Voormalig staatssecretaris voor digitalisering Zsolt Szabó en techexpert Bert Hubert vinden elkaar in hun kijk op de professionele lobby in Brussel. ‘Als ik een denktank vroeg hoe we de problemen gaan oplossen, bleef het volstrekt stil.’
Wars van wolligheid
Voormalig staatssecretaris voor digitalisering Szabó en techexpert Hubert vinden elkaar in hun kijk op de professionele lobby in Brussel.
De inzet is om gegevens en diensten die van essentieel belang zijn niet langer in de publieke cloud onder te brengen. Het is maar een klein zinnetje in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), maar techexpert Bert Hubert is er blij mee. In het document staat zwart op wit dat sommige overheidsdata in eigen beheer moeten blijven, iets waar hijzelf al jarenlang voor pleit.
‘Als je zegt dat het allemaal wel naar het buitenland mag, doe je jezelf als overheid geen recht’, stelt hij. ‘De Belastingdienst bijvoorbeeld weet noodgedwongen heel veel van alle Nederlanders. Die data moet je alleen toevertrouwen aan de overheid of misschien een staatsbedrijf. Op dit moment is het niet haalbaar om de ict van de Belastingdienst alleen door ambtenaren te laten runnen, maar je kunt er wel heen wíllen en jezelf bijvoorbeeld tien jaar gunnen om het te bereiken.’
Tegenover Hubert zit de man die alle overheidsniveaus achter de NDS wist te scharen, voormalig staatssecretaris voor digitalisering Zsolt Szabó. Hij is blij dat hij met het kabinet-Schoof iets substantieels heeft kunnen nalaten. Nu is het afwachten wat er onder nieuw politiek gesternte met zijn geesteskind gebeurt. ‘Belangrijk is vooral dat er boven de NDS een politiekbestuurlijke discussie op gang blijft’, zegt hij. ‘Digitale soevereiniteit is een politiek onderwerp, dat moet constant scherp zijn in de ministerraad.’
Allebei zijn ze doordrongen van het besef dat zolang politieke sturing doorbreekt, iedereen zijn eigen cloudplan blijft trekken. Daarom kijken ze reikhalzend uit naar het overheidsbrede cloudbeleid. Daarin valt een beslissing die zo wezenlijk en urgent is, dat hij door het kabinet moet worden genomen, vinden ze. Szabó: ‘Zeker als het over cloud gaat, is er een bewindspersoon nodig die zegt: “Ik heb jullie aangehoord, maar we gaan het gewoon zo doen.” Bij voorkeur de minister-president, dan valt de rest wel in lijn.’
‘Beleidsarm ding’
Die gewenste politieke sturing is vooralsnog ver te zoeken. Ondanks de omarming van de NDS is ict nog altijd ‘een beleidsarm ding’, in de woorden van Hubert. ‘ZBO’s, gemeenten, clubjes van veertig man zitten hun eigen ict-beleid te voeren.’ In tijden van geopolitieke spanningen en snelle technologische ontwikkelingen is dat niet houdbaar.
Szabó zegt: ‘Je kunt niet aan de CIO van een gemeente vragen om een strategie te ontwikkelen rond soevereiniteit en autonomie, die ook nog aansluit op wat de VNG doet en wat de departementen doen. Dat is ondoenlijk.’ Zo’n beslissing moet van bovenaf komen, maar wel breed gedragen zijn. Hij is dan ook een groot voorstander van het betrekken van het bedrijfsleven, de wetenschap en de Kamercommissies bij grote digitaliseringsvraagstukken. ‘Mijn ambtenaren vonden het niet leuk, maar ik ging te pas en te onpas naar de Kamer voor overleg.’
Ondertussen vraagt de Tweede Kamer, vervuld van een besef van urgentie, soms meer dan een bewindspersoon kan waarmaken. Zo kreeg Szabó als staatssecretaris het verzoek om ervoor te zorgen dat in 2029 dertig procent van de cloudoplossingen van Nederlandse of Europese makelij zouden zijn. ‘Dat is weliswaar een mooi streven, maar we zijn net gestart om als één overheid aan de slag te gaan,’ zegt hij. ‘Ik chargeer een beetje, maar we hebben nog onvoldoende idee hoe ons Europese en Nederlandse bedrijfsleven hierin zit. En zij hebben geen idee wat de overheid van ze wil, dus ze weten ook niet wat ze moeten investeren.’
De discussie over wat een dergelijke motie betekent voor het inkoopbeleid van de departementen was hij graag aangegaan in de ministerraad. Het kwam er niet meer van door de val van het kabinet. Nog afgezien van het feit dat niemand weet welk percentage cloudoplossingen bij de overheid op dit moment Nederlands of Europees is, is het ook maar de vraag hoeveel zo’n streefcijfer waard is.
Mooie verhalen
Zolang de overheid niet goed is voorbereid op een Amerikaanse overname van een succesvol Europees cloudbedrijf, kunnen veilig gewaande overheidsdata alsnog in Amerikaanse handen komen. Naast Solvinity en Zivver zijn er nog veel meer bedrijven die grote hoeveelheden diensten aan de overheid leveren, weet Hubert. ‘Bedrijven als Intermax en Uniserver zouden ook morgen verkocht kunnen worden. Dat hebben we niet goed in kaart.’
De Europese Commissie heeft weinig aandacht voor dit probleem, stelt Szabó. Hij is niet erg te spreken over de discussie rondom digitale autonomie in Brussel. ‘Er is een industrie ontstaan, waarin mensen hun mooie verhalen en roadmaps iedere vijf jaar in net wat andere bewoordingen kopiëren voor een volgende Commissie.
