De helft van de gemeenten werd de afgelopen twee jaar geconfronteerd met desinformatie die hun beleid raakt, blijkt uit een inventarisatie door Binnenlands Bestuur. Maar vrijwel geen gemeente heeft procedures vastgelegd hoe ermee om te gaan. Wat betekent dat voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen?
Helft gemeenten geraakt door desinformatie, zorgen over verkiezingen
Met name gevoelige dossiers zoals de komst van azc’s zijn een vliegwiel voor desinformatie.
Desinformatie is allang geen abstract risico meer voor gemeenten. Een aanzienlijk aantal van hen kreeg het de afgelopen twee jaar stevig voor de kiezen. In Haarlem en Heemskerk leidde onjuiste informatie op sociale media over vechtpartijen tussen jongeren tot grote onrust. Enkele scholen moesten tijdelijk de deuren sluiten. Aan het gemeentebestuur vervolgens de taak om te de-escaleren.
Spanningen aanwakkeren
Ook rond de komst van een azc circuleren vaak berichten die niet kloppen en die de spanning tussen bevolkingsgroepen aanwakkeren. In de BEL-gemeenten (Blaricum, Eemnes en Laren) verspreidde zich een hardnekkig gerucht over een niet-bestaande azc-locatie. Dat leidde tot verhitte discussies in appgroepen, protesten tijdens een raadsvergadering en spandoeken in de openbare ruimte.
Bij de samenwerkende gemeenten Duiven en Westervoort ontstond verzet toen op sociale media werd beweerd dat een opvanglocatie voor Oekraïense ontheemden ook asielzoekers zou gaan huisvesten. Het bericht was onjuist. In meerdere gemeenten versterkten dergelijke berichten de polarisatie. Soms leidden ze zelfs tot bedreigingen aan het adres van de lokale bestuurders. Een extremer voorbeeld speelde zich af rond de begraafplaats Vredehof in Bodegraven, waar de gemeente langdurig moest ingrijpen om de gemeenschap en nabestaanden te beschermen tegen de gevolgen van complottheorieën over een vermeend satanisch pedofielennetwerk. De kosten voor de gemeente Bodegraven liepen in de tienduizenden euro’s. De incidenten illustreren dat desinformatie niet alleen een communicatief vraagstuk is, maar ook kan uitmonden in serieuze maatschappelijke ontwrichting.
Helft gemeenten geraakt door desinformatie
Nee, desinformatie is geen incident meer, zo blijkt ook uit een inventarisatie door Binnenlands Bestuur onder 41 gemeenten. Ongeveer de helft van hen kreeg er de afgelopen twee jaar in de een of andere vorm mee te maken. Een derde van de geraadpleegde gemeenten beschouwt het risico van desinformatie voor het lokale bestuur als groot. Vrijwel geen enkele gemeente beschouwt het risico nog als ‘afwezig’
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) herkent het beeld dat uit de inventarisatie naar voren komt en geeft aan zich zorgen te maken over die ontwikkeling. In een reactie tegenover Binnenlands Bestuur stelt de koepelorganisatie dat veel gemeenten te maken krijgen met desinformatie, zoals rond gevoelige dossiers als de komst van azc’s. Maar de inventarisatie laat ook zien dat met die zorgen nog bar weinig wordt gedaan. Ongeveer één op de zeven gemeenten beschikt over expliciet beleid of een protocol rondom desinformatie. Veruit de meeste gemeenten hebben geen vast contactpersoon of gespecialiseerd team beschikbaar voor dit onderwerp. Minder dan een kwart monitort structureel op signalen van desinformatie.
'Ook burgers maken zich inmiddels grote zorgen over desinformatie'
Maarten Hillebrandt, universitair docent publiek management
De uitkomsten van het onderzoek verrassen Maarten Hillebrandt niet. Hij is universitair docent publiek management aan de Universiteit Utrecht. Ook in zijn eigen onderzoek bij lokale overheden ziet Hillebrandt dat (de aanpak van) desinformatie nadrukkelijk steeds meer leeft onder bestuurders en ambtenaren. Ook bij burgemeesters en wethouders hoort hij het onderwerp regelmatig terug. ‘Vanuit verschillende lagen binnen gemeenten wordt gesignaleerd dat desinformatie speelt en impact heeft’, zegt hij. Volgens Hillebrandt maken ook veel burgers zich er inmiddels ‘grote zorgen’ over.
