De VVD wil wettelijk vastleggen dat geüniformeerde buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) tijdens hun werk geen zichtbare religieuze of levensbeschouwelijke uitingen meer mogen dragen. Met een initiatiefwetsvoorstel wil Tweede Kamerlid Claire Martens-America een einde maken aan de verschillen tussen gemeenten, waar nu uiteenlopend beleid geldt voor onder meer hoofddoeken, keppeltjes en kruisjes.
VVD wil landelijk verbod op religieuze uitingen boa’s
De VVD wil religieuze uitingen bij geüniformeerde boa’’s landelijk verbieden met een wet die lokale uitzonderingen onmogelijk maakt
Verschillen tussen gemeenten
Aanleiding voor het voorstel is dat verschillende gemeenten de afgelopen jaren religieuze uitingen bij het boa-uniform hebben toegestaan. Volgens de initiatiefneemster tast dat de ‘gewenste neutraliteit’ van gezagsdragers aan. In de memorie van toelichting stelt zij dat burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat boa's niet alleen neutraal handelen, maar ook een neutrale uitstraling hebben wanneer zij in uniform en met publiekscontact optreden. Het wetsvoorstel geldt uitsluitend voor geüniformeerde boa's tijdens de uitoefening van hun functie en niet daarbuiten.
Vrijheid van godsdienst
Het voorstel volgt op een eerdere poging van het kabinet om een dergelijk verbod via een algemene maatregel van bestuur (AMvB) in te voeren. De Afdeling advisering van de Raad van State oordeelde echter dat zo'n beperking van de vrijheid van godsdienst alleen bij formele wet kan worden geregeld. De VVD kiest daarom voor een initiatiefwet.
Volgens de toelichting is de huidige richtlijn over 'lifestyle-neutraliteit' voor boa's niet afdwingbaar. Daardoor kunnen gemeenten als werkgever zelf bepalen of religieuze uitingen zijn toegestaan. De initiatiefneemster wijst erop dat inmiddels elf gemeenten, waaronder Amsterdam, Den Haag, Arnhem, Eindhoven, Tilburg en Utrecht, daarvan gebruikmaken. Het wetsvoorstel moet voor alle gemeenten een landelijke norm creëren.
Alleen bij publiekscontact
De initiatiefneemster erkent dat het verbod ingrijpt in de vrijheid van godsdienst, maar stelt dat die beperking gerechtvaardigd is. Zij beroept zich daarbij op de noodzaak van een zichtbare neutrale overheid en verwijst naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin beperkingen op religieuze uitingen van ambtenaren onder voorwaarden zijn toegestaan. Volgens de memorie is het voorstel bovendien proportioneel, omdat het alleen geldt tijdens geüniformeerde werkzaamheden met publiekscontact.
Indirecte discriminatie
Het College voor de Rechten van de Mens, de FNV, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten en samenwerkende moskeekoepels betogen onder meer dat onvoldoende is aangetoond dat zichtbare religieuze uitingen de neutraliteit van boa's aantasten en waarschuwen voor indirecte discriminatie, met name van vrouwen die een hoofddoek dragen. De initiatiefneemster stelt daar tegenover dat het voorstel niet is gericht op gedrag van individuele boa's, maar op de institutionele uitstraling van het ambt en het vertrouwen in een onpartijdige overheid.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.