Daar bij het Gelderse plaatsje Lobith stroomt de machtige Rijn ons land binnen. Deze rivier is een zegen voor ons land, maar ook een beetje een vloek. Neem meetpunt 39, vlakbij Lobith, waarover de Algemene Rekenkamer schrijft in haar nieuwe rapport over industriële stoffen in de Nederlandse rijkswateren.
Algemene Rekenkamer ziet vooral stilstand in chemische waterkwaliteit
Het meetpunt bij Lobith toont: Nederland is toch een afvoerputje.
De Rekenkamer keek op 61 meetpunten naar vijftien stoffen. In het Rijnwater dat bij Lobith ons land binnenstroomt, overschrijden tien hiervan de norm van de Kaderrichtlijn Water. Denk aan de ‘brandvertrager’ PBDE, de PFAS-soort PFOS, een zwaar metaal als kwik, of aan een PAK als fluorantheen die ontstaat bij slechte verbranding. Onze delta is dan toch een afvoerput voor andere landen.
Middenmotor
Tot zo’n vijf jaar geleden was Nederland binnen de Europese Unie een middenmotor wat betreft de chemische kwaliteit van oppervlaktewateren, schrijft de Rekenkamer. In 2021 had Nederland 10 procent ervan in een goede chemische staat, te vergelijken met 0 procent in landen als Zweden, België, Oostenrijk en Duitsland. Maar het Waterkwaliteitsportaal, dat alle gegevens van de Kaderrichtlijn Water bijeenbrengt, toont dat Nederland nu nog maar zit op 3 procent. ‘Een belangrijke nuancering daarbij is dat in Nederland relatief goed wordt gemeten en dat het daardoor moeilijk is om te vergelijken met andere landen’, nuanceert de Algemene Rekenkamer wel. ‘Dit geeft de Europese Commissie ook aan.’
Het verloop
Bovendien garandeert een slechtere score niet dat de chemische waterkwaliteit daadwerkelijk veranderd is, omdat ook binnen de Kaderrichtlijn Water de normen soms bijgesteld worden. Om een beter beeld te krijgen van het verloop van de chemische kwaliteit in de rijkswateren heeft de Algemene Rekenkamer op 61 locaties metingen gedaan, gericht op vijftien van de 45 chemische stoffen die binnen de Europese Unie als ‘prioritair’ gelden. Met name deze vijftien hebben de industrie als voornaamste bron. ‘De aanwezigheid van de andere dertig stoffen is waarschijnlijk sterker te wijten aan andere factoren, zoals de landbouw of verkeer en vervoer.’ Met die metingen zijn regressieanalyses gedaan, zodat de Rekenkamer een beeld kreeg van het verloop van stoffen van 2012 tot en met 2024.
In die periode laat één stof vooruitgang zijn, drie stoffen tonen achteruitgang, en negen stagnatie. Twee resterende stoffen komen simpelweg te weinig in de metingen voor. Cadmium voldoet overal aan de norm, evenals trichloorbenzeen. Maar waar de eerste in aanwezigheid afneemt, gebeurt bij de tweede het omgekeerde. De zware metaal kwik overschrijdt bijna overal de norm.
Het aandeel
Het nu gepubliceerde Rekenkamerrapport is nog gelezen door Robert Tieman, in kabinet-Schoof de laatste minister van Infrastructuur en Waterstaat. In zijn bestuurlijke reactie relativeert hij het belang van de industriële lozingen in Nederland voor de vervuiling van de rijkswateren. Hij schrijft: ‘Het aandeel van de lozingen [in] de totale concentratie van in de rijkswateren aanwezige stoffen is namelijk relatief klein, veel groter zijn o.a. de bijdragen vanuit het buitenland en de landbouw.’ Daarbij verwijst hij naar een recente publicatie van adviesbureaus RoyalHaskoningDHV en Waardenburg Ecology, in opdracht van Rijkswaterstaat.
Zij op hun beurt baseerden zich op niet nader genoemde gegevens van de Emissieregistratie van de rijksoverheid. ‘Hoewel het dus noodzakelijk is vergunningen zo actueel mogelijk te hebben, blijft het belangrijk te beseffen dat de industriële lozingen (uitgaande van KRW-probleemstoffen) veelal een kleine bron zijn ten opzichte van andere bronnen’, noteerden de adviesbureaus in hun rapport.
Problemen bij Rijkswaterstaat
Als het gaat om rijkswateren, dan is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor de vergunningverlening en handhaving van lozingen. De Algemene Rekenkamer is behoorlijk kritisch op deze uitvoeringsorganisatie, maar geeft tegelijkertijd toe dat Rijkswaterstaat veel van de tekortkomingen vorig jaar zomer ook zelf heeft erkend in een interne evaluatie. Rijkswaterstaat loopt namelijk behoorlijk achter op het nakijken van alle vergunningen voor lozingen, om te zien of die nog voldoen aan de meest recente normeringen voor probleemstoffen. Daarnaast zijn de informatiesystemen onvolmaakt en is er ontevredenheid over het algehele toezicht op lozingen door industriële bedrijven.
Milieugevolgen
Voormalig minister Robert Tieman erkent dit in zijn bestuursreactie, maar zegt dat alsnog niet verwacht mag worden dat de waterkwaliteit enorm zal verbeteren als alle vergunningen wel voldoen aan de nieuwste eisen. ‘In geen enkel geval was het bij het herzien noodzakelijk om direct in te grijpen vanwege milieugevolgen’, zegt hij over de actualisaties die tot nu zijn gedaan. ‘De verwachting is dan ook niet dat het actualiseren van lozingsvergunningen leidt tot een aanzienlijke waterkwaliteitsverbetering.’
PFAS?
De rijkswateren zijn onder andere belangrijk omdat er een groot deel van de drinkwatervoorziening uit wordt geput, zoals uit de Maas, de Rijn en het IJsselmeer. Af en toe zijn er innamestops vanwege chemische vervuilingen. Een belangrijke ontwikkeling is de een paar jaar geleden flink verscherpte drinkwaterrichtwaarde voor PFAS. Die richtlijn is nu 4,4 nanogram per liter. Een nanogram is één miljardste gram. Als die norm verplicht wordt, heeft dat grote gevolgen voor de drinkwaterbedrijven. De huidige wettelijke bovengrens is 100 nanogram per liter.

Reacties: 1
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Buitengewoon interessant en relevant dat hier niet gerept wordt over de problemen die stikstof en nitraten veroorzaken (nauwelijks!), waar de landbouw zich schuldig aan maakt..... Die andere 15 anorganische stoffen zijn "prioritair" en veel lastiger te zuiveren dan de organische/biologische stoffen die de landbouw uitstoot. En zo is het maar net. Maar in Den Haag en in de media wordt steevast de landbouw beschuldigd.