Veel gemeenten geven geld dat ze innen bij lange na niet uit. Door 100.000-plus gemeenten wordt regelmatig zelfs meer dan 25 procent van de extra beschikbare middelen niet besteed.
Kwart geld gemeenten blijft op plank liggen
Bezuinigingen om de begroting sluitend te krijgen, blijken achteraf onnodig. Of: achteraf gezien hadden de belastingen wel wat lager gekund.
Pessimistisch
Die eindbalans valt op te maken uit een gezamenlijk onderzoek van 119 lokale rekenkamers met de Radboud Universiteit Nijmegen naar onderbesteding. Het zogeheten Doe Mee-onderzoek Schipperen tussen crises en ambitie werd vandaag gepresenteerd. ‘Gemeenten zijn heel pessimistisch in de begroting terwijl elk jaar de werkelijke baten duidelijk boven de begrote baten liggen’, zo stellen de onderzoekers vast.
Personeelstekort
Dat gemeenten (veel) minder geld uitgeven dan begroot, heeft diverse oorzaken. De belangrijkste is dat ze vaak pas laat in het jaar extra middelen krijgen van het rijk. In dat stadium kunnen ze lang niet altijd meer worden besteed, vanwege de benodigde doorlooptijd van gemeentelijke besluitvorming. Overschotten op de gemeentelijke begroting zijn echter ook terug te voeren op andere factoren. Tekort aan personeel is er een van. Door onderbezetting in de ambtelijke capaciteit, blijft de uitvoering van projecten liggen. Bij kleine gemeenten komt dat overigens meer voor dan in grote gemeenten. ‘Maar’, aldus de onderzoekers, ‘het is wel een zich herhalend verschijnsel.’
Planningsoptimisme
De bevindingen van de rekenkameronderzoekers wijzen ook in de richting van planningsoptimisme en vertraging. Zo is er bij de 100.000-plus gemeenten – de G40 – op een breed terrein sprake van lagere afschrijvingen, of het nu gaat om wegen (-10 procent), woningbouw, schoolgebouwen, sportaccommodaties of riolen (-3,2 procent). Dat wijst op vertragingen in investeringen. Een ander signaal is – behalve bij de kleinere en plattelandsgemeenten – de dalende gronduitgiftes. Dat werkt door in lagere rentelasten in de orde van grootte van bijna 5 euro per inwoner per jaar: door meevallers op de rekening blijft kasgeld over. Die rentebaten vallen ook positief uit vanwege de oplopende rente vanaf 2022 en zeker ook de toename van al dat rijksgeld dat nog niet is besteed. Eigenlijk kent alleen de individuele jeugdzorg als belangrijke post bij de rekening in zeven van de acht jaren nog tegenvallers.
Voorzichtig ramen
Wat verder opvalt is dat decentrale besturen – ook is gekeken naar provincies en waterschappen – de eigen baten doorgaans erg voorzichtig ramen. ‘Op lokaal niveau zijn inschattingen van baten soms ook te conservatief’, aldus de onderzoekers. Het blijkt dat belastingen – met uitzondering van de ozb – regelmatig worden onderschat. Dat geldt bijvoorbeeld voor leges, parkeer- en huuropbrengsten. Wat die huuropbrengsten betreft gaat het met name om sport- en onderwijsvastgoed. Dat is volgens de onderzoekers des te meer verrassend, omdat mag worden verwacht dat huurcontracten bekend zijn. Voor heel Nederland – exclusief de G4 – gaat het om afwijkingen (tussen oorspronkelijke raming en resultaat) van gemiddeld 9 procent per jaar voor leges en 3 procent per jaar voor huren.
Leges
De leges en verkoopopbrengsten op het beleidsterrein ‘Ruimte & Wonen’ worden volgens de rekenkamers in de begrotingen van de G40 gemiddeld met tientallen procenten onderschat. Gemiddeld gesproken over de hele periode gaat dat om bijna 30 procent extra leges-baten. Ook de raming van baten op het terrein Verkeer & Vervoer kent structurele onderschattingen: de feitelijke opbrengst is gemiddeld ongeveer twee keer zo hoog ‘en komt niet van rijk of provincies.’
Dat geldt overigens niet alleen voor de G40, maar ook voor de middelgrote gemeenten: in vrijwel alle jaren waren de baten uit (bouw)leges ruimschoots hoger dan geraamd: gemiddeld gesproken gaat dat sinds 2018 om ruim 35 procent extra leges-baten. Daar komt dan nog eens een structurele onderschatting van verkoopopbrengsten bij: voor ‘Wonen’ ongeveer het 50 procent hoger is en voor ‘Ruimte’ zelfs het dubbele van wat in de begroting is opgenomen.
Onnodige bezuinigingen
Die financiële ‘meevallers’ betekenen volgens de onderzoekers in de praktijk vaak dat eerdere bezuinigingen om de begroting sluitend te krijgen, achteraf onnodig waren, of dat achteraf gezien de belastingen wel wat lager hadden gekund.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.