Het werk van bestuurders en politici is ‘naarder en zwaarder’ geworden, stelt het adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (ARPA) vast. In ‘Een gewaardeerd ambt’, is het advies de arbeidsvoorwaarden voor politieke ambtsdragers te herijken. Of eigenlijk: die aan te passen aan de veranderde arbeidsomstandigheden. De bezoldiging van wethouders gaat bijvoorbeeld in drie jaar met 18 procent omhoog. ‘Een inhaalslag is nodig.’
Werk bestuurders is ‘naarder en zwaarder’
Politieke ambten zijn zwaar, waardevol en essentieel. Daar horen arbeidsvoorwaarden bij die dat weerspiegelen, adviseert Arpa het kabinet.
Fundamenteel belang
‘De democratie functioneert bij de gratie van geschiktheid van politieke ambtsdragers en wij hopen daar met dit rapport een wezenlijke bijdrage aan te leveren’, zegt Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van het adviescollege op de vraag of het niet opvolgen van de adviezen en het voortbestaan van de huidige situatie de democratie in gevaar kan brengen. ‘Het college wijst op het fundamentele belang van politieke ambten voor onze democratie. Besluiten van bestuurders en volksvertegenwoordigers zijn van grote invloed op het dagelijks leven van alle burgers in Nederland, stellen zij. ‘Politieke ambten zijn zwaar, waardevol en essentieel. Daar horen arbeidsvoorwaarden bij die dat weerspiegelen.’
U stelt vast dat het werk van bestuurders en politici ‘naarder en zwaarder’ is geworden. Ik denk dat velen dat kunnen beamen. Waar blijkt dat vooral uit, wat u betreft?
‘We hebben veel tijd in dit rapport gestoken. Het CAOP heeft een uitgebreide literatuurstudie gedaan naar relevante arbeidsvoorwaarden én het functioneren van politieke ambtsdragers. Daar is een mooie bundel van gemaakt die beschikbaar is voor eenieder. De commissie heeft zich vooral geconcentreerd op de vraag: wat is de feitelijke belasting en taakzwaarte van bestuurders? Voor de beoordeling hebben we aangesloten bij een Kamerdiscussie uit 2015, waarin criteria zijn vastgelegd over waar bezoldiging aan moet voldoen. Dat ging over die taakzwaarte.
Er is een lange lijst voor “naarder en zwaarder”. Ik begin met “zwaarder” en dan wijs ik op wat politieke ambtsdragers zelf zeggen, zoals: ik moet nu meer tijd aan het ambt besteden, ook in uren, dan voorheen. Er zijn meer burgers. Ik ben verantwoordelijk voor een hoger budget. De decentralisaties brachten heel veel nieuwe en zwaardere taken. Daarbij zie je dat er in het regionaal bestuur meer samenwerkingsverbanden bij zijn gekomen, wat ook voor additionele taken zorgt. De Europese integratie zorgt ook voor meer relevante regelgeving. Er is dus heel veel empirische onderbouwing.’
En dan het ‘naarder’.
‘Dan hoef ik alleen maar te wijzen op het nieuws en de mate waarin bestuurders worden geconfronteerd met woedende burgers, met intimidatie. Al die bezorgde burgemeesters en daarbij de trend van het afnemend vertrouwen in de politiek. Dat zorgt voor meer druk voor politieke ambtsdragers. De optelsom was voor ons een belangrijk ingrediënt om tot ons voorstel te komen.’
Kortom, u stelt vast dat het helemaal geen leuke baan meer is.
‘Nou, het is vooral een zware baan. Gelukkig vinden veel mensen het nog steeds wel een bevredigende baan, blijkt ook uit onderzoek. Maar de ondersteuning kan beter. Wij willen met onze voorstellen veiligstellen dat decentrale politieke ambtsdragers dit werk willen blijven doen. En dat dit niet betekent dat zij een enorme financiële sprong achteruit moeten maken. Dat zit hem toch vooral in de vergoeding die ze krijgen voor het parttime werk die het verlies aan inkomsten uit hun hoofdfunctie niet compenseert.’
