Sinds 2021 hebben er 55 burgerberaden plaatsgevonden op decentraal niveau en twee op nationaal niveau. Decentraal hebben ruim zesduizend inwoners zo actief deelgenomen aan de aanpak van een maatschappelijk vraagstuk in hun gemeente, provincie of regio. Maar wat hebben de burgerberaden nu opgeleverd?
Wat leveren al die burgerberaden op?
Het is oppassen dat het ‘zware middel’ burgerberaad niet het antwoord wordt op elke participatievraag. Kleiner kan ook passender zijn.
Duiden van impact
De impact van burgerberaden laat zich moeilijk meten. Een burgerberaad is een veelomvattende term: het kan zowel gaan om impact op deelnemers als op de brede samenleving, maar bijvoorbeeld ook op politiek, bestuur en beleid. Dat zegt Charley Fiedeldij Dop. Zij is adviseur Lokale Burgerberaden bij Bureau Burgerberaad. Bij veel beraden is die impact ook nog niet op alle niveaus te meten, zegt ze, want het duurt wel enkele jaren voordat de impact op beleid zichtbaar wordt. ‘Tegelijkertijd is er veel behoefte aan het duiden van de impact, daar zijn wij ook al langere tijd mee bezig.’ Zo worden de kosten en opbrengsten van burgerberaden in kaart gebracht en komt deze maand de VNG Inspiratiegids Burgerberaden uit, gemaakt door EMMA en Bureau Burgerberaad. Daarin worden de trends zowel kwalitatief als kwantitatief geduid en ook voorbeelden gegeven.
Bestuurders entameren vooral
Ruim driekwart van de burgerberaden vond plaats op gemeentelijke niveau en elf procent op stadsdeelniveau. Denk aan het wijkberaad in Amersfoort. Negen procent van de beraden was op provinciaal niveau, bijvoorbeeld het Klimaatberaad in Gelderland. En vier procent van de beraden vonden plaats op regionaal niveau, zoals in de RES-regio West-Brabant. Dit blijkt uit de Staat van het Beraad 2026 van Bureau Burgerberaad. Van de 53 beraden waarvan bekend is door wie ze zijn geïnitieerd, komt bijna de helft vanuit de koker van bestuurders. Volksvertegenwoordigers begonnen er in ruim een derde één en maatschappelijke organisaties en inwoners in tien procent van de gevallen. Bij overige beraden lag het initiatief bij meerdere spelers.
Eerlijk, haalbaar en wenselijk
‘In een goed burgerberaad luisteren deelnemers naar elkaar, verdiepen zij zich in een vraagstuk en wegen zij samen wat eerlijk, haalbaar en wenselijk is’, schrijven Tess Schijvenaars en Nina Breedveld van participatiebureau EMMA aan Binnenlands Bestuur. Burgerberaden hebben daarmee volgens hen drie belangrijke randvoorwaarden voor (burger)participatie steviger op de agenda gezet. ‘Bestuurders moeten vooraf duidelijk maken wat zij met de uitkomsten doen. Deelnemers moeten breder worden gezocht dan de mensen die toch al naar bewonersavonden komen. En een burgerberaad vraagt tijd: voor gesprek, twijfel, verschil en gezamenlijke afweging.’
Niet elk vraagstuk vraagt om een volledig burgerberaad
Nina Breedveld en Tess Schijvenaars van participatiebureau EMMA
Zwaar middel
Juist daarom is het oppassen dat het ‘zware middel’ burgerberaad niet het antwoord wordt op elke participatievraag, vinden Schrijvenaars en Breedveld. ‘Niet elk vraagstuk vraagt om een volledig burgerberaad.’ Vaak beschikken inwoners bij concrete, nabije kwesties al over veel relevante kennis, zoals over parkeerdruk, vergroening van een wijk, publieke ruimte, leefbaarheid, voorzieningen, lokale spanningen of lokale veiligheid, stellen ze. ‘Kleiner is dan niet per se minder. Kleiner kan ook passender zijn: bij het vraagstuk, bij de participatieruimte en bij de mensen die je wilt bereiken.’
Commitment, deliberatie en loting
De vraag is volgens hen: hoe maken we de lessen van burgerberaden breder toepasbaar? Daarvoor zijn andere vormen nodig die de kracht van burgerberaden naar kleinere processen vertalen, zoals burgergesprekken. ‘Geen verkleind burgerberaad, maar een compact deliberatief proces waarin de drie onderscheidende elementen van burgerberaden op een andere manier terugkomen.’ Dat begint met commitment. ‘Wat gebeurt er met de opbrengst, wie gebruikt die, hoe krijgen deelnemers terugkoppeling?’ Deliberatie hoort er ook bij: deelnemers moeten tijd krijgen om te luisteren, ervaringen te delen, verschillen te onderzoeken en samen scherper te denken. En loting is belangrijk ‘om voorbij de usual suspects te komen’. ‘Beraden hoeven dus niet kleiner te worden. Ze moeten goed blijven.’
Zorgen over representativiteit
Burgerberaden worden steeds vaker gezien als een oplossing voor het groeiende vertrouwenstekort in de democratie. Maar nieuw onderzoek, waar bestuurskundige Daan Jacobs onlangs op promoveerde, toont aan dat hun effect beperkt is. Mensen ervaren de beraden als meer legitiem dan een proces zonder burgerparticipatie, maar niet als ‘overtuigend beter’ dan bestaande participatievormen zoals inspraakavonden. Het gaat om mensen die nog niet eerder deelnamen aan een burgerberaad, verduidelijkt Jacobs. ‘De ervaren legitimiteit valt tegen. Mensen zijn best sceptisch, met name over het gebruik van loting.’ Deelnemers aan het onderzoek hadden fundamentele bezwaren over de vrije toegang van een burgerberaad, zegt Jacobs. ‘Naar een inspraakavond gaan, bepaal je zelf. Bij loting is het: jij mag wel en jij niet. Mensen hebben zorgen over representativiteit. Zorgt loting daar wel voor?’
Lees het volledige artikel over burgerberaden in BB15 van deze week (inlog).
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.