Waar komt het onbehagen in de regio vandaan? De statistieken over inkomen en scholing vertellen één verhaal, maar welk verhaal vertellen de mensen langs de randen van Nederland? ‘Ze hebben het gevoel dat Den Haag hun leefomgeving miskent’, zegt Bram van Vulpen.
‘Ze begrijpen ons niet’
Waar komt het onbehagen in de regio vandaan? Een interview met Bram van Vulpen over de regionale onvrede.
Bram van Vulpen over de teneur van regionale onvrede
Wonderlijk en in het buitenland moeilijk uit te leggen, vertelt Bram van Vulpen (34), net gepromoveerd op zijn onderzoek Politics out of place. Zo’n klein en dichtbevolkt landje, stinkend rijk en ook nog eens gezegend met een proportionele democratie. Nergens door bergkammen geïsoleerde regio’s. En dan zoveel regionaal onbehagen – van Friesland tot Zeeland en van Limburg tot Groningen.
Van Vulpen: ‘Deze geografie van de onvrede wordt vaak platgeslagen als louter een populistisch gevaar. Dat is een veel te nauwe blik. Mensen delen hun onvrede ongeacht hun stemgedrag. Zestig procent van de Friezen voelt regionale onvrede, terwijl 24 procent van de Friezen op de PVV heeft gestemd, net zoveel als in Zuid-Holland.’
Dus het valt wel mee met ‘de plaatsgebonden wrok’ in ons landje? Inmiddels docent aan de Universiteit van Amsterdam Van Vulpen: ‘Mensen in de regio’s buiten de grote steden zijn relatief meer ontevreden over de politiek gevestigde orde, maar ze zijn politiek ook verdeeld. Ik heb onderzocht waar de regionale onvrede vandaan komt. Welke overtuigingen hebben mensen? Mijn collega in Amsterdam Twan Huijsmans doet onderzoek naar het stemgedrag in stedelijke en rurale gebieden. Hij deelde onlangs wat eerste bevindingen. Je ziet verschillen tussen stad en platteland, maar die zijn lang zo dramatisch niet als in Amerika of in grote delen van Europa. Wel zien we sinds 2012 een voorzichtige toename in Nederland. Wat vooral opvalt hier?
De verschillen op het platteland zélf en dat de verschillen binnen de stad groter zijn dan tussen de stad en het platteland. In het stemhokje is het vaak belangrijker wie je bent dan waar je woont, zegt Huijsmans.’ De vraag die Van Vulpen zich in zijn promotieonderzoek stelt is: hoe kan regionale onvrede met een geografische blik worden verklaard? ‘Daarbij kijk je met een blik van sociaal-ruimtelijke rechtvaardigheid niet alleen naar economische verdelingen, maar óók naar de culturele erkenning van gebieden en naar de inclusie in politieke besluitvorming. Bovendien vergelijk ik graag gevoelens met daadwerkelijke metingen. Veel regionaal geografisch onderzoek blijft op provincieniveau steken, maar je moet verder, je moet lager. Gevoelens van onvrede gaan over regionale scheidslijnen heen’, zegt Van Vulpen over zijn promotieonderzoek dat hij in 2018 startte bij de Campus Fryslân van de Rijksuniversiteit Groningen.
Om in de regio’s te kunnen komen, nam de promovendus geen genoegen met een standaard regionaal panel, maar maakte hij gebruik van een van de weinige datasets die in zo’n beetje alle gemeenten respondenten een enquête laten invullen. ‘Maar ook kwalitatief veldwerk is belangrijk’, zegt socioloog Van Vulpen.
Vouwfiets
Een promovendus aan de Campus Fryslân doet dat veldwerk natuurlijk in Fryslân. En dan niet in Leeuwarden, maar in een uithoek van een uithoek: Noardeast- Fryslân. ‘Een regio die door maar weinigen is bestudeerd’, aldus Van Vulpen. Hij installeerde zich onder andere in Achtkarspelen. Met de Batavus vouwfiets eropuit door het Friese land. Dan weer een ritje naar Buitenpost, dan weer een overnachting in een caravan op een boerenerf in Harkema. ‘Ik ben expres niet op bezoek geweest bij burgemeesters, maar bij plaatselijke leiders, mensen die actief zijn in het dorpsleven. En ik heb mensen op straat aangesproken. Bij de Jumbo in Surhuisterveen. Ik ging ook langs de deur. Friezen maken gemakkelijk een praatje.’
