Cijfers doen ertoe, net als woorden. En toch zegt een getal zonder context ons niet altijd evenveel. In gemeenteland is de grens van 100.000 inwoners zo’n getal: de zogenaamde schaalsprong. Zodra je die grens passeert, verandert er zogenaamd van alles. Maar laten we eerlijk zijn: het asfalt krijgt heus geen andere kleur zodra inwoner 100.001 zich bij de balie inschrijft. En toch is die grens er niet voor niets. Een gemeente met dat aantal inwoners wordt anders gezien, en werkt ook echt anders.
Schaalsprong
Ook al is de grens van 100.000 inwoners in Purmerend nog niet bereikt, en al klinkt hij zacht, de effecten ervan zijn hard.
Purmerend groeit de komende jaren, ook los van eventuele fusies, naar die grens toe. En dat heeft gevolgen. Het aantal raadsleden groeit, met alle praktische gevolgen van dien, tot en met de indeling van de raadzaal. Het heeft effect op de uitkering uit het gemeentefonds. Maar het meest ingrijpende gevolg zit in de vraagstukken waar een gemeente van die omvang mee te maken krijgt, en dus in de organisatie zelf. Die professionaliseert. De allrounder, de collega die bij kleinere gemeenten van alles een beetje doet, verdwijnt langzaam. Er komen meer managementlagen. Kortom: de organisatie gaat zich anders gedragen dan wij nu gewend zijn.
Dat heeft voordelen. Meer slagkracht, meer deskundigheid. Maar het heeft ook een keerzijde. De fysieke en politieke afstand tot de inwoner wordt groter. Dat willen we voorkomen door heel bewust te investeren in binding met inwoners. Maar lukt dat dan ook echt? Kun je dat organiseren, of bereik je op die manier vooral de burger die toch al mondig en betrokken is, en juist niet de mensen die je het hardst nodig hebt? Die je echt zou willen bereiken?
Een schaalsprong kan voelen als een soort cultuurschok: het verlies van het familiegevoel van een kleinere organisatie
Het is zaak om hier tijdig over na te denken, en de organisatie klaar te maken voor zo’n schaalsprong. Daar zijn we in Purmerend nu volop mee bezig, en ik vind het een van de interessantste vraagstukken van dit moment om als gemeentesecretaris aan bij te dragen. Hoe verander je een organisatie zó dat die de slagkracht van een grotere gemeente krijgt, zonder de betrokkenheid en de platte werkwijze te verliezen die veel medewerkers juist koesteren?
En wat betekent dat voor de mensen die het moeten waarmaken? Ik kan me voorstellen dat het voor collega's die hier al langer werken, kan voelen als een soort cultuurschok: het verlies van het familiegevoel van een kleinere organisatie. Er ontstaat ook een skills gap. Groeien mensen vanzelf mee met de nieuwe schaal of moeten we ze daar actief in begeleiden? Het maakt het belang van strategische personeelsplanning alleen maar groter. Tegelijk is niets doen geen optie: als we vasthouden aan de generalist die overal een beetje van moet zijn, plegen we roofbouw op diezelfde mensen. En hoe voorkomen we dat juist het historisch kapitaal vertrekt, de mensen die de organisatie door en door kennen, omdat de grotere schaal hen niet bevalt?
Kortom: ook al is de grens van 100.000 inwoners nog niet bereikt, en al klinkt hij zacht, de effecten ervan zijn hard. Wachten tot je de grens daadwerkelijk passeert, is geen optie. Doe je dat wel, dan loop je het risico op frictie: de buitenwereld verwacht de slagkracht van een grote gemeente, terwijl de organisatie van binnen nog functioneert als een middelgrote. Die kloof wil je niet, en die voorkom je alleen door nu al aan de slag te gaan.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.