Nu het stof in Terneuzen langzaam neerdaalt, voelde burgemeester Merrienboer zich vrij genoeg om voor de podcastmicrofoon van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters te reflecteren op alle consternatie. Ik had de eer om daar als sidekick bij te mogen zijn en leerde zo weer veel bij.
De ramp die omgevingswet heet
De Omgevingswet is erg vóór de democratie, maar heeft een diepe hekel aan politiek betoogt Geerten Boogaard in zijn column.
Want achter het verhaal van de bestuurlijke moed waarvoor Merrienboer door de bestuurlijke olifanten aan talkshowtafels werd geprezen en waarvoor hij nu terecht is genomineerd als Beste Bestuurder in 2025, zit ook een voorbeeld van de stille catastrofe die zich overal in gemeenteland voltrekt. En die ramp heet de Omgevingswet.
Op papier belooft de Omgevingswet meer bestuurlijke afwegingsruimte dan zijn voorgangers en in theorie wordt de gemeenteraad daarvoor beter dan ooit in positie gebracht. De raad stelt immers de Omgevingsvisie vast waarmee al het moois begint, de raad mag meekijken bij de uitvoering in programma’s en de raad kan zich ook nog eens een bindend adviesrecht verschaffen voor individuele gevallen. In theorie supermooi. Maar in de praktijk leven vooral vragen van raadsleden die een Omgevingsvisie niet mogen amenderen omdat die in zijn geheel wordt vastgesteld en van gemeenteraden die met de programma’s vooral buiten spel worden gezet als het spannend wordt.
Bovendien zaait het bindend adviesrecht vooral verwarring. Niet alleen vereist de figuur van een bindend advies in zichzelf al dogmatische gymnastiek, ook inhoudelijk blijkt de raad bij hun advisering slechts uit een beperkt aantal geldige argumenten te mogen kiezen. Raadsleden die denken dat hen iets wordt voorgelegd waar ze ook tegen mogen zijn, worden rechtsomkeer het bos in gestuurd.
De Omgevingswet is erg vóór de democratie, maar heeft een diepe hekel aan politiek
De Omgevingswet is kortom heel erg vóór de democratie, maar heeft een diepe hekel aan politiek. Het primaat van de raad wordt bestuurskundig ingevuld: aan de voorkant doelen stellen en dan gedurende de rit controleren of die doelen nog een beetje worden gehaald. Doelen mogen niet te vaak wijzigen, dus coalitieakkoorden mogen eigenlijk geen nieuwe plannen bevatten. En vanuit de controlerende rol van de raad nieuwe doelen aandragen, haalt de omgevingsrechtelijke stemming er al helemaal uit. Raadsleden met de euvele moed om tijdens een de algemene beschouwingen van een reguliere begrotingsbehandeling een nummer te maken van mantelzorgwoningen en meer tiny houses voor dat doel willen toestaan, kunnen rekenen op een dure cursus over de bedoeling van de Omgevingswet. Want lekenbestuur is natuurlijk mooi, maar rolzuiverheid is nog mooier!
De casus Terneuzen is een goede illustratie van wat er mis kan gaan met een wet vol democratie op bestuurlijke voorwaarden. Er lag in Terneuzen een keurige bestuursovereenkomst met het COA en de raad had een locatiekeuze gemaakt die op een buitenstaander weinig controversieel overkomt: het Neckermangebouw ergens op een industrieterrein. Een motie om direct te stoppen met onderhandelingen met het COA, krijgt de steun van slechts vijf raadsleden. Een en al bestuurlijke moed, zou je zeggen. Maar daarna mag de raad een paar maanden later nog eens bindend adviseren over de vergunningaanvraag van het COA.
Gedurende die maanden hebben zich uit de aard der zaak vooral de tegenstanders opgelierd, in de veronderstelling dat de raad nogmaals in de gelegenheid zal zijn om het besluit helemaal te heroverwegen. Maar raadsleden zijn de fuik van de Omgevingswet ingezwommen. Het advies is alleen bindend als er nog geldige argumenten tegen de vergunningverlening zijn overgebleven.
Wat overblijft, is in de woorden van Merrienboer een spagaat die misschien wel politiek maar bestuurlijk- juridisch niet valt uit te leggen. De raad maakt een politieke afweging om verder te zoeken naar een andere locatie omdat de maatschappelijke druk te groot werd maar de handtekening van de burgemeester staat onder het contract met het COA. Als dan de wethouders uit politiek zelfbehoud de kant van de raad kiezen, ontstaat in het college een patstelling met de burgemeester.
Zij eruit – of hij eruit. De bestuurlijke moed van Merrienboer is dat hij voor het laatste heeft gekozen, waardoor de politiek in Terneuzen verder kan. Maar die bestuurlijke moed heeft misschien wel meer te maken met de Omgevingswet dan met de Spreidingswet.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.