De diagnose is gesteld. Tijd voor behandeling.
Van weten naar doen.
Na jaren van onderzoek weten we wat energiearmoede veroorzaakt en wat we ertegen moeten doen. De grootste uitdaging is nu niet meer inzicht, maar uitvoering.
In de afgelopen jaren zijn er tientallen onderzoeken verschenen over energiearmoede. De vraag dringt zich op: waar ligt de grootste winst voor de komende jaren? In nóg meer onderzoek, of in meer mensen die daadwerkelijk bij de huishoudens thuis komen?
Laat ik vooropstellen: zonder onderzoek waren we nooit gekomen waar we nu staan. Dankzij onder meer TNO, SCP, CBS, Berenschot, kennisinstellingen, gemeenten en uitvoeringsorganisaties weten we inmiddels veel meer over energiearmoede dan vijf jaar geleden.
We weten welke huishoudens het grootste risico lopen. We weten dat energiearmoede veel verder gaat dan een hoge energierekening alleen. Het raakt gezondheid, welzijn, bestaanszekerheid en maatschappelijke participatie. We weten dat slecht geïsoleerde woningen vaak samengaan met lage inkomens. We weten dat een aanzienlijk deel van de doelgroep niet vanzelf gebruikmaakt van regelingen en ondersteuning.
En misschien nog wel belangrijker: we weten inmiddels ook welke aanpak werkt.
Persoonlijk contact. Hulp aan huis. Vertrouwde gezichten in de wijk. Lokale netwerken die bewoners kennen. Praktische ondersteuning die aansluit bij de werkelijkheid van alledag.
Vrijwel ieder onderzoek van de afgelopen jaren wijst in dezelfde richting.
De vraag is dus niet langer wat werkt. De vraag is waarom we zoveel energie blijven steken in het bevestigen van wat we eigenlijk al weten.
De verleiding van het volgende onderzoek
Dat is geen verwijt aan onderzoekers of beleidsmakers. Integendeel.
Onderzoek helpt gemeenten om beleid te onderbouwen, budgetten te verantwoorden en keuzes zorgvuldig af te wegen. Dat is belangrijk, zeker in een tijd waarin gemeenten steeds meer taken krijgen en de financiële ruimte onder druk staat.
Toch schuilt daarin ook een risico. Namelijk dat onderzoek een veilige tussenstap wordt tussen probleem en oplossing.
Eerst nog een analyse. Dan een verkenning. Daarna een pilot. Vervolgens een evaluatie van de pilot. En daarna wellicht een vervolgonderzoek. Ondertussen verandert er voor veel huishoudens weinig. Zij zitten nog steeds in een slecht geïsoleerde woning. Nog steeds met een energierekening die een onevenredig groot deel van het inkomen opslokt. Nog steeds met vragen waar zij zelf geen antwoord op weten.
De realiteit is dat energiearmoede inmiddels veel minder een kennisvraagstuk is dan een uitvoeringsvraagstuk.
De grootste uitdaging heet bereik
Vrijwel iedere gemeente kent hetzelfde dilemma. Hoe bereiken we de inwoners die onze hulp het hardst nodig hebben? Dat blijkt in de praktijk veel moeilijker dan het opstellen van beleid.
Mensen in energiearmoede reageren niet altijd op een brief van de gemeente. Zij schrijven zich niet vanzelf in voor een regeling. Zij bezoeken niet dagelijks gemeentelijke websites. Vaak spelen schaamte, wantrouwen, stress of simpelweg andere zorgen een rol.
Juist daarom blijkt persoonlijke ondersteuning zo effectief. Niet omdat de maatregelen ingewikkeld zijn, maar omdat iemand daadwerkelijk de tijd neemt om naast bewoners te gaan zitten. Om uit te leggen. Om vertrouwen op te bouwen. Om mensen stap voor stap mee te nemen.
Daar zit de echte uitdaging. Niet in het schrijven van nog een rapport over bereik. Maar in het organiseren van bereik.
Goeree-Overflakkee laat zien wat er mogelijk is
Een goed voorbeeld is de gemeente Goeree-Overflakkee. Ook daar wist men allang dat energiearmoede een probleem was. Net als veel andere gemeenten beschikte men over cijfers, analyses en inzichten. De vraag was niet langer wie hulp nodig had. De vraag was hoe die mensen bereikt konden worden.
Daarom werd gekozen voor uitvoering. Met ondersteuning vanuit de SPUK-regeling werd een lokale aanpak opgezet waarin energiehulpen beschikbaar zijn om huishoudens thuis te bezoeken en te begeleiden.
Het resultaat is concreet. Van de ongeveer 1.800 huishoudens die eerder in beeld kwamen via de energietoeslag zijn inmiddels circa 400 huishoudens bereikt. Dat betekent dat ruim één op de vijf huishoudens uit de doelgroep daadwerkelijk ondersteuning heeft ontvangen.
Natuurlijk is daarmee niet iedereen geholpen. Maar het voorbeeld laat wel zien wat er gebeurt wanneer gemeenten investeren in mensen die achter de voordeur komen. Niet een extra analyse zorgde voor dat bereik, maar uitvoeringskracht. En juist dat is de les die veel gemeenten kunnen gebruiken.
Van weten naar doen
De energietransitie zal uiteindelijk niet slagen op basis van beleidsstukken alleen. Succes wordt bepaald door wat er daadwerkelijk gebeurt achter de voordeur. Dat betekent niet dat onderzoek overbodig is geworden. Nieuwe inzichten blijven nodig. Er zullen altijd vragen blijven die nader onderzoek verdienen. Maar de balans verdient aandacht.
Voor iedere euro die we investeren in het verder analyseren van energiearmoede, zouden we onszelf de vraag moeten stellen hoeveel huishoudens we vandaag daadwerkelijk helpen.
De diagnose is gesteld. Nu is het tijd voor behandeling. Niet in een rapport. Maar aan de keukentafel.
Auteur kennisbijdrage: Marieke Vollering is directeur van Stichting Energiebank Nederland.
Meer weten?
Hulp nodig als gemeente met het organiseren of verbeteren van een effectief bewezen aanpak van energiearmoede? Stichting Energiebank Nederland helpt. We ondersteunen gemeenten met de lokale analyse van het netwerk dat er al is, organiseren samenwerkingen met welzijnsorganisaties en zetten de aanpak neer waar dat nog nodig is. Zonder winstoogmerk, vanuit onze missie dat iedereen mee moet kunnen doen met de energietransitie.
Neem gerust contact met ons op voor meer informatie.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.