De overheid zou meer kunnen doen voor politieke ambtsdragers dan ze doet
Alexander Rinnooy Kan, voorzitter adviescommissie rechtspositie politieke ambtsdragers
U schrijft dat een inhaalslag nodig is in de arbeidsvoorwaarden voor bestuurders en volksvertegenwoordigers. Veel van de voorwaarden die u noemt zijn voor veel werknemers al heel normaal, schrijft u ook. Komt dit advies dan eigenlijk niet veel te laat?
‘Ja, het woord “inhaalslag” zegt het al. Je ligt achter, dit is het repareren van eerder ontstane schade. We hebben de relevante cao’s vergeleken. Veel werknemers zijn voorzieningen gegund die nog niet bij politieke ambtsdragers zijn beland. In principe zou de rechtspositie werknemersvoorzieningen moeten volgen, tenzij dit door het bijzondere karakter van het ambt niet mogelijk is. Waar mogelijk is er alle reden om ze gewoon ook mee te laten profiteren van de algemene inzichten die wij allen hebben over hoe een werknemer behandeld zou moeten worden en wat voor voorzieningen ervoor zijn. In ons advies zijn daar op een aantal plekken voorbeelden van te vinden.’
U doet uw voorstellen ook om een ‘meer diverse instroom van goede bestuurders te bevorderen’. Vreest u dat de instroom van bestuurders anders eenvormiger wordt?
‘Er is alle reden om diversiteit serieuzer te nemen. Arbeidsvoorwaarden voor politieke ambtsdragers in Zweden zijn bijvoorbeeld aangepast, zodat ook andere dan de geijkte groepen zich comfortabeler zouden voelen in die rol. Wij hopen dat onze voorstellen de motivatie zullen verhogen of in ieder geval de drempel zullen verwijderen. Dat is ook al staand beleid, maar nog niet zo succesvol als we zouden hopen.’
Onze columnist Zahra Runderkamp wees er onlangs op dat na een historisch hoog percentage vrouwen in de raad na de verkiezingen van 2022 hun aantal in 2026 al meer dan 10 procent is gedaald. Dat heeft toch ook te maken met die secundaire arbeidsvoorwaarden, lijkt me.
‘Dat lijkt mij ook. Eén van onze aanbevelingen is dat er meer aan kinderopvang wordt gedaan. Voor de private sector is dat helemaal geen nieuw idee. De overheid zou meer kunnen doen voor politieke ambtsdragers dan ze doet. We hebben eerder geadviseerd over verlofregelingen. Daar is het kabinet nu aan zet. Ik vind dat zowel moeders als vaders daar van zouden moeten profiteren. En ik denk dat onze voorstellen de drempels kunnen verlagen.’
Het college wilde ook toetsen of het afwegingskader aansluit bij opvattingen van inwoners over het bepalen van beloningen voor politici, zei u in een vorig interview. Is dat ook gebeurd en wat bleek daaruit?
‘Jazeker, dat hebben we laten doen. Mensen denken vaak dat de regelingen erg riant zijn en het minder kan, maar als ze zich er meer in verdiepen, dan veranderen de opvattingen heel snel, ook over wachtgeld. Het is een aardig rapport, beschikbaar op onze website. Relevant is dat mensen gevoelig zijn voor de observatie dat zwaarder werk beter moet worden beloond. Het ging om kleine groepen, maar het waren hele intensieve discussies.’
U beveelt een geleidelijke verhoging in drie jaar tijd aan van beloningen voor politieke ambtsdragers. Waarom geleidelijk? Omdat het wellicht controversieel kan overkomen om het in één keer te doen?
