De eerste naoorlogse stedenbanden waren idealistisch (‘nooit meer oorlog’), maar die tijd is voorbij. VNG-directeur International Pieter Jeroense beschrijft in Gemeenten in de wereld hoe het internationale beleid van gemeenten professionaliseerde. ‘Het is geen liefhebberij meer, het zijn vooral economisch gedreven relaties.’
‘Internationaliseren is regionaliseren’
Interview met Pieter Jeroens, directeur VNG International.
Interview met Pieter Jeroense, directeur VNG International
Die goeie ouwe tijd. De gemeente had een stedenband met een ver oord waarvan niemand had gehoord. Een ingeving van de burgemeester in het kader van de Europese verbroedering. Eens in de twee jaar ging de plaatselijke atletiekvereniging er met de bus naartoe. En om de zoveel jaar kwam de muziekkapel over uit het verre buitenland. Werden ze door de burgemeester feestelijk ontvangen in de aula van de dorpsschool. Ze sliepen bij gastgezinnen. Dat was het buitenland.
En nu? ‘Internationalisering is geen liefhebberij meer. De wereld van gemeenten is veranderd’, zegt Pieter Jeroense (53), plaatsvervangend algemeen directeur bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en directeur van VNG International. ‘Om stedenbanden hing een geur van snoepreisjes. Gezellige uitjes voor burgemeester en wethouders. De resultaten waren ook onduidelijk.
Om stedenbanden hing een geur van snoepreisjes
Aan de hedendaagse internationalisering is niets onduidelijk. De klassieke culturele stedenbanden hebben plaatsgemaakt voor belangenbehartiging, fondsenwerving, kennisdeling en partnerschappen, relaties vanuit economisch belang.’
Jeroense promoveerde eind vorig jaar op een onderzoek naar het internationale beleid van Nederlandse gemeenten: Gemeenten in de wereld. Wat hebben ze eigenlijk in het buitenland te zoeken? En mogen gemeenten een eigen buitenlandbeleid voeren? ‘Gemeenten hebben heel veel in Europa te zoeken en dat mag zeker’, zegt Jeroense. ‘Maar je moet niet het wiel willen uitvinden. Doe het samen. Het belangrijkste is dat je van elkaar leert.’ En het maakt nogal wat uit of je groot of klein bent. ‘Als het om internationalisering gaat, zie je echt een verschil tussen grote steden en middelgrote en kleine gemeenten, maar ook tussen grensgemeenten en niet-grensgemeenten. Grote gemeenten vinden sneller hun weg. Hoorn, om een voorbeeld te geven, doet er verstandig aan om mee te liften met Amsterdam.
Amsterdam is internationaal een serieuze speler. Lift mee met die magneet als je lokale opgaven hebt. Voor heel Nederland geldt dat internationaal samenwerken ook regionaal samenwerken is. Gemeenten zoeken elkaar op in een regio en werken samen met universiteiten, hogescholen en het bedrijfsleven om hun positie te versterken of belangen te behartigen in Brussel. Daarvoor zetten ze bijvoorbeeld economic boards of regionale ontwikkelingsmaatschappijen op.’
Streep
Jeroense onderzocht in Gemeenten in de wereld de ontwikkeling van het gemeentelijke internationale beleid tussen 1950 en 2020 en het effect daarvan op het Nederlandse buitenlandbeleid. De tijd waarin stedenbanden werden ontdaan van hun idealisme en het internationale beleid van gemeenten verschoof naar de economie, het binnenhalen van bedrijven en citymarketing. En Brussel natuurlijk. Jeroense: ‘Nu, zes jaar later, zie je dat – net als in de jaren 70 en 80 – geopolitiek het gemeentehuis weer is binnengedrongen. Alle gemeenten, klein en groot, hebben te maken met de oorlog in Oekraïne. Ze vangen vluchtelingen op, spreken over weerbaarheid. Ook de oorlog in Gaza was gespreksonderwerp in gemeenteraden. Daarover gaan gemeenten niet, maar het staat ze vrij erover te praten en Den Haag te laten weten hoe ze erover denken. Het zou goed zijn als Buitenlandse Zaken ook naar die lokale geluiden luistert.’
