Op het najaarscongres van de VNG werd een motie aangenomen om afspraken te maken met bestuurlijke netwerken, zoals de M50, P10 en G4, ‘om zich te beperken tot kennisdeling, ontmoeting en inspiratie’. Dat is in onze ogen kortzichtig. De vermeende ‘versnippering’ in gemeenteland kan juist helpen de verbinding tussen landelijk en lokaal bestuur te herstellen.
Gemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn kansen, geen bedreigingen
Het benutten van verschillende samenwerkingsverbanden voor gemeenten is een noodzaak.
Dat er zorgen zijn over de positie van gemeenten valt goed te begrijpen. Van gemeentefinanciën tot de Spreidingswet: op grote, politiek gevoelige dossiers delven gemeenten regelmatig het onderspit of boeken zij slechts moeizaam en kwetsbaar succes.
Tegelijkertijd trekt het Rijk de teugels aan. Via specifieke uitkeringen (SPUK’s) en het verdelen van omvangrijke middelen in bestuurlijke overleggen en regiodeals worden gemeenten ogenschijnlijk tegen elkaar uitgespeeld. Deze vorm van sturing maakt het voor het Rijk mogelijk scherpere keuzes te maken, maar zet ook de solidariteit tussen gemeenten onderling onder druk.
Op grote, politiek gevoelige dossiers delven gemeenten regelmatig het onderspit of boeken zij slechts moeizaam en kwetsbaar succes
Juist die groeiende afstand tot Den Haag en de toenemende concurrentie tussen gemeenten hebben geleid tot meer onderlinge samenwerking tussen lobbyende gemeenten. En dat is goed nieuws voor gemeenteland.
De Haagse politiek is onmiskenbaar hijgeriger geworden. De constante druk van (sociale) media, de drang om snel te scoren en de verdere versnippering in de Kamer maken dat er nauwelijks nog ruimte is voor verdieping. Ook het aantal dossiers waarover gemeenten willen meepraten is gegroeid. Hoe kom je nog tot een inhoudelijk gesprek over toenemende dakloosheid met een Kamerlid dat ook verantwoordelijk is voor onderwijs, financiën en migratie?
Juist de lokale invalshoek helpt om door de ruis heen te breken. Polarisatie en scoringsdrang zorgen ervoor dat volksvertegenwoordigers vaker opkomen voor ‘hun type’ regio. Lokale bestuurders zijn daarmee van groot belang om aandacht te krijgen voor de uitvoeringspraktijk waar gemeenten mee worstelen.
En laten we eerlijk zijn: de zorgen van Rotterdam zijn niet de zorgen van Sliedrecht. Grote steden kampen met andere opgaven dan krimpregio’s of middelgrote gemeenten. Traditioneel hebben de G4 hun weg naar Den Haag goed weten te vinden, maar juist daarbuiten ontstond behoefte aan scherpere profilering bij andere regio’s.
De VNG is een duizendkoppig samenwerkingsverband, waarin de diversiteit aan belangen is toegenomen. ‘Samen’ zit in het DNA van gemeenten, maar gaat ook ten koste van scherpe positionering. Ondertussen vragen beleidsmakers in Den Haag juist om ‘hapklare’ oplossingen. Het model van polderen over compromissen sluit daar steeds minder bij aan.
Het benutten van verschillende samenwerkingsverbanden voor gemeenten is dan ook een noodzaak. Wanneer de VNG wordt beschouwd als een brancheorganisatie à la VNO-NCW, kun je de G4, G40 of P10 zien als samenwerkingsverbanden waar gelijkgestemden elkaar vinden. Plekken waar het gesprek over verschillende typen toekomstige opgaven wordt verdiept.
De VNG kan als coördinator dienen voor de hoofdpunten en als facilitator van de ‘subtafels’. Zo ontstaat een samenhangend geheel waarin kennisdeling, schaalgrootte en belangenbehartiging elkaar versterken. Kortom: gebruik de unieke positie van gemeenten, in plaats van hun lobby in de kiem te proberen te smoren.
Wimer Heemskerk en Nina Sophie Vroom, Public Matters

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.