Twee jaar na de invoering van de Omgevingswet werken gemeenten steeds intensiever met de nieuwe regels. Maar er moet nog steeds veel gebeuren, blijkt uit een nieuw onderzoek naar de werking van de wet.
Gemeente went langzaam aan de Omgevingswet
Twee jaar na de invoering van de Omgevingswet werken gemeenten steeds intensiever met de nieuwe regels.
Door ‘confettikanon’ gaat overzicht verloren
Het zal nog wel even duren voordat het werken onder de Omgevingswet volledig is ingedaald in de verschillende overheidslagen. Dat beeld rijst op uit de tweede editie van de Monitor Werking Omgevingswet. Adviesbureau Haskoning is een van de bureaus die in opdracht van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening onderzoek deed naar de wet. Het bureau hield interviews met overheden en andere gebruikers van de Omgevingswet en organiseerde meerdere groepsbijeenkomsten.
Op de werkvloer moet er nog veel gebeuren om meer integraal beleid voor de leefomgeving te maken, zoals de filosofie is van de Omgevingswet. Ook worstelen ambtenaren nog steeds met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast wordt gezocht naar een oplossing voor het ‘confettikanon’. Daarmee wordt bedoeld dat nu binnen één project de verschillende vergunningen los van elkaar mogen worden aangevraagd. Daardoor raakt het overzicht verloren, vinden overheden. Opvallend is ook dat overheden geen versnelling van de vergunningverlening zien, terwijl dat wel een doel is.
Intensiever
Projectleider Laura van Moorsel van Haskoning leidde het onderzoek naar de Omgevingswet. ‘De rapportage over het afgelopen jaar laat zien dat gebruikers intensiever dan in 2024 met de wet en alle zes de kerninstrumenten werken’, zegt ze. Tot die kerninstrumenten behoren onder meer de omgevingsvisie, het -programma, het -plan en de -vergunning. Van de 342 gemeenten moesten er eind 2025 nog honderd een omgevingsvisie maken. Daarvoor hebben ze tot eind dit jaar de tijd. Gemeenten stelden 645 omgevingsplanwijzigingen vast: twee keer zo veel als in 2024. Er werd in vorig jaar 21 keer een projectbesluit vastgesteld, tegenover één keer het jaar ervoor.
Werkcultuur
Hoewel de instrumenten van de Omgevingswet dus vaker gebruikt worden, veranderde de werkcultuur bij gemeenten, provincies en waterschappen nog niet sterk. ‘Overheden proberen dat wel echt te laten landen’, vertelt Van Moorsel, die ook graag de vooruitgang benadrukt in het afgelopen jaar. ‘Dan heb ik het over die samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving.’
Overheden willen wel, maar zijn er nog niet
Wel lopen gemeenten nog tegen vragen aan, omdat de portefeuilles van bestuurders nog steeds sectoraal zijn ingericht. ‘Het is een uitdaging om dat samen te brengen. Wel worden er steeds meer projectgroepen over die verschillende afdelingen ingericht. Ook ervaren overheden het samenwerken in die teams als meerwaarde.’
BOPA
Opvallend is dat overheden veel werken met BOPA-vergunningen: vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Die geven de mogelijkheid om relatief snel een vergunning te verlenen zonder direct het omgevingsplan te hoeven wijzigen. Van Moorsel: ‘De gemeenten die wij hebben gesproken, vinden het doorvoeren van een omgevingsplanwijziging vaak complex. Maar het kan zijn dat ze daarmee een last opschuiven: vanaf 2032 moeten de meeste BOPA-vergunningen voor een permanente activiteit vijf jaar nadat zij onherroepelijk zijn, in het omgevingsplan worden opgenomen.’
Tot slot geeft de Omgevingswet aan decentrale overheden meer ruimte voor eigen bestuurlijke afwegingen. Maar daar is in 2025 ‘nog niet grootschalig’ gebruik van gemaakt, zegt Van Moorsel. ‘Het algemene beeld is dat overheden dat wel willen, maar gewoon nog niet op dat punt zijn aangekomen. Zeker gemeenten hebben mogelijkheden om maatwerkregels in het omgevingsplan op te nemen en af te wijken van landelijke regelgeving. Maar zij zeggen: wij zitten nog volop in de transitiefase.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.