Als puntje bij paaltje komt, is in Nederland overigens nauwelijks verschil tussen het landelijk buitenlandbeleid en het internationale beleid van gemeenten. Dat ligt op andere plekken in de wereld anders. Jeroense: ‘Ik begon mijn onderzoek in Canada en Amerika, en daar maken steden en vooral staten eigen buitenlandbeleid. Trump is uit de World Health Organization gestapt. En wat doet Californië? Die worden gewoon lid. De vierde economie van de wereld. Dat schuurt en botst met Washington, maar dat is ook de bedoeling. Dat is in Nederland helemaal niet zo. Ook in relaties die politiek gevoelig liggen, volgen gemeenten de lijn van de rijksoverheid. Ook nu met Gaza en Oekraïne kleuren gemeenten binnen de lijntjes van het nationale buitenlandbeleid.
Gemeenten kleuren binnen de lijntjes
Burgemeester Halsema van Amsterdam riep het kabinet vorig jaar mei op om een ‘streep te trekken’ en Israël op te roepen te stoppen met de aanvallen op Gaza. Het was een gespreksonderwerp op straat, de gemeenteraad vond er iets van. Daar moet en mag een burgemeester wat mee. Tegelijk erkende Halsema dat het buitenlandbeleid het domein is van het kabinet. “Daarin past het college enige terughoudendheid”, zei ze.’
Dat neemt niet weg dat er een dubbelhartig overheidsbeleid kan worden gevoerd waarbinnen een gemeente moet laveren – en zijn eigen gang kan gaan. ‘Den Haag wil dat het buitenland in Nederland investeert, maar als het om Chinese investeringen gaat is er een soort ingebakken spanning. Wat kan wel en wat kan niet?’ Een melkfabriek in Heerenveen is een voorbeeld. Die gemeente wilde rond 2013/2014 langs de A7 onderdak bieden aan een Chinese zuivelfabriek: Oranje Nutrition.
Dat beloofde een grote investering te worden, net als die van het Chinese Ausnutria. Economische Zaken stimuleerde de komst van de Chinezen, Buitenlandse Zaken adviseerde terughoudendheid. Heerenveen trok zich niets aan van Buitenlandse Zaken. Friese delegaties reisden naar het Chinese Hefei. Uiteindelijk kwam er een half afgebouwde fabriek, maar alle rekeningen aan de gemeente werden wel keurig betaald.
‘Een gemeente kan zijn eigen koers varen’, weet Jeroense. ‘Niemand bij Buitenlandse Zaken zal Heerenveen op de vingers tikken. Maar die dubbele boodschap vanuit het rijk over China – én partner én concurrent zijn – maakt het voor gemeenten lastig. Veel gemeenten hebben overigens hun banden met China stopgezet vanwege de mensenrechtensituatie.’
Praktisch
Pieter Jeroense begon zijn carrière bij Buitenlandse Zaken, eerst als beleidsadviseur en later als hoofd interne communicatie. Jeroense: ‘Daar valt het woord gemeente nauwelijks. Maar ik was vooral geraakt door lokale vraagstukken. Ik ben naar mijn woonplaats Leiden gegaan, daarna naar Rotterdam en naar Alphen aan den Rijn als gemeentesecretaris. Het viel me op dat Buitenlandse Zaken het niet over gemeenten had, maar dat die gemeenten het wél hadden over het buitenland. Maar wat er besproken werd, verschilde enorm.
Leiden is een universiteitsstad met een internationaal Bio Science Park. In Rotterdam werd ik medeverantwoordelijk voor het binnenhalen van internationale bedrijven. Dat was business en heel praktisch. Ze hadden partnerschappen met andere havensteden en een eigen kantoor in Brussel. En in Alphen was er eigenlijk niks – ja, één stedenband met Oudtshoorn in Zuid-Afrika. Ik kwam bij de VNG, en daar hebben ze een unit Europa, je hebt VNG International. Ik dacht: hoe zit dat nou? En: doet het ertoe? Met die vragen ben ik aan mijn onderzoek voor Gemeenten in de wereld aan de slag gegaan.’
De vraag stellen is hem beantwoorden, lacht Jeroense. Vooral de kleine en middelgrote gemeenten kunnen wel wat hulp gebruiken. Pieter Jeroense: ‘Kleine gemeenten hebben veelal geen Europees of internationaal beleid en zijn niet of nauwelijks georganiseerd op internationaal beleid. Vaak is de beschikbare formatie beperkt tot één aanspreekpunt binnen de gemeente. Middelgrote en grote gemeenten hebben hun internationale beleid geïnstitutionaliseerd.
De G4 gemeenten hebben allemaal een actueel internationaal beleidsplan. Ze hebben ook een kantoor in Brussel. Net als bijvoorbeeld Leeuwarden, Groningen, Assen en Emmen in Cities Northern Netherlands. Internationaal samenwerken is regionaal samenwerken. Een kwart van de grensgemeenten heeft ook een internationaal plan. En dan houdt het wel zo’n beetje op.’
