De Nederlandse overheid digitaliseert in hoog tempo. Lokale loketten verdwijnen, formulieren worden webportalen en raadsstukken verschijnen in online informatiesystemen. Die ontwikkeling is efficiënt en brengt het bestuur dichter bij de burger. Maar zij legt ook een nieuwe grens bloot: de digitale taalgrens. In die regio’s waar naast het Nederlands ook een erkende minderheidstaal, het Fries, Nedersaksisch of Limburgs, wordt gesproken, is het vaak de vraag of zij hun taal ook online daadwerkelijk tegenkomen.
Meertalig bestuur in het AI-tijdperk
Digitale meertaligheid is geen folklore of luxe, maar een uitdrukking van inclusieve democratie.
Zo is in de provincie Fryslân het Fries wettelijk verankerd als bestuurstaal, naast het Nederlands. Toch blijkt in de praktijk van gemeenten dat digitale formulieren, raadsinformatiesystemen en beleidsdocumenten vaak uitsluitend Nederlandstalig zijn. Het Fries is weliswaar juridisch gelijkwaardig, maar digitaal niet vanzelfsprekend. Voor de andere erkende talen, het Nedersaksisch en het Limburgs, is de afstand nog groter: zij vallen onder Deel II van het Europees Handvest van de Raad van Europa en missen de zwaardere bestuurlijke verplichtingen van Deel III, die het Fries wel geniet. Dit verschil vertaalt zich direct in de mate waarin de minderheidstaal in het lokale bestuur zichtbaar is.
Het Fries is weliswaar juridisch gelijkwaardig, maar digitaal niet vanzelfsprekend
Hier raakt taalbeleid aan de kern van goed bestuur. Een taal die alleen mag worden gebruikt als een burger er expliciet om vraagt, is formeel weliswaar beschermd maar is in de praktijk vooral symboliek. Zolang meertaligheid vooral wordt opgevat als een recht van de burger en niet als een plicht van de overheid, blijft de praktijk asymmetrisch. Een tweede vorm van asymmetrie is het feit dat minderheidstalen in de praktijk mondeling – aan het loket en de telefoon – redelijk aanwezig zijn, terwijl het schriftelijk en digitaal gebruik (ver) achterblijft. Daarmee ontstaat een nieuwe ongelijkheid: wie zijn of haar lokale overheid digitaal benadert, doet dat impliciet in de dominante taal.
Tot voor kort was de tegenwerping voorspelbaar: structurele meertaligheid is te duur, te arbeidsintensief en organisatorisch te complex. Professionele vertalers zijn schaars en kleinere gemeenten beschikken niet over eigen taalafdelingen. Die redenering verliest echter snel zijn waarde. Recent onderzoek naar de vertaalkwaliteit van moderne AI-systemen laat namelijk zien dat automatische vertaling tussen het Nederlands en het Fries inmiddels een niveau heeft bereikt dat in veel gevallen vergelijkbaar is met professionele menselijke vertaling. Ook de vertaalkwaliteit van AI-systemen in de andere regionale talen (én hun dialecten), het Nedersaksisch en het Limburgs, ligt inmiddels op een niveau waarop zij bruikbaar en inzetbaar zijn.
Dit verandert het beleidsdebat fundamenteel. De vraag is niet langer of digitale meertaligheid technisch mogelijk is, maar hoe deze in de gemeentelijke structuren kan worden ingezet. AI-vertaling maakt het mogelijk om conceptteksten automatisch in meerdere talen te genereren, om websites meertalig aan te bieden zonder dubbele werkdruk, en om raadsinformatie realtime toegankelijk te maken. Daarmee verschuift meertaligheid van een kostbare uitzondering naar een schaalbare infrastructuur.
Voor lokale overheden betekent dit drie dingen. Ten eerste: beschouw meertaligheid niet uitsluitend als cultuur- of identiteitsbeleid, maar als onderdeel van digitale dienstverlening. Het hoort thuis in ICT-strategieën en aanbestedingen, niet alleen in taalnota’s. Ten tweede: zorg voor organisatorische borging. Een taal- of meertaligheidscoördinator kan richtlijnen ontwikkelen, terminologie bewaken en toezien op kwaliteit en privacy. Ten derde: ontwikkel duidelijke kaders voor het gebruik van AI in de publieke sector. Transparantie, menselijke controle en gegevensbescherming zijn randvoorwaarden die goed te regelen zijn.
De inzet is groter dan taal alleen. In een tijd waarin het vertrouwen in de overheid onder druk staat, is herkenbaarheid essentieel. Burgers die hun moedertaal terugzien in brieven, websites en besluitvorming ervaren dat zij niet alleen formeel, maar ook praktisch worden erkend. Digitale meertaligheid is daarmee geen folklore of luxe, maar een uitdrukking van inclusieve democratie.
Jeroen Zandberg, redacteur wetenschappelijk bureau NSC

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.