De provinciale belastingdruk is in 2026 voor de meeste automobilisten gestegen, al blijven de verschillen tussen provincies groot. Provincies halen hun meeste belastinginkomsten uit de opcenten op de motorrijtuigenbelasting, zo’n 97 tot 99 procent. De rest komt uit grondwaterheffingen en leges. De opcenten op de motorrijtuigenbelasting stijgen gemiddeld met 1,9 procent. Dat komt neer op ruim vier euro extra per jaar. Dat blijkt uit de Atlas van de Lokale Lasten 2026 van onderzoeksinstituut COELO.
Automobilist duurder uit, maar niet in Gelderland
Provinciale lasten stijgen gemiddeld 1,9 procent in 2026. Noord-Holland stijgt het hardst, maar blijft de goedkoopste.
Een automobilist met een gemiddelde personenauto (benzine, circa 1.200 kilo) betaalt dit jaar gemiddeld 252 euro aan zijn provincie. Vijf van de twaalf provincies laten het tarief ongewijzigd: Groningen, Fryslân, Drenthe, Overijssel en Zeeland. De overige provincies verhogen wel.
Noord-Holland stijgt het hardst
De grootste stijger is Noord-Holland, met een tariefverhoging van 6,1 procent (13 euro). Daarmee komt het bedrag voor de gemiddelde auto uit op 227 euro. Dat is ondanks de forse stijging nog altijd het laagste tarief van alle provincies. Noord-Holland was ook vorig jaar al de goedkoopste provincie.
Limburg volgt als tweede stijger met een verhoging van 3,1 procent (ruim vijf euro), in de provinciale begroting omschreven als inflatiecorrectie. Zuid-Holland (+2,9 procent) en Utrecht (+2,6 procent) verhogen eveneens, net als Noord-Brabant (+2,5 procent) en Flevoland (+1,0 procent).
Gelderland is de enige provincie die het tarief verlaagt: met 2,9 procent (ruim twee euro). Vorig jaar verhoogde Gelderland nog het sterkst van alle provincies, waarna de Provinciale Staten via een motie besloten om ditmaal juist een korting te verlenen bovenop de inflatiecorrectie. Dat zorgt per saldo voor een daling.
Opvallend verschijnsel
Wie de absolute bedragen vergelijkt, ziet een kloof van ruim 60 euro. Zuid-Holland blijft de duurste provincie: automobilisten betalen daar 289 euro. Noord-Holland en Overijssel zijn met 227 euro het goedkoopst.
COELO wijst in het rapport op een opvallend verschijnsel: gemeenten corrigeren hun ozb-tarieven doorgaans neerwaarts als de WOZ-waarden stijgen, maar provincies passen hun opcenten nauwelijks aan voor de groei van hun belastinggrondslag. Dat is inhoudelijk moeilijk te rechtvaardigen, aldus de onderzoekers.
De tariefstijging mag dan maar 1,9 procent zijn, toch stijgt de totale opbrengst uit de provinciale opcenten met zo’n 10 procent. Die stijging is te verklaren doordat eigenaren van elektrische auto’s sinds 2025 weer motorrijtuigenbelasting betalen. Tot en met 2024 betaalden eigenaren van volledig elektrische auto’s helemaal geen wegenbelasting. Dat was een tijdelijke stimuleringsmaatregel om elektrisch rijden te bevorderen. In 2025 gold nog een korting op de wegenbelasting van 75 procent en in 2026 van 30 procent. Vanaf 2030 vervalt die korting helemaal.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.