De onderhandelingen over het sociaal domein verlopen nog altijd moeizaam en de VNG heeft haar jaarlijkse begrotingsadvies uitgebracht. Wie dat advies goed leest, kan een ongemakkelijk gevoel bekruipen: wat de VNG adviseert, staat op gespannen voet met de regels die gemeenten geacht worden te volgen. En financieel adviseurs wijken nu eenmaal niet graag af van de regels.
Begrotingsadvies: verstoppen we het probleem of niet?
Het is weer die tijd van het jaar. Gemeentebegrotingen worden opgesteld, besproken, bijgesteld en bestuurlijk behandeld.
De VNG adviseert voor 2028-2030 drie stelposten op te nemen: voor de aanvullende jeugdmaatregelen, voor het oordeel van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd en voor de afschaffing van de huishoudelijke hulp. Het politieke argument is principieel verdedigbaar: medebewind komt voor rekening en risico van het Rijk, zoals is vastgelegd in artikel 108, derde lid, van de Gemeentewet. Tot zover prima.
Maar de Commissie BBV is helder: stelposten zijn alleen toegestaan als ze goed zijn onderbouwd en aansluiten bij reële verwachtingen. Een stelpost die een tekort neutraliseert omdat je hoopt op compensatie door het Rijk, is geen reële raming. Dat is een wens. Ook de toezichthouder laat er geen misverstand over bestaan: provinciale begrotingscirculaires bepalen dat deze stelposten niet worden meegenomen in het structurele begrotingsbeeld.
Toch heeft onder meer de provincie Gelderland hierop op 16 juni 2026 een aanvulling gepubliceerd. Daarin staat dat zij voor de jeugdzorg een budgettair neutrale verwerking toestaat. Wel merkt de provincie deze verwerking aan als risicovol. De stelpost voor de Deskundigencommissie accepteert zij niet: de toezichthouder corrigeert deze op het structurele begrotingssaldo.
Hoe realistisch is het om een stelpost op te voeren voor de resterende tekorten in de jeugdzorg? Wie bepaalt de omvang? Zijn er richtlijnen voor de invulling? Het lijkt erop dat iedere gemeente die omvang zelf mag bepalen, op basis van een realistische inschatting. Of de toezichthouder ook iets gaat vinden van het realiteitsgehalte van die inschattingen, is nog onduidelijk. Dat lijkt me overigens evident.
Een stelpost die een tekort neutraliseert omdat je hoopt op compensatie door het Rijk, is geen reële raming. Dat is een wens
Ik begrijp de wens om door toenemende tekorten in de jeugdzorg niet op andere beleidsvelden te hoeven bezuinigen. Maar misschien kunnen we de tekorten gewoon laten zien? Een vraag die te weinig wordt gesteld: waarom zou je de jaren 2028-2030 überhaupt sluitend willen maken als een sluitende begroting voor 2027 al voldoende is voor repressief toezicht? Zeker nu financiering vanuit het Rijk voor gemeenten steeds vaker incidenteel lijkt te zijn en daarmee niet bijdraagt aan een meerjarig sluitend begrotingsbeeld.
Een meerjarenbegroting is natuurlijk niet alleen een toezichtdocument. Het is ook het sturingskader van de gemeenteraad. Dan is een structureel positief meerjarig beeld prettig. Maar hoe bereiken we dat zonder de werkelijkheid te verhullen? Maak 2027 structureel en reëel sluitend, zonder creatieve stelposten. Laat voor 2028 en daarna zien wat de verwachte lasten zijn, welke maatregelen worden genomen en waar het gat zit. Poets dat tekort niet weg, maar maak het zichtbaar en licht het toe. Maak duidelijk dat gesprekken met het Rijk lopen, dat gemeenten mogelijk extra geld ontvangen en dat daarom voorlopig bewust wordt afgezien van bezuinigingen. Licht ook toe waarom voor latere jaren stelposten zijn opgenomen.
Geef onderbouwde stelposten een duidelijke plek in de financiële overzichten. Neem alleen stelposten op waarvoor de toezichthouder expliciet groen licht heeft gegeven en overleg vóór indiening actief met de provincie. Leg raadsleden uit wat stelposten zijn, hoe ze zijn onderbouwd en waar ze in de begroting staan. Zij moeten scherp kunnen zien waar de grootste risico’s zitten. Verstop die niet.
Reacties: 1
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Voor zover bekend gaat het niet bij alle Gemeenten om risico's; er zouden ook voordeel-Gemeenten zijn. Er kan daarom ook voor een andere methode worden gekozen namelijk 'gewoon niet meer uitgeven dan er inkomt' zolang het Rijk -als volledige risicodrager voor medebewind- geen oplossing creëert voor verrekening van deze jaarlijkse uitgaven.
Kortom, Gemeenten en/of de VNG moeten veel assertiever reageren op onbehoorlijke bestuursrechterlijke constructies van het Rijk.