Gemeenten doen weinig tegen desinformatie
Tegelijkertijd ziet hij dat die zorg bij lokale bestuurders nog niet automatisch leidt tot concreet handelen. Wanneer de vraag wordt gesteld wat een gemeente er daadwerkelijk aan gaat doen, wordt er volgens hem vaak ‘afhoudend’ gereageerd. Capaciteit van de gemeentelijke organisatie speelt daarbij een rol, maar ook de vraag waar en hoe te beginnen. In verkennend onderzoek in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht dat Hillebrandt uitvoerde, werd in twee steden een overlegorgaan aangetroffen waarin gemeente en maatschappelijke partijen samenkomen om signalen te delen en gezamenlijk na te denken over handelingsopties. In Rotterdam waren tijdens zijn onderzoek nieuwe initiatieven in de maak. Tegelijk benadrukt hij dat dit vooral gebeurt in grotere steden met meer capaciteit. Bij veel gemeenten ontbreken nog vaste structuren voor desinformatie, zo is zijn ervaring. Dat sluit aan bij de bevinding dat maar weinig gemeenten iemand expliciet verantwoordelijk hebben gemaakt voor dit dossier.
Volgens Hillebrandt staan gemeenten op een kantelpunt: ze zijn ‘op zoek naar handelingsmogelijkheden, maar worstelen met de vraag wat desinformatie precies is en hoe breed het begrip moet worden opgevat’. Die onduidelijkheid maakt het lastig om beleid te formuleren of om systematisch bij te houden hoe vaak het zich voordoet. De tijdens de oudejaarsnacht in brand gevlogen Vondelkerk in Amsterdam laat volgens Hillebrandt zien hoe er een verkeerde draai aan een lokaal incident wordt gegeven waarna het fake news razendsnel werd verspreid. Binnen korte tijd gingen berichten rond, werd een netwerk van anti-immigratieactivisten en complotdenkers actief en werd het verhaal ook in het buitenland overgenomen.
Desinformatie kan lokaal neerslaan
‘De doelgroep is niet altijd per se de lokale inwoner’, zegt Hillebrandt. Er kan dus ook een verkeerd beeld van een gemeente worden geconstrueerd voor een internationaal publiek. ‘Gemeenten opereren daarmee in een veel groter informatie-ecosysteem dan zij soms zelf beseffen.’ Ook kan landelijke desinformatie juist lokaal neerslaan. Complotverhalen rond vaccinaties werken door naar de Gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD). Brandstichtingen bij 5G-masten werden volgens Hillebrandt ‘grotendeels door complotterige of verkeerd geïnformeerde inzichten gedreven’. Zelfs wanneer de oorsprong van een verhaal nationaal of internationaal is, komt de maatschappelijke onrust uiteindelijk vaak bij de gemeente terecht.
Met het oog op de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen ziet Hillebrandt extra risico’s. Verkiezingen vinden de laatste jaren sowieso al meer plaats in een ‘zenuwachtige sfeer’, mede door geopolitieke spanningen en technologische ontwikkelingen. Dat vraagt om alertheid van gemeenten, omdat verkeerde informatie over bijvoorbeeld de legitimiteit van verkiezingen rond kan worden gepompt. Zo kunnen door generatieve AI
gevormde beelden van bijvoorbeeld niet-getelde dozen met stemmen nog overtuigender lijken dan voorheen.
Reputatieschade door deepfakes
Driekwart van de door Binnenlands Bestuur bevraagde gemeenten ziet deepfakes nu nog als een beperkt risico. Maar een deepfakezaak rond de Utrechtse burgemeester Sharon Dijksma maakte al duidelijk hoe er plotseling reputatieschade kan ontstaan. Voor gemeenten maakt de opmars van AI het vraagstuk rondom desinformatie complexer, stelt Hillebrandt. Het wordt lastiger om vast te stellen waar onjuiste informatie vandaan komt en of er sprake is van bewuste misleiding. ‘Als je je daar niet bewust van bent als gemeente, dan sta je al meteen twee nul achter.’
Hij pleit er niet voor om alles te willen onderdrukken (‘Dat zou contraproductief zijn’), maar wel om goed voorbereid te zijn, snel en feitelijk erover te communiceren en vervolgens consistent te blijven in het eigen verhaal. ‘Zeker wanneer de legitimiteit van het verkiezingsproces ter discussie wordt gesteld.’
Onduidelijkheid over het begrip
Wat kunnen gemeenten doen? Uit de antwoorden in de inventarisatie wordt duidelijk dat gemeenten worstelen met het begrip desinformatie. Een substantieel deel (27 procent) antwoordt ‘weet ik niet’ op de vraag of zij met desinformatie te maken hebben gehad. ‘Desinformatie is geen scherp afgebakende juridische of wetenschappelijke categorie, maar een beleidsbegrip dat uiteenlopend wordt geïnterpreteerd’, vertelt Pieter van Boheemen, verbonden aan de non-profitorganisatie Post-X Society.
