Het merendeel van de gemeenten ervaart geen knelpunten in de omgang met religieuze geluidsuitingen, zoals versterkte gebedsoproepen door moskeeën. Ze zitten dan ook niet te wachten op aanvullend beleid.
Weinig behoefte aan extra regels volume gebedsoproepen
Met de nulmeting is onder andere in kaart gebracht hoe in gemeenten het toezicht is geregeld.
Nulmeting
Die conclusie wordt getrokken op basis van een landelijke nulmeting over versterkte gebedsoproepen door onderzoeks- en adviesbureau Labyrinth – gehouden in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Met de nulmeting is in kaart gebracht hoeveel moskeeën gebruikmaken van versterkte gebedsoproepen, hoe vaak dat gebeurt, in welke mate er sprake is van overlast, hoe het toezicht geregeld is en op welke wijze er gecommuniceerd wordt met gemeenten.
Meldingen
De meting laat zien dat het gros van de 145 deelnemende gemeenten geen afzonderlijke, expliciet op religieuze of versterkte religieuze geluidsuitingen toegesneden algemene regelgeving heeft vastgesteld. Gemeenten geven aan in de praktijk vooral gebruik te maken van bestaande algemene kaders, zoals bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening, algemene geluids- of hinderregels, het omgevingsplan en landelijke wetgeving, waaronder de Wet openbare manifestaties. Dat wil volgens de onderzoekers zeggen dat religieuze geluidsuitingen in veel gemeenten beleidsmatig beperkt zijn uitgewerkt, ‘mede omdat zij in de lokale praktijk weinig voorkomen of zelden aanleiding geven tot structurele meldingen.’
Handhaving
Gemeenten hanteren uiteenlopende werkwijzen. In sommige gemeenten is sprake van een meldings- of vergunningplicht voor versterkte religieuze geluidsuitingen, terwijl andere gemeenten alleen optreden in specifieke situaties, zoals bij nieuwe initiatieven of naar aanleiding van meldingen. Structureel toezicht, bijvoorbeeld in de vorm van geluidsmetingen of periodieke controles, komt slechts in beperkte mate voor. Toezicht en handhaving lijkt volgens de onderzoekers in veel gemeenten vooral reactief van aard te zijn en gekoppeld aan concrete signalen of klachten.
Geen voorvallen
De meeste deelnemende gemeenten geven aan dat zich in de afgelopen jaren geen discussies, dialogen of voorvallen hebben voorgedaan naar aanleiding van religieuze geluidsuitingen. Maar in gemeenten waar structureel een versterkte oproep tot gebed plaatsvindt, worden relatief wel vaker meldingen geregistreerd. Het gaat daarbij vooral om meldingen over geluidsoverlast en in enkele gevallen om vragen over regelgeving of ervaren spanningen.
‘Tegelijkertijd blijkt’, aldus de onderzoekers, ‘dat deze ervaringen betrekking hebben op religieuze geluidsuitingen in brede zin en zich niet uitsluitend richten op de versterkte oproep tot gebed.’ De meldingen kunnen ook samenhangen met andere religieuze activiteiten met geluid, zoals evangelisatieactiviteiten of andere bijeenkomsten. Gemeenten blijken dat soort situaties doorgaans casusgericht te benaderen, bijvoorbeeld door het geven van uitleg over het juridisch kader, overleg met betrokken partijen, bemiddeling of het maken van afspraken over geluidsniveau of tijdstippen.
Onduidelijkheid
Slechts een klein aantal deelnemende gemeenten benoemt knelpunten in de omgang met religieuze geluidsuitingen. Die hebben dan met name betrekking op onduidelijkheid over de toepassing van geluidsnormen, de ruimte voor lokale regulering binnen bestaande wetgeving en de bestuurlijke gevoeligheid van het onderwerp. ‘Het merendeel van de gemeenten geeft echter aan geen knelpunten te ervaren en geen directe behoefte te hebben aan aanvullend beleid’, besluiten de onderzoekers.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.