tijd toen voor een grote vervangingsopgave nu. Ook kampen de groeikernen met ‘selectieve migratie’: in contrast met hoe het in de beginjaren was, leven er in de new towns steeds meer mensen met lagere inkomens, die zich de grotere stad in de regio niet kunnen veroorloven.
‘Wat mij nou zo opvalt, is dat in de groeikernen veel gestemd wordt op partijen waarvan we weten dat de kiezers daarvan gemiddeld pessimistischer zijn over hun leven en over waar het met de samenleving naar toe gaat’, vatte sociaal geograaf Josse de Voogd de problematiek anderhalf jaar geleden samen. ‘Maar aan het begin van deze eeuw werd in de groeikernen juist veel gestemd op partijen waarvan we weten dat de kiezers het meest optimistisch zijn.’
De Voogd sprak deze woorden uit in november 2024 in Nieuwspoort, naast de Tweede Kamer. Hij deed dat bij de overhandiging van een zorgwekkend rapport door de new town-burgemeesters aan de toenmalige minister van Volkshuisvesting Mona Keijzer (BBB). ‘We waren niet zo blij met de reactie van de minister, zal ik er maar meteen bij zeggen’, aldus burgemeester Bezuijen nu. ‘Want zij had zoiets van: het valt nog wel mee en ik zie niet echt de urgentie ervan.’
Wel werd afgesproken een zogenaamde ‘ex ante impactanalyse’ te laten opstellen, oftewel een maatschappelijke kosten-batenanalyse van een ambitieuze aanpak van de aloude groeikernen. Die analyse moet in september op papier staan. Inmiddels is ook Keijzers opvolger als minister, Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66), in Zoetermeer geweest.
We hebben toen een concreet bedrag van drie miljard euro genoemd
Michel Bezuijen
‘Ik zou alle new towns toewensen dat er een soort vernieuwingsfonds of revitaliseringsfonds, of wat dan ook, komt. Met een bijdrage van het rijk’, zegt burgemeester Van der Loo. ‘Dat je samen investeert in voorzieningen, in cultuur, in sport, maar ook in bedrijven en in infrastructuur. We hebben toen we bij Mona Keijzer dit rapport aanboden een grote financiële claim neergelegd.’ Van der Loo denkt ook dat die nodig is. Hij verwijst naar het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid, waar inmiddels, naar zijn inschatting, richting de miljard euro wordt uitgegeven. ‘Echt honderden miljoenen.’
‘We hebben toen een concreet bedrag van drie miljard euro genoemd’, voegt Bezuijen toe. ‘Men vond het niet zo leuk dat we al met bedragen strooiden. Maar wij hebben gezegd: als je alleen al naar de onderwijsvoorzieningen kijkt, en als we dat dan extrapoleren.’ ‘Klopt, valt Van der Loo bij. ‘En als je al die bruggen, huizen en scholen in één keer moet vervangen, dan telt het heel snel op.’
Leefbaarheid en veiligheid
Zowel Zoetermeer als Almere hebben al een Regio Deal met het rijk, maar dat is niet afdoende volgens de burgemeesters. Een probleem is dat beide gemeenten niet zijn opgenomen in het nieuwe Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De groeikernen Nieuwegein en Lelystad zijn dat wel. ‘Ik noem het rijk, en dat is niet beledigend bedoeld, een inktvis met een heleboel armen’, zegt Van der Loo. ‘Aan elke arm hangt potentieel geld voor wat je wilt bereiken. Je moet zorgen dat je al die armen een hand kunt geven.’
Ik noem het rijk een inktvis met een heleboel armen
Hein van der Loo
Opvallend genoeg zou het niet de eerste keer zijn dat het rijk een speciaal programma optuigt voor de oude groeikernen. Wie oude documenten leest uit de tijd van het kabinet-Balkenende IV (2007-2010), vindt erg veel herkenbaars. Ook toen werd gesproken over de grote vervangingsopgave, de teloorgang van sociale cohesie, en de noodzaak om nú te investeren om grotere problemen in de toekomst te voorkomen. (Almere-burgemeester Van der Loo tijdens het gesprek: ‘Liever nu investeren dan later repareren.’)
In 2009 kwam toenmalig minister van Wonen, Wijken en Integratie Eberhard van der Laan (PvdA) met een uitvoeringsagenda. In die tijd werd gesproken over de ‘Ortega-gemeenten’ Almere, Zoetermeer, Apeldoorn, Ede en Haarlemmermeer. Ze waren vernoemd naar Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn (ChristenUnie), die met een motie erop wees dat ook middelgrote steden rijksbeleid verdienen.
