De stembussen zijn gesloten, de stemmen zijn geteld. Sommigen ontvangen felicitaties, anderen likken hun wonden. Maar wie denkt dat met de samenstelling van de nieuwe gemeenteraden het laatste woord is gesproken over de diversiteit van de lokale politiek, vergist zich. Laten we daarbij deze fase van collegevorming niet over het hoofd zien.
Diversiteit maak of breek je in de formatie
De man-vrouwverhouding in het college, laat staan migratieachtergrond, kun je tijdens formatieonderhandelingen niet aan het toeval overlaten
Juist in die collegevorming ging het in het verleden vaak mis. Vrouwen zijn in de lokale politiek nog altijd flink ondervertegenwoordigd: voor de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart was slechts 32 procent van de raadsleden vrouw, 31 procent van de burgemeesters en slechts 27 procent van de wethouders.
Natuurlijk moeten we ook verder kijken dan gender, als we zogenaamd ‘intersectioneel’ te willen kijken. Denk dan aan (onder andere) ‘gender’ én ‘migratieachtergrond’. Vertegenwoordiging is juist het samenspel en de intersecties van verschillende identiteiten die een bestuurder kan hebben, want zoomen we verder in op die al magere 27 procent vrouwen als wethouder, dan worden de cijfers nog schrijnender. Slechts 0,6 procent van alle wethouders in Nederland was afgelopen periode een vrouw van kleur.
Uit het schaarse onderzoek naar hoe diversiteit in colleges (niet) tot stand komt, blijkt dat de man-vrouwverhouding tijdens onderhandelingen nauwelijks expliciet wordt besproken. Over verdere intersecties, zoals migratieachtergrond, is er nog minder onderzoek. Het “gebeurt gewoon”. Ja, het hangt af van portefeuilleverdelingen, partijkleur, beschikbaarheid of toevalligheden. Maar wie diversiteit aan het toeval overlaat, weet al hoe het afloopt.
Diversiteit gaat niet alleen over symboliek. Vrouwen in het college fungeren als rolmodellen voor jonge vrouwen en vergroten op termijn de instroom van vrouwen in de lokale politiek. Meer diversiteit kent ook een beleidsinhoudelijke waarde. Wanneer de samenstelling van een bestuur de samenleving spiegelt, slaagt dat bestuur er ook beter in om effectief beleid te maken voor alle inwoners van de gemeente. Dat is geen bijzaak, maar een structurele investering in de kwaliteit van ons lokaal bestuur en beleid.
We zien in de praktijk dat vrouwelijke bestuurders ook iets kunnen toevoegen wat in de politiek soms te weinig ruimte krijgt: aandacht voor samenwerking, luisteren en het verbinden van verschillende belangen. Dat wordt nog weleens weggezet als ‘zacht’, maar bij complexe vraagstukken, van woningbouw tot bestaanszekerheid en zorg, blijkt juist die manier van werken effectief. Vrouwen brengen niet per definitie ‘beter’ leiderschap mee dan mannen, maar wel vaak een andere stijl en andere perspectieven. Hetzelfde geldt voor bestuurders met verschillende achtergronden en ervaringen. Juist die variatie aan perspectieven helpt om beleid te maken dat beter aansluit bij de diversiteit van de samenleving. En juist die variatie maakt ons bestuur sterker.
In de praktijk blijkt hoe belangrijk zichtbaarheid is. Toen Lianne van Kalken wethouder werd in Vlaardingen, kwamen er regelmatig reacties van jonge vrouwen en meisjes op scholen: ‘Ik wist niet dat een wethouder ook iemand zoals u kon zijn.’ Dat lijkt misschien een klein moment, maar het zegt veel. Als je jezelf nergens terugziet in het bestuur, wordt het ook moeilijker om te bedenken dat die plek er voor jou is. Voor vrouwen van kleur geldt dat nog sterker: omdat er bijna geen bestuurders zijn (we herinneren u: slechts 0,6 procent!) die op hen lijken, blijft de drempel om die stap te zetten groot.
Dus: diversiteit ontstaat niet vanzelf. Colleges worden gevormd door mensen, door hun netwerken en door de keuzes die zij maken. Als we willen dat het lokaal bestuur de samenleving beter weerspiegelt, moeten we daar tijdens de formatie ook bewust op sturen.
Daarom is onze oproep vandaag aan informateurs en politieke partijen helder: maak diversiteit expliciet onderdeel van deze formatiebesprekingen. Spreek vooraf af dat het college een evenwichtige man-vrouwverdeling kent en kijk daarbij ook naar bredere diversiteit, waaronder migratieachtergrond.
Nu, na de verkiezingen, komt pas echt het antwoord op de vraag: wie bestuurt Nederland? Willen we dat het lokaal bestuur een afspiegeling is van de samenleving die het vertegenwoordigt, dan moeten we ook intersectioneel kijken naar wie er aan tafel zit. En wie daar tot nu toe nog steeds ontbreekt.
Zahra Runderkamp is politicoloog, gepromoveerd op diversiteit en inclusie in de Nederlandse nationale en lokale politiek.
Lianne van Kalken is wethouder in Vlaardingen.
Shadi Nikshomar is fractievoorzitter van GroenLinks Almere en politiek adviseur van de Tweede Kamerfractie GroenLinks-PvdA.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.