Nog maar een op de vijf Nederlanders heeft vertrouwen in de Tweede Kamer. Dat blijkt uit het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) 2025, dat woensdag werd gepresenteerd. Het rapport tekent een electoraat dat in rap tempo is afgehaakt van de Haagse politiek. Dat heeft gevolgen voor het draagvlak voor de democratie zelf.
Nederlander keert Den Haag massaal de rug toe
Het vertrouwen in de Tweede Kamer heeft een historisch dieptepunt bereikt. Ook het vertrouwen in de democratie als geheel daalt.
Negatiever dan ooit
In 2021 had nog de helft van de kiesgerechtigden tamelijk of veel vertrouwen in de Tweede Kamer. Dat aandeel zakte naar 30 procent bij de verkiezingen van 2023, en is nu verder gedaald naar slechts 19 procent. Het vertrouwen in de regering (15 procent) en in politieke partijen (12 procent) is al net zo laag. De conclusie van de onderzoekers is duidelijk: de publieke opinie over de Haagse politiek is negatiever geworden dan ooit in de moderne geschiedenis van het NKO.
De gevolgen beperken zich niet tot de politiek in enge zin. De tevredenheid met het functioneren van de democratie daalde van 69 procent in 2021 naar 56 procent in 2025. Dat is nog altijd een meerderheid, maar de trend is neerwaarts. De onderzoekers wijzen erop dat burgers de democratie als ideaal doorgaans wel blijven onderschrijven, maar dat de waardering voor de concrete invulling ervan snel afbrokkelt.
Nederland is daarmee geen uitzondering meer in Europa. Waar ons land vroeger tot de positief gestemde landen behoorde, zit het nu dicht bij het EU-gemiddelde, in het gezelschap van Letland, Polen en Portugal. De Noordse landen en Luxemburg blijven een stuk optimistischer over hun democratie.
Afkeerscore
Binnen Nederland concentreert de onvrede zich sterk bij kiezers van Forum voor Democratie en PVV. Van de FvD-kiezers behoort 63 procent tot het kwart van de kiesgerechtigden met de hoogste afkeerscore; onder PVV-kiezers is dat 50 procent. D66-, ChristenUnie-, CDA-, GroenLinks-PvdA- en Volt-kiezers zijn juist sterk ondervertegenwoordigd in deze groep. Opvallend is dat mensen met een sterke afkeer van de Haagse politiek niet minder geneigd zijn tot protest of andere vormen van politieke actie, maar wel minder steun geven aan de democratische rechtsstaat. Tegelijkertijd zijn zij vaker voorstander van meer directe zeggenschap van burgers, bijvoorbeeld via referenda of burgerfora.
Negatieve identiteit
Meer dan 80 procent van de Nederlanders heeft afkeer van een bepaalde politieke partij, en voor een derde is die afkeer een wezenlijk onderdeel van de eigen identiteit. De onderzoekers spreken van een ‘negatieve politieke identiteit’. De PVV is daarbij het meest genoemde object van afkeer. Vijanddenken, waarbij politieke tegenstanders moreel worden veroordeeld, is ook wijdverbreid: een kwart van de Nederlanders is het er geheel mee eens dat sommige partijen er bewust op uit zijn ‘Nederland kapot te maken’, nog eens 18 procent gedeeltelijk.
Toch nuanceren de onderzoekers dit beeld ook. De polarisatie die uit de cijfers spreekt, sijpelt maar beperkt door in het dagelijks leven. Meer dan de helft van de Nederlanders merkt in de eigen omgeving weinig van verslechterde verhoudingen door politieke meningsverschillen. Of de afkeer en vijanddenken zijn toegenomen ten opzichte van eerdere verkiezingen, valt bovendien niet te zeggen omdat vergelijkbaar eerder onderzoek ontbreekt.
Migranten stemmen vaker
Een andere opmerkelijke bevinding betreft de opkomst van kiezers met een migratieachtergrond. Stonden zij bij verkiezingen van 2021 nog minder vaak op, bij de Kamerverkiezingen van 2025 hebben zij significant vaker gestemd dan Nederlanders zonder migratieachtergrond. Onderzoeker Floris Vermeulen van de Universiteit van Amsterdam benadrukt wel dat de NKO-steekproef iets dichter bij de politiek staat dan het gemiddelde electoraat, en dat de bevinding daarmee niet representatief is voor alle kiesgerechtigden met een migratieachtergrond.
De kernboodschap van het NKO 2025 is helder: het politieke vertrouwen bevindt zich op een historisch dieptepunt, maar de is geen automatisme. ‘Groeiende afkeer van de Haagse politiek is niet onvermijdelijk,’ schrijven de onderzoekers, ‘maar afhankelijk van wat politici doen.’
Het Nationaal Kiezersonderzoek vindt sinds 1971 plaats rond de Tweede Kamerverkiezingen. De editie van 2025 is gebaseerd op antwoorden van meer dan 8.000 mensen in verschillende vragenlijsten.
Reacties: 2
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
"Stonden zij bij verkiezingen van 2021 nog minder vaak op, bij de Kamerverkiezingen van 2025 hebben zij significant vaker gestemd dan Nederlanders zonder migratieachtergrond."
Zomaar een vraagje: omdat zij ervoor worden betaald om te gaan stemmen?
De remedie: minder politieke partijen (!!) en meer samenwerking en overleg tussen Kabinet en fractieleiders van politieke partijen over gewenst en toekomstig Overheidsbeleid.