Het kabinet wil alle medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de aanvraag en uitgifte van reisdocumenten, zoals paspoorten, verplichten eens per twee jaar een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen. De Raad van State onderschrijft dat zo’n VOG-plicht onderdeel kan zijn van een sterker integriteitsbeleid, maar waarschuwt dat de verwachtingen van het instrument ‘niet al te hooggespannen’ moeten zijn.
Verplichte VOG voor paspoortambtenaren? Verwacht niet te veel, zegt RvS
De Raad van State benadrukt dat de maatregel op zichzelf onvoldoende is om fraude en corruptie te voorkomen
Uit strafrechtelijke onderzoeken blijkt dat het criminelen in het verleden is gelukt om door omkoping van corrupte medewerkers aan authentieke Nederlandse paspoorten te komen. Volgens het kabinet maakt dit criminele activiteiten eenvoudiger en schaadt het bovendien het (internationale) vertrouwen in het Nederlandse reisdocumentenstelsel.
Strenger
Om de integriteit van het stelsel beter te waarborgen, wil het kabinet een uniforme verplichting invoeren voor gemeenten. Alle medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de aanvraag en uitgifte van reisdocumenten moeten voortaan iedere twee jaar een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben. De verplichting gaat gelden voor zowel gemeenteambtenaren als extern ingehuurd personeel. De tweejaarlijkse actualisatie is strenger dan bij de meeste bestaande VOG-verplichtingen.
Compensatie
Gemeenten krijgen hiervoor compensatie. Een deel van het bedrag dat zij per afgegeven reisdocument aan het rijk afdragen, wordt daarvoor in mindering gebracht. Dat moet de uitvoeringslasten en de kosten voor het aanvragen en registreren van de VOG dekken.
Eén uniform kader
Op dit moment bepalen gemeenten nog zelf of medewerkers een recente VOG moeten hebben. Uit een steekproef blijkt dat de meeste gemeenten wel een VOG vragen bij indiensttreding, maar dat slechts een klein deel medewerkers verplicht deze na enkele jaren opnieuw aan te vragen. Met de nieuwe maatregel wil het kabinet landelijk één uniform kader invoeren.
Onvoldoende
De Raad van State onderschrijft dat een VOG-plicht onderdeel kan zijn van een sterker integriteitsbeleid, maar waarschuwt dat de maatregel op zichzelf onvoldoende is om fraude en corruptie te voorkomen, iets wat de regering overigens zelf ook erkent. Volgens het advies zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals organisatorische maatregelen of werkafspraken die zorgen voor een breed gedragen cultuur waarin integer handelen de norm is. De afdeling advisering adviseert het kabinet daarom uitgebreider toe te lichten welke andere maatregelen worden genomen om de integriteit en fraudebestendigheid van het aanvraag- en uitgifteproces te versterken.
Effectiviteit
Daarnaast plaatst de Raad van State kanttekeningen bij de verwachtingen van de VOG-plicht. Die moeten ‘niet al te hooggespannen’ zijn. ‘Het effect daarvan is immers afhankelijk van de omstandigheid dat iemand voor een relevant feit wordt veroordeeld. Corruptie die onopgemerkt blijft, of plaatsvindt in twee jaar nadat een VOG is afgegeven, blijft met de verplichting zonder directe gevolgen’, aldus de onafhankelijke adviseur van regering en parlement.
Integriteit
Het risico op corruptie kan volgens de Raad van State worden verminderd door vormen van taak- en werkverdeling en doorlopende aandacht voor integriteit. ‘Een brede benadering is van belang omdat het waarborgen van integriteit meer veronderstelt dan een juridische norm; deze moet ook recht doen aan de morele dimensie van integriteit’, is te lezen in het advies.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.