De inzet van scanauto’s om geparkeerde auto’s te controleren levert naar schatting 500.000 onterechte boetes op, blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Pas ná de boete is er ruimte voor nuance en context. Voor burgers betekent dit een zwaar en ongelijk speelveld, waarin zij zelf moeten uitleggen waarom een ogenschijnlijke overtreding in werkelijkheid geen overtreding was.
De scanauto: schuldig tot het tegendeel is bewezen?
Wat betekent 'de menselijke maat' wanneer correctie achteraf onderdeel wordt van het systeem?
De Autoriteit Persoonsgegevens beschrijft in een recente themastudie de risico’s van parkeerscanauto’s in Nederland. Zo wordt het hoge aantal onterechte boetes in verband gebracht met afnemend vertrouwen in de overheid en de noodzaak om dit terug te dringen. Als onderzoekers van de slimme stad onderschrijven we de analyse in het rapport, evenals de aanbevelingen om deze risico’s te beperken.
In de praktijk zien we bovendien dat een aanzienlijk deel van de bezwaren wordt toegekend, wat de vraag oproept hoe noodzakelijk de boete in eerste instantie was. Daarachter zien wij een fundamenteler vraagstuk over hoe rechtvaardigheid wordt georganiseerd in deze semi-geautomatiseerde handhaving. Het idee dat je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen, komt onder druk te staan wanneer correctie steeds vaker achteraf plaatsvindt, als onderdeel van het systeem zelf.
Het idee dat je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen, komt onder druk te staan wanneer correctie steeds vaker achteraf plaatsvindt, als onderdeel van het systeem zelf.
60 procent bezwaren toegekend
In bijvoorbeeld Amsterdam worden dankzij dit semi-geautomatiseerde systeem, jaarlijks zo’n half miljoen parkeerboetes uitgeschreven. Daarvan worden er ongeveer 75.000 aangevochten, waarvan circa 45.000 worden toegekend. Dat 60 procent van de bezwaren wordt toegekend wijst erop dat het bezwaarproces een belangrijk onderdeel is van hoe het systeem functioneert, en niet slechts een kleine correctie achteraf.
Opvallend is bovendien dat twee derde van die toegekende bezwaren niet voortkomt uit fouten van het systeem, maar uit coulance. Dat roept de vraag op wat die coulance eigenlijk corrigeert: incidentele missers, of een systeem dat in de praktijk te vaak situaties als overtreding aanmerkt die dat niet (eenduidig) zijn.
Menselijke maat
De overheid streeft ernaar om burgers te behandelen als mens en niet als nummer. De term ‘menselijke maat’ duikt dan ook vaak op in beleidsdocumenten; deze verwijst naar twee voorwaarden voor overheidsbeleid, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Aan de ene kant verwijst het naar ruimte voor uitzonderingen: ambtenaren moeten kunnen afwijken van regels, afhankelijk van iemands specifieke situatie. Aan de andere kant gaat het over de menselijkheid van het systeem zelf: hoe begrijpelijk, redelijk en werkbaar regels en processen zijn voor mensen in het algemeen.
Hard en onrechtvaardig
Beide zijn essentieel om systemen menselijk te houden. Want regels worden hard en onrechtvaardig als er weinig ruimte is voor uitzondering. En als een regelsysteem in de basis onvoldoende begrijpelijk en redelijk is, dan wordt het nog afhankelijker van uitzonderingen om nog enigszins rechtvaardig uit te pakken.
Aan de kant van de uitzonderingen, presenteert de verantwoordelijke wethouder in Amsterdam het hoge aantal toegekende bezwaren tegen parkeerboetes als een teken dat er rekening wordt gehouden met de menselijke maat. De ombudsman Metropool Amsterdam schetst een ander beeld. Hij wijst erop dat het systeem in de basis mensen onnodig een bezwaarprocedure in drukt, terwijl zij er in principe op moeten kunnen vertrouwen dat een ontvangen boete terecht is.
In het licht van de menselijke maat is dat een wezenlijk verschil: waar het ene perspectief uitzonderingen ziet als teken van zorgvuldigheid, laat het andere zien dat een systeem dat zoveel correctie achteraf nodig heeft, juist uit balans is geraakt.
Vaak moeten mensen zelf uitleggen wat er buiten beeld is gebleven.
Wat buiten beeld blijft
Het is een ongelijk speelveld - en dat wordt nog duidelijker als je analyseert hoe redelijk het systeem is. Na het ontvangen van een parkeerboete kun je de foto’s inzien die als bewijs dienen. Op basis van die beelden wordt vastgesteld dat je je niet aan de regels hebt gehouden, waarna je de boete moet betalen of binnen twee weken bezwaar kunt maken.
Formeel is er dus bewijs, maar in de praktijk ontbreekt vaak de context en moeten mensen zelf uitleggen wat er buiten beeld is gebleven. Hoezo onschuldig tot het tegendeel is bewezen?
Coulance en context
Dat speelt bijvoorbeeld bij situaties als laden en lossen, wat in Amsterdam mag zonder te betalen. Wie in zijn eentje even naar binnen loopt om iets neer te zetten, staat op dat moment niet naast de auto wanneer de scanauto passeert. Op de foto’s lijkt het dan alsof er sprake is van een overtreding, terwijl de context juist bepaalt – iemand is in z’n eentje aan het laden en lossen – dat dat niet zo is.
Die context ontbreekt, en ook de menselijke controle van de beelden voorkomt niet dat de boete wordt verstuurd. Pas in bezwaar kan die situatie worden toegelicht — en zelfs dan wordt de boete vaak alleen de eerste keer kwijtgescholden, op basis van coulance. Wat hier zichtbaar wordt is dat het systeem structureel moeite heeft om context mee te nemen.
De ervaring ondermijnt het vertrouwen dat de overheid in de basis zorgvuldig en rechtvaardig handelt.
Onschuldig tot het tegendeel is bewezen
Dan komen we weer terug bij de menselijke maat die in dit systeem verschuift naar het moment ná de boete: pas in een schriftelijk bezwaar ontstaat ruimte voor nuance en context. Voor burgers betekent dit een zwaar en ongelijk speelveld, waarin zij zelf moeten uitleggen waarom een ogenschijnlijke overtreding in werkelijkheid geen overtreding was.
Die ervaring ondermijnt het vertrouwen dat de overheid in de basis zorgvuldig en rechtvaardig handelt. Het handhavingssysteem zet in de huidige vorm het in de samenleving breed gedragen idee dat je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen onder druk. De vraag is dus niet hoeveel onnodige boetes we achteraf kunnen herstellen, maar hoeveel we vooraf bereid zijn te voorkomen.
Mike de Kreek is actieonderzoeker bij het Lectoraat Civic Interaction Design van de Hogeschool van Amsterdam.
Thijs Turel is programma ontwikkelaar verantwoorde digitalisering bij het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.