Wat als we huizen bouwen op een bodem die zakt? Wat als we wijken vergroenen, maar het water nergens heen kan? En wat als schoon drinkwater straks niet meer vanzelfsprekend is? Het klinkt als een toekomstvraag, maar het is al dagelijkse praktijk. In mijn werk als gedeputeerde water, bodem en klimaatadaptatie zie ik dagelijks hoe water en bodem in grote mate bepalen waar en hoe we wonen, werken en leven. Ze zijn het fundament onder elke straat, elk huis en elke wijk. Toch behandelen we ze nog te vaak als sluitpost. Dat moet anders. Gemeenten hebben daarin een sleutelrol.
Elke gemeente verdient een waterwethouder
Het thema water zit te versnipperd in de gemeentelijke organisatie. Dat kunnen we ons niet veroorloven, vindt gedeputeerde Arne Weverling.
Wateroverlast, droogte, bodemdaling, vervuiling van sloten en blauwalg bij zwemwater: het zijn geen losse problemen. Ze hangen samen en raken direct aan gemeentelijke taken; riolering, openbare ruimte, vergunningen, toezicht, woningbouw en klimaatadaptatie. Water en bodem spelen overal een rol.
De complexiteit van al die belangen zie ik elke dag in mijn werk. Juist daarom moeten we het als één geheel bekijken en stoppen met water als losse puzzelstukjes te behandelen. Wie water en bodem negeert aan de voorkant, betaalt de prijs aan de achterkant. Met vertraging, hogere kosten en ontevreden bewoners. Wie ze serieus neemt, wint ruimte, gezondheid en toekomstbestendigheid. Oftewel: een leefomgeving die ook over dertig jaar nog werkt.
Gemeenten zijn geen toeschouwer in het water- en bodemdossier. Ze zijn bevoegd gezag voor riolering, indirecte lozingen, toezicht en handhaving. Ze beheren de openbare ruimte en maken keuzes in gebiedsontwikkeling. Daarmee kunnen ze écht verschil maken.
En gelukkig gebeurt dit al. Gemeenten sporen foutaansluitingen op die het oppervlaktewater vervuilen. Ze pakken risicovolle lozingen van bedrijven aan, samen met waterschappen en omgevingsdiensten. Ze vergroenen wijken, koppelen regenwater af en maken ruimte voor water en biodiversiteit. In diverse Zuid-Hollandse wijken zien bewoners dat een klimaatbestendige inrichting ook de leefbaarheid vergroot.
Maar ik zie ook dat het nog te vaak versnipperd gebeurt. Te laat. Of te voorzichtig. In veel colleges van burgemeester en wethouders is water ‘van iedereen’. Van de wethouder ruimtelijke ordening, de wethouder openbare ruimte, tot de wethouder verantwoordelijk voor milieu. En daarmee is water soms van niemand.
Ik merk hoe waardevol het is als ik aan tafel zit met de mensen die er écht over gaan, zoals bij regionale watertafels met waterschappen. Ook gemeenten zouden een plek moeten hebben aan tafel. Duidelijkheid over welke wethouder van water is, helpt daarbij. Nu ligt het waterdossier vaak versnipperd bij meerdere wethouders. Water en bodem raken dan ondergeschikt aan wonen of economie. Lopende plannen komen niet terug op de tekentafel, ook als duidelijk is dat water en bodem knellen. Dat leidt tot spanning, vertraging en gemiste kansen. De oplossing is geen vingerwijzing, maar eigenaarschap.
Elke gemeente zou daarom een waterwethouder moeten hebben. Iemand die water en bodem zichtbaar agendeert, bestuurlijk gewicht geeft en verbindt met ruimte, wonen en economie. Iemand die over grenzen van portefeuilles heen kijkt en belangen bij elkaar brengt. Bij voorkeur met gedeeld eigenaarschap binnen het college. Zo voorkom je dat water en bodem in aparte vakjes belanden, en ontstaat samenwerking in plaats van strijd tussen opgaven.
Een waterwethouder helpt ook om urgente thema’s niet te laten ondersneeuwen: de bescherming van drinkwaterbronnen, het omgaan met grondwatertekorten en -overlast, de waterkwaliteit en de doelen van de Kaderrichtlijn Water, en klimaatadaptatie in bestaande wijken én nieuwbouw
Bewoners maken geen onderscheid tussen gemeente, waterschap of provincie. Ze verwachten gewoon schoon water, droge voeten en een fijne leefomgeving. Dat vraagt om samenwerking als één overheid. Waterschappen werken hard aan waterkwaliteit en veiligheid. Provincies voeren regie, stellen kaders, beschermen drinkwater en brengen partijen bij elkaar. Gemeenten staan het dichtst bij de praktijk én bij de bewoners. En juist daar ligt de kracht.
Samen werken aan één verhaal helpt: dit is waar we heen willen. Niet vanuit schuld, maar vanuit gezamenlijke waarden. Schoon water. Een gezonde bodem. Een leefbare gemeente.
De komende gemeenteraadsverkiezingen zijn hét moment om water en bodem hoger op de agenda te zetten. Niet als extra taak, maar als basis voor alles wat we willen bouwen en behouden. Gemeenten die nu kiezen voor duidelijke verantwoordelijkheid, samenwerking en een waterwethouder, investeren in vertrouwen en toekomst. Voor hun inwoners. En voor de generaties daarna. Water en bodem wachten niet. De vraag is: doen wij dat wel?
Arne Weverling, Zuid-Hollands gedeputeerde voor onder meer water, bodem en klimaatadaptatie

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.