Driekwart van de decentrale bestuurders en volksvertegenwoordigers beoordeelt het bestuurlijk vermogen van het rijk als zwak. ‘Lokaal krijgt bestuurlijk onvermogen van landelijke overheid op het bordje.’
‘Landelijke overheid bestuurt zwak’
Decentrale bestuurders oordelen niet mals over hun landelijke collega’s: driekwart van hen noemt het bestuurlijk vermogen van het rijk zwak.
Waan van de dag
Dat blijkt uit het onderzoek ‘Besturen met lef’ van Necker dat bij de bekendmaking van de Beste Bestuurder 2025 wordt gepubliceerd. Invullers vinden dat landelijke politici zich vooral bezighouden met de waan van de dag en elkaar. Daardoor nemen ze geen besluiten en belangrijke dossiers als stikstof en wonen komen stil te staan. Volgens hen is er weinig bereidheid tot samenwerking en weinig continuïteit. ‘Er wordt te veel naar de eigen partijprogramma’s gekeken en niet naar het landsbelang. Hierdoor duurt het veel te lang voordat beslissingen worden genomen’, zegt een respondent.
Weinig steun
Verder vinden invullers dat de landelijke politiek weinig oog heeft voor lokale overheden en uitvoerbaarheid van voorstellen, waardoor lokale bestuurders voor lastige opgaven komen te staan en weinig steun vanuit de landelijke overheid ervaren. Taken worden naar lokale overheden overgedragen, zonder dat zij er middelen voor krijgen. ‘Als gemeente doen we veel moeite om samenleving en overheid samen te houden. Gelijktijdig banjert landelijk beleid regelmatig dwars door alles wat uitlegbaar zou moeten zijn’, aldus een invuller.
Teken des tijds
‘Het is opvallend hoe breed gedragen het geluid is’, vindt Necker-onderzoeker Sabine van Zuydam. ‘Niet dat er eerder geen kritiek op de landelijke overheid was, maar de mate waarin is wel een teken des tijds. Ze hebben last van onvoorspelbaar beleid, ook omdat ze er lokaal op worden aangesproken.’ Ze vindt het opvallend dat respondenten de financiële positie van gemeenten als kracht zien van hun bestuurlijk vermogen (de mate waarin het bestuur naar vermogen werkt, zoals met een robuuste uitvoering, effectiviteit en efficiëntie, WB), terwijl ze tegelijk hun zorgen hierover uiten.
Zonder veel problemen de asielopvang kunnen opstarten, ziet men het als goed voorbeeld van bestuurlijk vermogen
Necker-onderzoeker Sabine van Zuydam over de resultaten van het onderzoek
Kwaliteit van bestuurders
Opvallend in de redenen die invullers noemen over waarom het bestuurlijk vermogen van de eigen overheid sterk of zwak is, is dat de financiële positie wordt aangewezen als bron van kracht, maar weinig als reden voor zwakte. ‘Blijkbaar heeft een zwak bestuurlijk vermogen andere redenen, zoals de kwaliteit van bestuurders, gebrek aan visie of een te grote afstand tot inwoners.’
Dichtbij inwoners staan
Raadsleden, wethouders en burgemeesters noemen het dichtbij inwoners staan vaker als reden voor het sterke bestuurlijk vermogen. Provinciebestuurders wijzen het vaker toe aan een politiek-bestuurlijke visie en waterschappen noemen het ambtelijk-politiek-bestuurlijke samenspel. Gedeputeerden en Statenleden zijn in dit onderzoek kritischer op het bestuurlijk vermogen dan collega’s bij gemeenten en waterschappen. Zij stellen dubbel zo vaak dat het bestuurlijk vermogen zwak is. ‘Provincies staan verder af van inwoners en hebben te maken met taaie problemen’, gist Van Zuydam naar de reden. ‘Misschien zitten ze daar ook het meest vast door het uitblijven van landelijk beleid.’
Ambitie tonen
Beslissingen durven maken en ambitie tonen blijken kwaliteiten die het bestuurlijk vermogen van de overheid versterken. Van Zuydam wijst op daadkracht, deskundigheid en communicatief vermogen als vaardigheden die volgens invullers steeds belangrijker zijn voor bestuurders. ‘En decentrale bestuurders voldoen hier in de basis aan, volgens volksvertegenwoordigers en bestuurders.’ De kwaliteiten lef, ambitie en visie komen terug in dossiers die volgens de invullers het bestuurlijk vermogen goed tonen: woningbouw, degelijke financiën en vluchtelingenopvang. Van Zuydam valt vooral die laatste op. ‘Het gaat dus ook vaak wel goed. Zonder veel problemen de opvang kunnen opstarten, ziet men het als goed voorbeeld van bestuurlijk vermogen.’
Vier lessen
Decentrale bestuurders noemen vier lessen uit het lokaal bestuur voor de landelijke politiek: werk constructief samen voor het algemeen belang, wees fatsoenlijk in de onderlinge omgang met debat gericht op de inhoud, maak moeilijke keuzes en sta daarvoor en blijf in verbinding met de samenleving. Zijn er lokaal nou inderdaad meer bestuurders met lef? ‘Klaarblijkelijk zijn er veel bestuurders met lef en daadkracht, ook gezien de veelheid aan genoemde dossiers waar zij bestuurlijk vermogen tonen. Dat doen zij niet alleen, maar juist ook in de collegialiteit van bestuur. Daar ligt nog een belangrijke les voor landelijk.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.