Voor grensgemeenten is Brussel even ver weg als Den Haag, concludeert Jeroense in Gemeenten in de wereld. Grensgemeenten zijn van nature meer Europees georiënteerd. ‘Vertegenwoordigers van grensgemeenten zijn uitgesproken over Den Haag. Ze voelen zich vaak niet gehoord, bleek tijdens mijn interviews. “Ze kennen het woord gemeente nauwelijks”, aldus een van de bestuurders. “Niemand in de ministeries zit te wachten op de problematiek van de grensregio’s.” Ze geven aan dat de intensiteit van het internationale beleid sterk afhangt van de inzet van personen. Zonder dat ik ernaar vroeg, noemden verschillende respondenten de naam van voormalig staatssecretaris en minister van Binnenlandse Zaken Knops als iemand die het thema grensoverschrijdende samenwerking een warm hart toedroeg. En dat was nog onder Rutte III.’
Van de 342 gemeenten in Nederland hebben 31 gemeenten een internationaal beleidsplan. Jeroense: ‘Dat kun je weinig vinden, maar probeer maar eens als kleine gemeente het Europese beleid te volgen. Dat lukt je niet. Je hoort mij ook niet zeggen dat alle gemeenten zo’n beleidsplan moeten hebben. Je kunt elkaar altijd opzoeken. In de regio of provincie bijvoorbeeld.
Friesland doet het bijvoorbeeld heel verstandig met alle achttien gemeenten samen. Ze waren afgelopen najaar met een grote delegatie in Brussel, onder andere om verzet aan te tekenen tegen het voornemen van de Europese Commissie om vanaf 2028 lidstaten en niet de provincies en gemeenten een ‘nationale envelop’ te geven. Ze zijn bang dat het geld dan in de Randstad wordt uitgegeven en niet in Friesland. Er is altijd wel kritiek op dergelijke bezoeken aan Brussel. Dat is jammer. Want hoe buitenlands is zo’n bezoek eigenlijk? Is Brussel niet gewoon onderdeel geworden van het Nederlandse beleid?’
Denken
‘Dat verhaal neem ik mee als ik bij de VNG met bestuurders praat over buitenlandbeleid. Gemeenten in de wereld werkt in die zin twee kanten op. Door de wisselwerking tussen directeur en onderzoeker heb ik het onderwerp van meerdere kanten kunnen bekijken. In het beste geval vormen de resultaten van dit onderzoek een bijdrage aan de gemeentelijke beleidsvorming op internationaal terrein en de advisering vanuit de VNG. Het is onderzoek naar beleid en, hoewel geen doel op zich, ook voor beleid. Het is prettig om te kunnen zeggen: “Op basis van mijn onderzoek adviseer ik om …”’
Aan het eind van het gesprek wijst Jeroense op een nieuwsbericht. Leiden is geselecteerd voor een nieuw partnerschap: het Compact Cities Partnership. ‘Dat is wat ik bedoel. Een mooi voorbeeld van die nieuwe manier van Europees werken. Samen met Athene, Parijs, Hamburg en Madrid gaat Leiden aan de slag om te zien hoe je dichtbevolkte steden leefbaar, betaalbaar, schoon en bereikbaar kunt houden. Dat geeft Leiden toegang tot kennis, geld en de kans om Europees beleid te beïnvloeden. Slim!’
Gemeenten in de wereld. Het internationale beleid van Nederlandse gemeenten is verschenen bij Boom Uitgevers en kost 39,95 euro.
CV
Pieter Jeroense (Wisch, 1972) studeerde van 1992 tot 1996 Nederlandse taal- en letterkunde in Utrecht. Van 1997 tot 2000 studeerde hij bestuurskunde in Rotterdam. In 2003 deed hij een postdoctorale studie journalistiek. Jeroense werkte van 1998 tot 2004 op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarna was hij tot 2007 hoofd communicatie van de gemeente Leiden. In 2007 maakte Jeroense de overstap naar de gemeente Rotterdam, waar hij eerst hoofd bedrijfsvoering was en later hoofd economie. Van 2012 tot 2017 was Jeroense gemeentesecretaris in Alphen aan den Rijn. In 2017 werd hij plaatsvervangend algemeen directeur bij de VNG. Sinds mei 2022 is hij bovendien directeur/bestuurder van VNG International. Pieter Jeroense promoveerde in 2025 op zijn onderzoek Gemeenten in de wereld. Het internationale beleid van Nederlandse gemeenten.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.