De rechtbank Midden-Nederland blijft dwangsommen opleggen aan de Dienst Toeslagen wanneer die niet tijdig beslist over aanvullende compensatie voor gedupeerde toeslagenouders. Daarmee wijkt de rechtbank bewust af van een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste algemene bestuursrechter.
Rechtbank trotseert Raad van State met dwangsommen toeslagenaffaire
De rechtbank Midden-Nederland blijft dwangsommen opleggen aan de Dienst Toeslagen en gaat daarmee rechtstreeks in tegen de Raad van State.
Volledig vastgelopen
De Raad van State oordeelde op 3 juni dat de besluitvorming over de werkelijke schade van toeslagenouders volledig is vastgelopen. De hoge dwangsommen die de Dienst Toeslagen moest betalen, leidden volgens de Afdeling niet tot snellere besluiten. Bovendien werden door rechters gestelde termijnen op grote schaal niet nageleefd. Onder die omstandigheden zou het opleggen van een financiële prikkel averechts werken, oordeelde de Raad van State.
Gedupeerden van de toeslagenaffaire hebben recht op een algemene compensatie van 30.000 euro. Ouders die meer schade hebben geleden, kunnen daarnaast een vergoeding voor hun werkelijke schade aanvragen. De Dienst Toeslagen moet bepalen hoeveel aanvullende compensatie zij ontvangen, maar doet daar doorgaans veel langer over dan de wettelijke termijn.
Duidelijkheid en houvast
De rechtbank Midden-Nederland erkent dat de besluitvorming ernstig is vertraagd, maar komt tot een andere juridische afweging. Volgens de rechtbank biedt de wet de bestuursrechter geen mogelijkheid om in een procedure wegens niet tijdig beslissen geen dwangsom op te leggen.
Zonder dwangsom hebben ouders bovendien geen middel meer om af te dwingen dat de overheid een rechterlijke uitspraak naleeft. Dat raakt volgens de rechtbank aan een belangrijk rechtsbeginsel. Ook betwijfelt zij of het schrappen van dwangsommen ertoe leidt dat minder ouders naar de rechter stappen. De ervaring is juist dat ouders procederen omdat zij duidelijkheid en enig houvast willen over het moment waarop zij een besluit kunnen verwachten.
De rechtbank heeft in drie zaken een nieuwe beslistermijn vastgesteld. De Dienst Toeslagen krijgt 66 weken, gerekend vanaf het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van 52 weken. Wordt ook die termijn overschreden, dan moet de dienst 50 euro per dag aan de betrokken ouder betalen, met een maximum van 15.000 euro.
Onrealistisch kort
De nieuwe beslistermijn is niet willekeurig gekozen. De rechtbank baseert zich op cijfers die de Raad van State zelf noemde in de uitspraak van 3 juni. De gemiddelde doorlooptijd bij de Dienst Toeslagen bedroeg in 2025 827 dagen, ruim 118 weken. Trekt de rechtbank daar de wettelijke beslistermijn van 52 weken van af, dan resteert een nadere termijn van 66 weken. De rechtbank wijst er bovendien op dat de Afdeling haar eerdere termijn van 60 weken al ‘onrealistisch kort’ noemde.
Zeer uitzonderlijke stap
De rechtbank beseft dat het ‘zeer uitzonderlijk’ is om de lijn van de hoogste bestuursrechter niet te volgen. Zij verwijst echter naar het belang dat de Raad van State na de toeslagenaffaire zelf heeft toegekend aan tegenspraak, juridische dialoog en het signaleren van knelpunten.
Nederland kent geen formeel bindend precedentenstelsel. Een lagere rechter kan daarom in een nieuwe zaak afwijken van de Raad van State als daarvoor zwaarwegende juridische argumenten, afwijkende omstandigheden, hoger recht of nieuwe inzichten bestaan en die afwijking uitvoerig wordt gemotiveerd. De rechtbank mag dus afwijken wanneer aan die voorwaarden is voldaan. Of haar motivering standhoudt, kan uiteindelijk in hoger beroep worden beoordeeld, door de Raad van State.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.