Jeugdboa’s kijken op Instagram wat er onder jongeren speelt, volgen ontwikkelingen binnen jeugdgroepen en gebruiken die informatie vervolgens bij hun werk op straat. Maar hoe ver mogen gemeentelijke handhavers daarin gaan? Uit nieuw onderzoek van de Thorbecke Academie van NHL Stenden Hogeschool blijkt dat jeugdboa’s ook actief zijn in de digitale leefwereld van jongeren, terwijl duidelijke afspraken over hun bevoegdheden niet altijd aanwezig zijn. Vooral het gericht verzamelen van informatie over individuele jongeren roept juridische vragen op. Volgens de onderzoekers bestaat het risico dat handhavers online werkzaamheden verrichten waarvoor zij onvoldoende bevoegdheden hebben.
Jeugdboa’s speuren online naar jongeren, maar waar ligt de grens?
Gemeentelijke handhavers volgen ontwikkelingen onder jongeren op sociale media, terwijl vaak onduidelijk is wat zij juridisch mogen.
Voor het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Groningen, spraken onderzoekers met elf professionals uit gemeenten verspreid over het hele land, onder wie boa’s, leidinggevenden en juridische deskundigen. Met deze opdracht wil Groningen meer inzicht krijgen in de mogelijkheden en juridische grenzen van online werken door jeugdboa’s, een vraagstuk dat ook voor andere gemeenten relevant is. Daarnaast vulden zestien respondenten een enquête in. De resultaten zijn niet representatief voor alle Nederlandse gemeenten, maar geven volgens de onderzoekers wel enig inzicht in een werkterrein dat tot nu toe nauwelijks is onderzocht.
Instagram populairst
Van de zestien respondenten geven er tien aan online middelen te gebruiken tijdens hun werkzaamheden. Instagram is daarbij verreweg het populairst. Negen respondenten gebruiken het platform, terwijl WhatsApp, Snapchat, TikTok en Facebook aanzienlijk minder vaak worden genoemd. De meeste jeugdboa’s werken met officiële teamaccounts, hoewel sommigen liever een persoonlijk profiel zouden gebruiken. Sociale media worden vooral ingezet om jongeren te informeren, contact te onderhouden en ontwikkelingen binnen jeugdgroepen te volgen. Sommige handhavers maken regelmatig een digitaal 'rondje' langs openbare berichten om te zien wat er onder jongeren speelt. Die informatie kan vervolgens worden gebruikt tijdens het werk op straat of worden besproken met bijvoorbeeld jongerenwerkers en wijkagenten.
Volgens de onderzoekers biedt deze werkwijze voordelen. Jongeren kunnen laagdrempelig contact opnemen met een bekende handhaver en signalen uit de online leefwereld kunnen helpen om problemen vroegtijdig te herkennen. Tegelijkertijd ontstaat een spanningsveld wanneer een jeugdboa die door jongeren als vertrouwenspersoon wordt gezien, informatie ontvangt die ook relevant kan zijn voor handhaving.
Juridische grenzen
De onderzoekers wijzen erop dat de bestaande bevoegdheden van boa’s niet automatisch gelden voor alle online activiteiten. Voor het plaatsen van berichten en het onderhouden van laagdrempelig contact bestaat relatief veel juridische ruimte. Dat verandert wanneer handhavers gericht informatie over personen verzamelen. Incidenteel openbare informatie bekijken kan onder voorwaarden zijn toegestaan, maar voor verdergaand persoonsgericht online onderzoek ontbreekt binnen de onderzochte algemene bevoegdheidskaders een specifieke wettelijke grondslag.
Ook privéberichten vormen een aandachtspunt. Wanneer jongeren via Instagram persoonlijke problemen bespreken, kunnen gevoelige persoonsgegevens worden gedeeld. De onderzoekers adviseren daarom om dergelijke gesprekken niet uitgebreid via sociale media te voeren, maar waar nodig naar een geschikter communicatiekanaal te verplaatsen.
Gemeenten missen afspraken
Uit de enquête blijkt bovendien dat acht van de tien respondenten die deze vraag beantwoordden geen of slechts gedeeltelijke afspraken hebben over de vormgeving van professionele socialemedia-accounts. Uit de interviews komt een bredere behoefte naar voren aan duidelijke richtlijnen over verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De onderzoekers adviseren gemeenten daarom vooraf vast te leggen waarvoor jeugdboa’s online worden ingezet, welke informatie zij mogen verzamelen en wanneer zij zaken moeten overdragen aan bijvoorbeeld de politie of het jongerenwerk.
Ook pleiten zij voor scholing over privacywetgeving en digitale informatievergaring. De onderzoekers concluderen niet dat iedere jeugdboa voortaan online actief moet worden. Gemeenten moeten vooral voorkomen dat handhavers ongemerkt werkzaamheden naar sociale media verplaatsen waarvoor zij onvoldoende bevoegdheden hebben. De bestaande juridische grenzen blijven ook achter het beeldscherm gelden.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.