De directoraten-generaal van de EC hebben geen idee, ik kwam uit op jip-en-janneketaal
Bert Hubert
Maar als ik ze vroeg hoe we de problemen gaan oplossen, dan viel het volstrekt stil.’ Hubert, die als adviseur regelmatig bij de directoraten-generaal (DG’s) van de Europese Commissie aanschuift, valt hem bij. ‘Heel cru gezegd heeft men daar geen idee. Ik moet altijd een beetje aftasten hoe technisch iemand is. Bij de DG’s kwam ik echt uit op een jip-en-jannekeniveau. En dat zijn de mensen die miljarden kunnen verschuiven, die de regels van het spel kunnen veranderen! Ze schrijven een dik document over verschillende niveaus van soevereiniteit, maar als je er met kennis van de markt naar kijkt, zie je: dit is helemaal niet hoe het werkt.’
Grof geschetst kan de Europese Commissie de Europese autonomie op twee manieren bevorderen: door wetten en (aanbestedings-) regels aan te passen, en door zelf het goede voorbeeld geven.
In de praktijk ziet Hubert regelmatig het tegenovergestelde gebeuren. ‘De Amerikaanse overheid besloot een belangrijke cybersecuritydatabase niet meer te ondersteunen (het Common Vulnerabilities and Exposures (CVE)-programma, red.), waarop Europa besloot om het over te nemen. Heel mooi, maar vervolgens zetten ze die database direct bij Microsoft neer. Dan héb je de kans om een leuk voorbeeld te geven en dan doe je precies het verkeerde!’
350 miljard euro uitgeven aan digitale soevereiniteit? Onmogelijk, we hebben onvoldoende IT’ers
Bert Hubert
Net als Szabó ergert hij zich aan denktanks die dikke rapporten publiceren zonder zich al te veel aan de realiteit gelegen te laten. ‘In een rapport staat dan dat er 350 miljard euro aan digitale soevereiniteit moet worden uitgegeven. Reken eerst eens uit hoeveel IT’ers we hebben in Europa. We kúnnen dat bedrag helemaal niet uitgeven, tenzij we alle IT’ers 50.000 euro cadeau doen.’
‘We brengen het geld eerst naar Europa en daarna moeten we heel veel moeite doen om het terug te krijgen’, vult Szabó aan. ‘Misschien kunnen we het dan beter in Nederland houden en coalities vormen met landen die er hetzelfde in staan. Zo ingewikkeld is het niet om aan de slag te gaan. Houd de stappen gewoon ordentelijk en zorg voor politieke sturing.’
Praatclub?
Is het Digital Commons European Digital Infrastructure Consortium (DC-EDIC) een stap in de goede richting? Hierin stimuleren Nederland, Frankrijk, Duitsland en Italië samen de ontwikkeling van digitale gemeenschapsgoederen. Of wordt dit een volgende praatclub? ‘Dat risico bestaat, want digital commons is een heerlijk wollig concept,’ reageert Hubert. ‘Je kunt allerlei mensen vragen wat ze eronder verstaan en je krijgt allemaal verschillende antwoorden. Maar als we aannemen dat digital commons basisvoorzieningen zijn om te kunnen werken, dan kun je concreet gaan bouwen.
Denk aan goede applicaties voor tekstverwerking, e-mail en videobellen. Ook het ontwikkelen van generieke webmodules voor gemeenten zou een grote verbetering zijn. Dan hoeven niet langer alle 342 gemeenten apart hun vergunningensites en vuilnisophaalsites te laten bouwen.’ Dat Nederland een voortrekkersrol neemt in de EDIC, stelt hem wat gerust. ‘De Nederlandse overheid wil er echt iets van maken.’ Ook hierin zijn de gesprekspartners eensgezind. ‘Zorg dat het bedrijfsleven snapt wat er van ze gevraagd wordt’, stelt Szabó. ‘Het moet niet zo zijn dat je een document van meer dan tien pagina’s nodig hebt om een concept als digital commons uit te leggen.’ Discipline en focus zijn wat hem betreft de kernwoorden. ‘De wereld is aan het veranderen. AI komt eraan en dat betekent iets voor je werkplekken en de ambtenaren. Dat zijn versnellingen waar we niet op kunnen wachten.’
Hij vertelt over een telecomberaad in Warschau, waar men besprak wanneer de EU een positie op dossiers als digitale autonomie kon opbouwen. ‘We hadden het over 2029, maar in realiteit stonden we nog niet eens aan het begin van een oplossing. Het duurt minimaal vijftien tot twintig jaar voordat we een bepaalde maturiteit in onze industrie bereiken. Ik denk echt dat het sneller kan, als je bedrijven dingen samen laat doen en ze ook iets gunt.’
Zsolt Szabó
• Van juli 2024 tot juni 2025 staatssecretaris Digitalisering en Koninkrijksrelaties in het kabinet- Schoof
• Van 2007 tot 2024 werkzaam bij Capgemini Nederland BV, Vice President Business Innovations.
• Van 2003 tot 2006 Tweede Kamerlid voor de VVD
• Van april 2003 tot juni 2003 Directeur Informatiebeleid voor de Openbare Sector, ministerie van Binnenlandse Zaken
Bert Hubert
• Eigen bedrijf, AHU Holding BV, sinds 2000
• Sinds oktober 2024 Lid van de Raad van advies van de Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal
• Sinds april 2023 technisch adviseur van de Kiesraad
• Van december 2020 tot september 2022 lid van Toetsingscommissie
• Inzet Bevoegdheden (TIB)
• Van 2003 tot 2006 cybersecurityontwikkelaar voor de AIVD
• Sinds 2000 medeoprichter van PowerDNS, dat open source DNS-software en -diensten levert

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.