‘Er is veel te zeggen over spreiding in de tijd, maar het moet wel effect hebben. We zijn uitgekomen in deze vormgeving. Ik moet eerlijk zeggen dat er geen wiskundige formule voor is, er zit inschatting en intuïtie bij. Maar wij vinden het alleszins terecht. En het heeft een positief neveneffect, want de minister verdient dan weer meer dan de hoogste ambtenaar. Dat is wenselijk en gerechtvaardigd.’
Maar u heeft er best lang over gedaan om tot die percentages te komen?
‘We hebben overal lang over gedaan, dus ook hierover. We hebben er ook nog in verwerkt dat sommige categorieën bestuurders al eerder een verhoging hadden gekregen. Als je die laat meeprofiteren van de grote beweging, dan worden zij dubbel gecompenseerd. Dat is niet terecht. Maar niet meedoen zou ook niet rechtvaardig zijn. Statenleden krijgen er bijvoorbeeld 10 procent bij in drie jaar. Dat is minder dan meeste andere categorieën, maar dat is dus bedoeld om die eerdere beloning te compenseren.’
U onderstreept dat de ingangsdatum van veranderingen in de financiële rechtspositie zo gekozen moet worden dat politici en bestuurders nooit besluiten kunnen nemen die henzelf direct een financieel voordeel opleveren. Wat bedoelt u daarmee?
‘Ja, dat hebben wij niet verzonnen, maar dat is nu al onderdeel van de wet. Het betekent dat het nooit zo kan zijn dat Kamerleden iets besluiten wat ze zelf gaan merken. Je kunt je voorstellen dat voor degenen die daar niet rechtstreeks bij betrokken zijn, raadsleden bijvoorbeeld, dit argument niet geldt. Krijgen zij hun verhoging dan eerder? Wij vonden het passend, en dat is wel sneu voor hen, dat zij toch meelopen in dit ritme. We hebben veel tijd in de totale tabel van het beloningsgebouw gestoken. Die is met zorg vastgesteld. Als je de ene groep dan sneller bedient, dan valt het uit evenwicht. Iedereen moet tegelijkertijd profiteren van de verhoging. Als deze Kamer vier jaar blijft zitten, zou dat dus vanaf 2030 zijn.’
U pleit ook voor een betere regeling voor persoonlijke opleiding en ontwikkeling. Waar schort het daar aan en hoe kan dat beter?
‘In private regelingen is dat heel normaal en in cao’s wordt aangemoedigd om tijd voor herscholing in te bouwen, maar bij politieke ambtsdragers is dat afwezig. Wij doen daar concrete voorstellen voor die vergelijkbaar zijn met de regelingen in de private sector. Ze zitten er namelijk vaak vrij kort en moeten weer verder, dus daar moeten ze zich goed op kunnen voorbereiden. We bieden extra ruimte voor een terugkeer op de arbeidsmarkt.’
Na het ambt, wat plotseling kan eindigen, komt er een vergoeding van vier maanden salaris en uitstel van de sollicitatieplicht, is uw advies. Is dat een veelgehoorde wens?
‘Het is echt niet zo simpel om een passende plek te vinden. We hebben er allemaal belang bij dat de vertrekkende politieke ambtsdragers hun ervaringen en kennis in dienst van de samenleving kunnen stellen. En daar hebben ze echt wel wat tijd voor nodig, zeker als het heel onverwacht gebeurt. En dat gebeurt met enige regelmaat. Wij vinden het onderdeel van de waardering voor het ambt dat de arbeidsvoorwaarden ook op dit punt moeten worden verbeterd en verruimd.’
En dat geldt ook voor de ontslag- en pensioenuitkering, begreep ik.
‘Die regeling is een groot goed. Er zijn fundamentele verschillen tussen de manier waarop politieke ambtsdragers en gewone werknemers in hun werk staan. Het meest in het oog springende verschil is natuurlijk dat je als politieke ambtsdrager op staande voet kunt worden ontslagen. En je kunt daar niet tegen in beroep gaan. Je bent gewoon van de ene op de andere dag verdwenen. Dat is natuurlijk dramatisch, maar het komt toch steeds vaker voor. Maar ook als dat niet het geval is, past het bij onze waardering voor het ambt dat als het eenmaal afloopt, je royaal de gelegenheid, ruimte en tijd krijgt om de overstap te maken naar een andere functie in de maatschappij. Ook hier volgen we grotendeels de regelingen in de private sector, daar is niets luxueus aan.’
