We wisten al dat kiezers politici met kinderen betrouwbaarder, menselijker en herkenbaarder vinden. Goed nieuws dus voor diegene die ouderschap met politiek werk willen combineren. Er blijkt wel één ‘maar’ te zijn.
De politieke prijs van zwangerschap
Kiezers blijken zich vooral af te vragen of zwangere kandidaten wel genoeg tijd hebben om het politieke werk te doen.
Nieuw Amerikaans onderzoek laat zien dat dit geldt voor politici met kinderen, maar niet voor zwangere politici. Politicoloog Michelle Irving liet in een experiment Amerikaanse kiezers fictieve vrouwelijke kandidaten beoordelen. Ze waren hetzelfde: vrouw, wit, getrouwd, advocaat en ervaren. Alleen hun gezinssituatie verschilde. De ene vrouw had geen kinderen, de andere was zwanger van haar eerste kind en de derde had een kind van vier.
Oei, daar kwamen wel wat verschillen uit. 88 procent van de kiezers gaf aan bereid te zijn op een gekwalificeerde vrouwelijke kandidaat te stemmen. Goede score. Voor vrouwen zonder kinderen en moeders van jonge kinderen was dat nog 87 procent. Tot nu toe gaat het lekker! Helaas, bij een zwangere kandidaat zakt het percentage naar 72 procent.
Waar komt die terughoudendheid vandaan? Kiezers bleken zich vooral af te vragen of zwangere kandidaten wel genoeg tijd hebben om het politieke werk te doen. Zwangerschap wordt dus vooral vertaald naar een verondersteld gebrek aan beschikbaarheid.
Ook in Nederland wordt politiek nog altijd georganiseerd rondom het ideaal van permanente beschikbaarheid
Interessant genoeg (en logischerwijs) verdwijnt dat na de zwangerschap wel weer. Moeders van jonge kinderen werden in sommige situaties juist ook positiever beoordeeld als leider. Irving spreekt daarom van een ‘parenthood timing gap’: het gaat vooral om het moment. Zwangerschap zit je in de weg tijdens je verkiezing, terwijl moederschap juist een politiek voordeel kan zijn.
Er zijn wel partijverschillen. Democraten beoordelen moeders en zwangere kandidaten positiever. Republikeinse kiezers hadden vaker een voorkeur voor vrouwen zonder kinderen. Zij werden gezien als betere leiders, meer betrokken én met meer tijd voor het politieke ambt. Amerikaanse Democraten en Republikeinen zijn natuurlijk niet zo goed te vertalen naar Nederlandse partijen. Ook gaat het om een wetenschappelijk experiment en niet om daadwerkelijk stemgedrag.
Tot zover de slagen om de arm. Want ook in Nederland wordt politiek nog altijd georganiseerd rondom het ideaal van permanente beschikbaarheid. Wie zichtbaar zorgtaken heeft, roept daardoor al snel de vraag op of zij (of hij) het politieke werk er wel bij kan hebben. Zwangerschap maakt die veronderstelling blijkbaar extra zichtbaar. Beter is het om ons niet af te vragen of zwangere politici wel genoeg tijd hebben voor hun ambt. Interessanter is de vraag waarom we politieke functies zo hebben ingericht dat die twijfel zo vanzelfsprekend klinkt.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.