Op het platteland groet je elkaar in het voorbijgaan. Op een mooie Friese zomerdag zeker. Van Vulpen: ‘“Ben je de Elfstedentocht aan het fietsen?”, werd me regelmatig gevraagd. Als ik dan vertelde over mijn onderzoek hoorde ik vaak: “Oh, dat is interessant” en: “Ja, dat speelt hier enorm.” Voorouders van mijn moeder woonden eeuwenlang in Bolsward en ik woonde tijdens mijn promotieonderzoek in Leeuwarden, maar ik was toch een buitenstaander en spreek geen Fries. Dat ik kon zeggen dat ik van de Campus Fryslân kwam hielp misschien om de schroom weg te nemen. De ontmoetingen in Achtkarspelen en omstreken waren enorm waardevol. Ze geven mijn onderzoek naar regionale onvrede een gelaagdheid die je niet krijgt met een enquête. Je realiseert je beter dat de gevoelens van regionale onvrede heel breed kunnen zijn, en dat de één er gevoeliger voor is dan de ander.’
Het zijn meer dan onderbuikgevoelens
Onvrede is er zeker in het noordoosten van Friesland. In het buurthuis, voor de Jumbo en bij de boer. Ze begrijpen ons in de Randstad niet, was de teneur. Van Vulpen: ‘En: ze hebben geen oog voor ons. Dat zijn meer dan onderbuikgevoelens. Wat niet uit de enquêtegegevens blijkt, maar waar ik veel tegenaan liep, was dat er geen respect werd gevoeld. Voor de Friese taal bijvoorbeeld. Ik was zelf op een congres in Wageningen over rurale sociologie, waarbij een historisch overzicht werd gegeven van allerlei wetenschappelijke publicaties – in het Nederlands, in het Engels. En één in het Fries. Toen moest er iemand in de zaal heel hard lachen. Zo’n reactie is helaas niet ongebruikelijk. Het is haast normaal, hè?
Maar de miskenning van een regionale taal, en daarmee de miskenning van iemands woonplaats, voedt regionale onvrede. De nationale politiek heeft daar geen oog voor. Daarom ook de titel van mijn proefschrift: Politics out of place. Veel mensen in de plattelandsstreken aan de randen van het land hebben het gevoel dat de nationale politiek geen begrip heeft voor hun gemeenschap en leefomgeving.’
Achteruitgang
In tegenstelling tot wat doorgaans wordt aangenomen, ziet hij geen waarschijnlijke verklaring voor regionale onvrede in economisch verval aan de randen van het land. Van Vulpen: ‘Ik zie dat veel wetenschappers het populisme wijten aan economische neergang. In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zie je die sociaaleconomische achteruitgang in combinatie met populisme zeker, maar niet in Nederland. Paden van regionale divergentie en achteruitgang vind je bij ons voornamelijk in demografische veranderingen – bevolkingskrimp en vergrijzing. De inkomens in de regio’s zijn de laatste tien jaar gestegen, alleen de onderlinge verschillen zijn gelijk gebleven. De verschillen worden niet groter, maar ook niet kleiner. De inkomenskloof is stabiel.’
Institutioneel wantrouwen en gevoelens van miskenning van iemands regio door de nationale politiek zijn volgens Van Vulpen hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de geografie van onvrede. Het is overigens niet zo dat mensen in Achtkarspelen ontevreden zijn over hun leefomgeving, integendeel. Juist in de Randstad zijn mensen ontevreden. ‘Het is een gevoel van: we worden niet serieus genomen, we worden achtergesteld. Het is een breed gedeeld gevoel van vervreemding’, zegt Van Vulpen.
Tegelijk realiseert de socioloog zich dat die onvrede niet zelden oude wijn in nieuwe zakken is. ‘Ook in Nederland hebben we een lange geschiedenis van territoriale conflicten en regionale identiteiten. Regionaal onbehagen wordt voortdurend aangewakkerd door nieuwe politieke kwesties die je kunt toeschrijven aan de scheiding tussen centrum en periferie.’
En die scheiding is geen luchtspiegeling, constateert Van Vulpen. Er zijn wel degelijk redenen om te stellen dat de politiek in Nederland simpelweg niet op zijn op plaats is. Al was het maar omdat de regio onevenwichtig is vertegenwoordigd in Den Haag. Van de 150 nieuwe Kamerleden wonen er 42 in Zuid-Holland en 29 in Noord-Holland. Uit Friesland komen vier Kamerleden en uit Drenthe, Zeeland en Flevoland elk drie.
