Onlangs stelde de ministerraad het Beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur vast. Na de jaren van beleidsmatige verrommeling in het binnenlands bestuur, waarover emeritus hoogleraar Douwe Jan Elzinga op deze plaats steevast klaagde, wordt er bij de toedeling van taken en bevoegdheden weer meer op de organieke zindelijkheid van het resultaat gelet.
De spookrijders van de G40
De regioreflex is een van de grootste verrommelaars van de interbestuurlijke verhoudingen.
Doelmatigheidsoverwegingen hebben iets te veel centraal gestaan, constateert nu ook de regering in de aanleiding van het beleidskader, ‘terwijl ook andere overwegingen zoals de nabijheid en toegankelijkheid van politieke besluitvorming in deze keuze voor taaktoedeling zouden kunnen worden betrokken.’ En dat is mooi nieuws.
Uiteraard is dat een gedeelde verantwoordelijkheid die de vakdepartementen evenzeer aan het hart zou moeten gaan als het oude moederdepartement van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In de praktijk is de minister van BZK degene die de stelselverantwoordelijkheid voor het Huis van Thorbecke moet zien waar te maken. Maar hoeveel mogelijkheden heeft hij daarvoor? Omdat de proeve van het beleidskader al in 2022 verscheen, levert een vergelijking tussen dat wat eerst nodig leek en wat uiteindelijk haalbaar blijkt een mooie krachtenveldanalyse van het ministerie van BZK op.
Want er blijken in de loop van de interdepartementale overleggen de nodige tanden uit het oorspronkelijke verhaal te zijn te getrokken. Van de medeondertekeningbevoegdheid waarmee de minister van BZK een regisserende rol zou kunnen pakken op de maatregelen die decentrale bestuurslichamen raken, is een comply-or-explain afspraak overgebleven. Verder is het toepassingsbereik van het beleidskader beperkt tot nieuwe taken en bevoegdheden, en wordt zekerheidshalve genoteerd dat een specifieke uitkering niet als taaktoedeling telt.
De regioreflex is een van de grootste verrommelaars van de interbestuurlijke verhoudingen
Daarmee blijft de ‘vrijwillige’ regionale samenwerking die ontstaat omdat een vakdepartement op een zelfgekozen plek een regionale pot geld neerzet, keurig buiten het bereik van het organieke denken. Dat terwijl de regioreflex een van de grootste verrommelaars van de interbestuurlijke verhoudingen is, wat het Beleidskader overigens wel als een probleem erkent en beschrijft. Verder hebben ook de meer dwingende afspraken over de financiele verhoudingen de eindversie van het Beleidskader niet gered.
Hoewel er dus nog het nodige valt te klagen, vond Elzinga zelf het glas vooral half vol. Op LinkedIn prees hij het nieuwe begin dat met dit Beleidskader werd gemaakt en de breuk met de jaren waarin een geordende taaktoedeling in het openbaar bestuur steeds meer op achterstand was geraakt.
Ik heb daar alleen aan toe te voegen dat het gebrek aan organieke denken zeker niet alleen vanuit de vakdepartementen komt. Onder de consultatiereacties bij het Beleidskader bevindt zich tussen de reflecties van de koepels om onduidelijke redenen ook de mening van de G40. Dat is een bestuurlijke club organieke spookrijders uit middelgrote gemeenten die zichzelf als ‘trekkers van regionale samenwerking’ zien.
En daar zouden ze eerder meer geld en meer doorzettingsmacht voor willen hebben dan dat ze zich als onderdeel van het probleem laten afschilderen. Regionale samenwerking is immers een ‘krachtig antwoord op de opgaven van deze tijd,’ schreven ze als reactie op het Beleidskader. Met als uitsmijter: ‘de G40 erkent dat overdracht van bevoegdheden aan regionaal bestuur niet wenselijk is, maar dat hun gemeenteraden aan het roer blijven staan omdat zij in de praktijk daarvoor oplossingen weten te vinden.’
Dat nota bene lokale bestuurders zich tussen de koepels wurmen om daar namens de volksvertegenwoordigers in ‘hun gemeenteraden’ te melden dat het wel meevalt met de regionale problemen van de democratie en dat die sowieso niet opwegen tegen de geweldige resultaten die regionaal worden geboekt, bewijst dat er nog een wereld is te winnen in wat eigenlijk het probleem is. Los van de beperkte mogelijkheden die de minister van BZK heeft om het Beleidskader te handhaven, is daarom alleen al het uitschrijven van de zuivere verhoudingen van grote waarde.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.