Het aantal cameratoezichtobservaties van overlast en conflicten nam in 2025 flink toe in Utrecht. De gemeente experimenteert met een samenwerking tussen politie en Toezicht & Handhaving bij cameratoezicht. De eerste ervaringen zijn positief.
Meer overlast op camera in Utrecht
Cameratoezicht geldt als een laatste redmiddel in Utrecht, maar dit principe staat mogelijk ter discussie.
Dat blijkt uit de jaarlijkse evaluatie van het cameratoezicht. Utrecht beschikt over 71 vaste camera’s voor toezicht op de openbare orde en veiligheid. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van 20 flexibele camera’s. Die worden maximaal zes maanden neergezet op locaties waar sprake is van tijdelijke of zich verplaatsende ernstige overlast en criminaliteit. De gemeente zet camera's in als ultimum remedium, als sluitstuk in een bredere aanpak van meervoudige en structurele problematiek.
Veel meer overlast
In 2025 zijn in totaal 5430 observaties geregistreerd via cameratoezicht. Dat zijn er veel meer dan in 2024, toen er 4113 observaties werden vastgelegd. Vooral het aantal overlastmeldingen nam flink toe (339 meer, van 677 in 2024 naar 1016 in 2025). Ook waren er meer conflicten (214 meer, van 841 in 2024 naar 1055 in 2025). Het aantal diefstallen bleef vrijwel gelijk (362).
Vooral het aantal overlastmeldingen nam flink toe.
Vooral ’s avonds en ’s nachts vinden er veel conflicten plaats op straat in Utrecht. Met de camera’s rond het Bollendak, de Neude, de Viebrug en de Lange Jansstraat/ Janskerkhof worden de meeste conflicten gesignaleerd. Diefstallen vinden het meeste plaats in de late middag.
Evaluatie camerabeleid
In de tweede helft van 2026 evalueert de gemeente het beleidskader Cameratoezicht 2022-2026. Dan wordt ook het ultimum remedium-principe onder de loep genomen. 'Hierdoor is het in de praktijk niet altijd mogelijk om na incidenten, zoals explosies, direct cameratoezicht toe te passen, omdat niet in alle gevallen aan deze strikte voorwaarden wordt voldaan', schrijft burgemeester Dijksma over het principe. Begin 2027 wordt bekend of de gemeente aanpassingen doet aan het beleid.
Pilot: handhavers als cameratoezichtoperator
In veel gemeenten besteedt de politie het cameratoezicht uit, bijvoorbeeld aan stadstoezicht of een beveiligingsbedrijf. Cameratoezichtoperators kunnen beginnende incidenten signaleren. In overleg met de supervisor bepalen ze welke opvolging nodig is. Afhankelijk van de ernst van het incident en de beschikbare capaciteit wordt in de meldkamer besloten of de politie eropaf gaat. Het merendeel van de observaties vindt plaats naar aanleiding van meldingen, blijkt uit de jaarlijkse evaluatie van Utrecht. Tegelijkertijd staat er dat de grootste toegevoegde waarde van het cameratoezicht ligt in eigen waarnemingen van de operators.
Sinds december 2025 zet Utrecht twee medewerkers van Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR) in als cameratoezichtoperator. Zij zijn hiertoe opgeleid en draaien diensten mee bij het cameratoezicht. Het gaat om een pilot, met vooralsnog positief uitkomsten: het lijkt erop dat het helpt om de gemeentelijke betrokkenheid bij cameratoezicht te versterken. ‘De medewerkers leveren waardevolle input en de samenwerking tussen Cameratoezicht en THOR wordt concreter’, aldus de evaluatie.
De uitkomsten van de pilot worden voor de zomer geëvalueerd. Dan moet blijken of de gemeentelijke handhavers een structurele rol krijgen bij het uitkijken en opvolgen van camerabeelden.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.