Bram van Vulpen: ‘In tegenstelling tot de ons omringende landen kennen wij geen geografische vertegenwoordiging in het parlement. Wij hebben het districtenstelsel in 1917 afgeschaft. In ieder geval vanaf het midden van de jaren 90 kent ons parlement een structurele en onevenredige oververtegenwoordiging van parlementsleden uit de Randstad. Een regio die relatief weinig regionale onvrede kent.
Veertig procent van de Nederlanders woont in de Randstad, maar van de Kamerleden woont zestig procent er. Toch zijn er in de periferie ook nogal vocale regio’s, waar in verhouding tot het aantal inwoners een sterke vertegenwoordiging is en de regionale onvrede relatief groot. Ik heb ook een data- analyse gemaakt van alle Kamervragen die de Tweede Kamerleden tussen 1994 en 2021 hebben gesteld. Bovengemiddeld veel vragen gaan over Groningen en Zuid-Limburg, maar ook over de Wadden.’
Eerlijk
De regio’s worden dus niet genegeerd in het parlement, maar ‘dat zegt niets over het overheidsbeleid’, waarschuwt Van Vulpen. Om dat te onderstrepen neemt hij in zijn proefschrift de Regio Deals onder de loep. Om een ‘betere woon-, werk- en leefomgeving voor bewoners en ondernemers in de regio’ te creëren, stelde het kabinet tussen 2018 en 2022 in totaal 950 miljoen euro beschikbaar. De vlag ging ergens in de regio uit als er wat centen waren binnengesleept. Maar wie gingen er met de poet vandoor? Brainport Eindhoven (130 miljoen euro) en Rotterdam (130 miljoen).
Maar wie gingen er met de poet vandoor?
Van Vulpen: ‘Rotterdam-Zuid heeft veel problemen, maar het is toch gek dat een Regio Deal naar een stadswijk gaat? Zeker nadat er eerst allerlei City Deals waren gesloten. Mensen in Zeeland lezen dat, en zeggen: “Zie je wel, die investeringen gaan naar de Randstad.” Het rijk is in ieder geval niet duidelijk geweest welke overwegingen zijn gemaakt. Duidelijk is wél dat met de Regio Deals niet enkel is geïnvesteerd in de zwakste gebieden. Het feit alleen al dat, nadat de grote bedragen uit het regeerakkoord waren toebedeeld, overige regio’s met elkaar moesten concurreren om budget geeft te denken.’ Vorige maand ontving Rotterdam-Zuid nog eens 30 miljoen euro uit de rijkspot van de Regio Deals. ‘Een tweede Regio Deal, en dat is maar weinigen gegund’, weet hij. Terwijl er net een nieuw Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid voor 19 gemeenten en 20 kwetsbare stedelijke gebieden is. ‘Het ruimtelijk investeringsbeleid van het rijk is behoorlijk gefragmenteerd. De verbinding met de regio staat niet voorop.
Juist de kloof tussen bewoners en overheid en stad en platteland is een veelbesproken onderwerp. Academici discussiëren al tientallen jaren over het recht op de stad. Van wie is de stad eigenlijk? Wie bepaalt wat over de wijk? Waarom stellen we die vraag niet over het platteland? Om de geografie van onvrede te temperen en verbinding te maken, zou het zinvol kunnen zijn om het recht op de periferie te waarborgen. Wat zijn de maatschappelijke effecten van plannen voor de gebouwde omgeving op perifere gemeenschappen, welke belanghebbenden worden erbij betrokken en wat zijn rechtvaardigheidsbeginselen in de besluitvorming? Nu is de erkenning van zwakke regio’s door het rijk beperkt en zijn de beleidsinstrumenten niet ontworpen om specifiek te investeren in de zwakste gebieden.’
CV
Bram van Vulpen (Arnhem, 1989) studeerde van 2009 tot 2015 sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde in oktober dit jaar aan de Campus Fryslân van de Rijksuniversiteit Groningen op zijn onderzoek Politics out of place: Understanding the geography of discontent in the Netherlands from a spatial justice perspective. Van Vulpen was van 2016 tot 2018 onderzoeker bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Hij is nu docent bij de afdeling geografie, planning en internationale ontwikkeling aan de UvA.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.