In Almere was Annemarie Jorritsma burgemeester, en in Zoetermeer Jan Waaijer. Hun huidige opvolgers kunnen niet goed vertellen hoe het met de toenmalige uitvoeringsagenda is afgelopen. ‘In de overlevering is mij verteld dat die aanpak is verzand, omdat er zoveel gemeenten bij betrokken raakten dat het niet meer een specifiek vraagstuk van de groeikernen was’, reageert Bezuijen. En later: ‘Ik heb dat niet meegekregen, zeg ik heel eerlijk.’ Ook Van der Loo zegt de agenda ‘niet in detail’ te kennen.
Kan het zijn dat de financiële crisis, die in 2008 losbarste, een stok in het wiel heeft gestoken? ‘Ik denk dat je gelijk hebt dat die een factor is geweest’, zegt Van der Loo. ‘Precies in die jaren hebben we het stadsdeel Almere Poort ontwikkeld, dat bij uitstek niet heeft gedaan waar wij nu voor pleiten. Dat is: laat je voorzieningen in de pas lopen met de woningen die je bouwt. Zorg dat er sportvelden zijn, zorg dat er voldoende winkels, schoolgebouwen en buurthuizen zijn. Dat dat niet is gebeurd, heeft alles te maken gehad met die crisis.’
Grotestedenbeleid
Het verwondert Maurice Cramers niet dat de bestuurders het beleid van destijds niet meer kennen, laat hij weten. In zijn boek De Haagse feitenfabriek: Het Nederlandse stedenbeleid in bedrijf schrijft de beleidsadviseur dat Nederland sinds de jaren vijftig een traditie kent van toegewijd stedelijk beleid. Variërend van de ‘Probleem Cumulatie Gebieden’ uit de jaren tachtig, het Grotestedenbeleid dat in 1994 onder premier Wim Kok (PvdA) begon, tot aan de Wijkenaanpak van ministers Ella Vogelaar (PvdA) en Van der Laan in de Balkenende-jaren vanaf 2008, en nu sinds 2022 het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
Dit laatste programma ontstond onder de ministers Kajsa Ollongren (D66) en Hugo de Jonge (CDA) in de kabinetten-Rutte III en IV (2017-2024), naar aanleiding van de tweejaarlijkse Leefbaarometer die het rijk aan de Tweede Kamer stuurt. Daaruit bleek in meerdere steden een teruggang. Het probleem is dat een wijziging van de politieke schijnwerpers ervoor kan zorgen dat het geheugen uit de overheidsinstanties verdwijnt. Na 2012 verdween de Wijkenaanpak van Vogelaar en Van der Laan politiek gezien stilletjes naar de achtergrond.
Na 2012 verdween de Wijkenaanpak stilletjes naar de achtergrond
Dat betekende dat ook het ambtelijke apparaat op het ministerie en bij de gemeenten zich heeft aangepast. De politieke urgentie was weg, net als het geld. Andere zaken vroegen de aandacht. Zo moet het ook gegaan zijn met de uitvoeringsagenda voor de new towns. Na een tijdje wist nauwelijks iemand meer wat een Ortega-gemeente is.
Nu na het einde van de Rutte-kabinetten de Haagse kaarten opnieuw geschud worden, komen er nieuwe lobby’s op gang. Getuige het nieuwe regeerakkoord blijft er minstens de komende tien jaar aandacht voor stedelijk beleid. Maar er is wel concurrentie.
Behalve de New Town Alliantie steekt namelijk ook de M50, de koepel voor middelgrote gemeenten, de hand op. Ook zij zijn bezorgd over leefbaarheid en veiligheid. ‘Ik snap het ook wel: iedereen is natuurlijk bezig om op die agenda te komen’, zegt Michel Bezuijen. ‘Maar wij hebben een heel goed verhaal: als je als rijk nu niet investeert, zeg je over tien jaar: het gaat helemaal niet goed in de groeikernen.’ Van der Loo: ‘Bovendien, Almere is als new town nog steeds de snelst groeiende stad van Nederland.’
Het contact zoeken met Kamerleden is nu cruciaal, al helemaal in de tijd van een minderheidskabinet. Het eerste succesje is al binnen: de motie van Tweede Kamerlid en Zoetermeerder Jeremy Mooiman (PVV), die oproept tot een speciale rijksstrategie voor de new towns, is vorige week aangenomen.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.