In sommige partijprogramma’s wordt zelfs gesproken over het verslechteren van de arbeidsvoorwaarden. Dit wordt geen gemakkelijke rit.
Alexander Rinnooy Kan, voorzitter adviescommissie rechtspositie politieke ambtsdragers
Tot slot noemt u nog enkele kleinere aanpassingen, zoals een individueel keuzebudget (IKB), maar ook rechtsbijstand bij integriteitskwesties. Hoe noodzakelijk is dat laatste?
‘Als het gebeurt, en zeker als er alleen een verdenking is, dan vind ik dat je een politieke ambtsdrager, die onmiddellijk ook uiterst kwetsbaar is in de beeldvorming, royaal moet ondersteunen in zijn begrijpelijke verdediging tegen de verdenking.’
U kondigt aan onderdelen van de rechtspositie van volksvertegenwoordigers en bestuurders nader te onderzoeken, zoals onkostenvergoedingen, het woonplaatsvereiste voor bijvoorbeeld wethouders, rechten van politici en bestuurders op het gebied van terugkeer naar de private sector (‘politiek verlof’) en waarderingsmaatstaven voor beloning, zoals inwoneraantallen bij de gemeenten. Wat zijn daar de uitdagingen?
‘We zijn het allemaal eens dat daar iets te verbeteren valt. Is het bijvoorbeeld juist en passend om de beloning van gemeentelijke politieke ambtsdragers vooral te laten afhangen van het aantal inwoners? Daar is onderzoek voor nodig, in samenwerking met de direct betrokkenen.’
Er gaan in grote steden al stemmen op voor een fulltime raadslidmaatschap. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Dat hebben wij ook zeker van hen gehoord. Maar je stapt dan wel af van lekenbestuur, het idee dat het politiek bestuur voeling moet houden met de werkelijkheid. Als we bepleiten dat raadsleden fulltime gaan werken, dan nemen we afscheid van het lekenbestuur. Maar die afweging hoort niet tot ons mandaat. De ROB heeft er naar gekeken en die zegt: niet doen. Die vinden dat raadsleden zelf goed naar het tijdsbeslag moeten kijken en dat het een persoonlijke afweging is. Er is wel betere ondersteuning nodig, en dan heb je nog de burgerlidmaatschappen van commissies waarmee je tijd kunt winnen. Burgerleden moet je dan ook passend belonen voor hun tijd. Ik heb zelf gemengde gevoelens over het onderwerp. Maar dat is voor een ander adviesorgaan. En dat zegt heel nadrukkelijk nee.’
Hoe groot acht u de kans dat uw voorstellen worden overgenomen? En wat gebeurt er als dat niet het geval is?
‘Dat eerste zou ons veel genoegen doen. Maar ik verwacht veel gesputter. Er is altijd gesputter over. Ik zet me al schrap. In sommige partijprogramma’s wordt zelfs gesproken over het verslechteren van de arbeidsvoorwaarden. Dit wordt geen gemakkelijke rit. We zien wel wat de politiek doet. Als het integraal wordt verworpen, dan hebben we het toch uit onze volle overtuiging geadviseerd. Als dat inderdaad gebeurt, dan zullen de negatieve effecten zich materialiseren: het zal nog moeilijker worden om mensen te vinden voor het binnenlands bestuur dan nu al het geval is. Het zal ook iets afdoen aan de zichtbare waardering voor ons ambt. Dat moeten we onder ogen zien. Maar als er nu geen meerderheid voor is, dan moeten we nog maar eens op de trom slaan.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.