Van Boheemen houdt zich bezig met de invloed van digitalisering op het publieke debat. Pogingen om desinformatie te definiëren als ‘intentioneel misleidende informatie’ lopen volgens hem snel vast: intenties zijn moeilijk vast te stellen en uitspraken zijn niet altijd eenduidig waar of onwaar. Dat maakt het lastig om ervaringen te vergelijken en consistent beleid te ontwikkelen. Hij ziet desinformatie als een verschijnsel binnen een grotere ontwikkeling, namelijk die van online beïnvloeding.
Gemeenten kwetsbaarder
Van Boheemen plaatst desinformatie daarmee nadrukkelijk in een bredere context. Minder lokale journalistiek, afnemende sociale samenhang en dalend vertrouwen in overheid en politiek maken gemeenten volgens hem kwetsbaarder. ‘Investeren in lokale journalistiek, buurthuizen en betere verbinding tussen bestuur en samenleving kunnen bijdragen aan weerbaarheid.’ Desinformatie is volgens hem niet alleen een digitaal probleem, maar ook een democratisch en maatschappelijk vraagstuk.
Van Boheemen pleit voor een bredere benadering, in plaats van louter factchecking. Niet alleen de vraag ‘is dit waar of niet?’ is daarbij relevant, maar ook: wie verspreidt een boodschap, met welk doel en via welke middelen? Een bericht kan inhoudelijk correct zijn, maar toch onderdeel uitmaken van gecoördineerde beïnvloeding.
Niet alleen digitale veiligheid
Wie moet de aanpak van desinformatie op zich nemen? In de meeste gemeenten ligt het onderwerp versnipperd bij communicatie, veiligheid of informatiebeveiliging. Van Boheemen vindt het onvoldoende om dit bij één functionaris, bijvoorbeeld de CISO, te beleggen. Desinformatie raakt aan meerdere beleidsvelden en vraagt om inter- disciplinaire samenwerking. Ook Hillebrandt benadrukt dat het onderwerp niet louter als digitale veiligheid moet worden benaderd. ‘Je kunt als gemeente vooraf nadenken op wiens bordje dit terecht moet komen en welke ambtenaren hierover met elkaar contact moeten houden. Een communicatieafdeling lijkt me voor de hand liggen, wellicht ook openbare orde. Het is in elk geval belangrijk dat er vanuit de gemeente met één stem wordt gesproken.’
Desinformatie raakt aan meerdere beleidsvelden en vraagt om inter- disciplinaire samenwerking.
Pieter van Boheemen, Post-X Society
Gemeenten zijn tot nu toe terughoudend met actief corrigeren van verkeerde informatie, zo blijkt uit de inventarisatie. Slechts een heel klein deel grijpt in via eigen kanalen. Veel gemeenten vrezen dat reageren de aandacht vergroot of tot meer escalatie leidt. Zwolle vormde een uitzondering met een pilot waarbij actief werd gereageerd op desinformatie en grof taalgebruik op sociale media. De toon ver-beterde volgens de gemeente zichtbaar, maar de aanpak bleek lastig structureel vol te houden vanwege de benodigde personele inzet.
Verhoogde waakzaamheid
Hillebrandt stelt dat gemeenten moeten reageren als er iets rondgaat dat niet klopt, zeker rond verkiezingen of gevoelige thema’s. ‘Verhoogde waakzaamheid is belangrijk.’ Tegelijkertijd moet actief corrigeren wel ‘feitelijk en kordaat’ gebeuren. Wat hij nadrukkelijk níet verstandig vindt, is in een ‘permanente reactiemodus’ schieten. In plaats daarvan pleit hij ervoor dat gemeenten consequent blijven vertellen wat ze zelf willen communiceren, in plaats van telkens alleen te reageren op geruchten of beschuldigingen. Hij verwacht dat desinformatie onvermijdelijk een volwaardig beleidsdossier wordt. De terughoudendheid die er nu nog is, kan volgens hem niet blijven voortduren. ‘Ik verwacht niet dat gemeenten het zich nog lang kunnen permitteren om niets te doen.’
Landelijke ondersteuning nodig
Ongeveer driekwart van de gemeenten geeft aan behoefte te hebben aan meer landelijke ondersteuning bij de omgang met desinformatie en digitale beïnvloeding. Die eensgezinde roep om hulp komt niet alleen van gemeenten die al incidenten meemaakten. Ook gemeenten die (nog) geen concrete gevallen rapporteren, vrezen dat het verschijnsel risico’s heeft voor het lokaal bestuur. Het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) geeft in een reactie aan dat het desinformatie rond verkiezingen als een serieuze dreiging ziet, ook al acht het de directe impact op verkiezingsuitslagen voorlopig beperkt. Voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen van oktober 2025 stuurde BZK een handreiking naar alle gemeenten en organiseerde het verkiezingstafels met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Kiesraad en veiligheidspartners. Ook wordt gewerkt aan maatregelen om verkiezingen weerbaarder te maken, met aandacht voor deepfakes, buitenlandse beïnvloeding en online nepaccounts.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.