of 59318 LinkedIn

Meer dan alleen extra geld nodig voor jeugdhulp

Goede jeugdhulp is meer dan een kwestie van geld. Ook moet een maatschappelijke discussie worden gevoerd over de inzet van professionele zorg bij opvoeden en opgroeien. Dat stelt Ans van de Maat, directievoorzitter van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi).

Gemeenten moeten extra rijksgeld voor de jeugdhulp krijgen. Maar goede jeugdhulp is meer dan een kwestie van geld. Daarnaast moet een maatschappelijke discussie worden gevoerd over de inzet van professionele zorg bij opvoeden en opgroeien. Niet elk lastig kind is een patiënt.

Zorglabel

‘Opvoeden en opgroeien is verworden tot een hulp- of zorgvraag’, stelt Ans van de Maat, directievoorzitter van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Sommige vragen horen nu eenmaal bij het alledaagse opvoeden en opgroeien. Dat is niet altijd makkelijk en soms heel moeilijk, maar het is ook niet nodig om meteen een ‘zorglabel’ op een lastig kind te plakken en van een kind een patiënt te maken, vindt Van de Maat. ‘Wij willen graag een debat hierover initiëren: hoe willen wij dat onze kinderen opgroeien? Vinden wij als samenleving de groeiende vraag naar jeugdhulp een goede ontwikkeling of willen we dat onze kinderen anders opgroeien?

 

Wanhopig

Ze heeft begrip voor het dreigement van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om de jeugdhulp op het bordje van het rijk te leggen. ‘Het geeft aan hoe wanhopig gemeenten zijn en hoe het water bij gemeenten tot aan de lippen staat. Ik snap dat het een groot probleem is voor gemeenten dat er tekorten zijn en er geen zicht op een oplossing is.’

 

Vernieuwing

‘Transformeren - en daar ging het toch om - en tegelijkertijd bezuinigen; dat is een onmogelijke opgave. Dat zie je nu.’ Maar alleen geld, zonder investeringen in vernieuwing, is zinloos. ‘Het vraagt inzet van alle partijen in het sociaal domein die een rol spelen in het leven van kinderen, jongeren en hun ouders. Dat vraagt om duurzame relaties waarin gemeenten en professionals en partners uit de praktijk de tijd nemen om te werken aan vernieuwing en aan verbetering.’

 

Sterke basis

Een goed functionerend jeugdhulpstelsel bestaat volgens Van de Maat uit vijf ingrediënten. Een sterke basis is het eerste ingrediënt. ‘Daar waar kinderen en gezinnen leven, moet een sterke basis zijn.’ Zoals voldoende speelruimte en vrijetijdsbesteding voor kinderen, maar ook informatie en een sociaal netwerk voor ouders. ‘Leerkrachten en pedagogisch medewerkers in de kinderopvang moeten ouders kunnen helpen met alledaagse opvoedvragen. Niet dat je een-op-een kunt zeggen dat je daarmee kunt voorkomen dat kinderen professionele hulp nodig hebben, maar we weten wel dat dit gaat helpen.’

 

Alledaagse vragen

Sterke preventie is het tweede ingrediënt. ‘Daarbij moet worden gedacht aan voorlichting over opgroei- en opvoedvragen. Als je investeert in die sterke preventie voorkom je dat alledaagse vragen in een zorgvraag verworden.’ Een krachtige eerstelijn is, ten derde, onontbeerlijk. ‘Goede wijkteams moeten veel voorkomende problemen behandelen door middel van een licht, effectief hulpaanbod. Daarmee voorkom je intensievere hulp’, aldus Van de Maat. Ze roept wijkteams en gemeenten op om onderzoek te doen naar de meest voorkomende problemen in het wijkteam en/of de gemeente én te kijken naar wat daar de meest effectieve aanpak op is. ‘Ontwikkel die met elkaar en voer die met elkaar uit.’

 

Vangnet

Als gezinnen toch intensievere hulp nodig hebben, is het belangrijk om hen na afloop van die hulp een goed vangnet te kunnen bieden. Het sociale netwerk moet dagelijkse steun kunnen geven en er moet een wijkteam zijn dat kan inspringen als het kind of het gezin dreigt terug te vallen. Daarmee wordt het systeem niet alleen meer sluitend, maar wordt er ook voor gezorgd dat de geboden intensieve hulp duurzaam effect heeft. ‘Dit vraagt om vakmanschap. Niet alleen van de uitvoerders, maar vooral ook van bestuurders; zowel wethouders als bestuurders van zorginstellingen. Dit vraagt om een andere manier van kijken, om een andere manier beleidskeuzes maken en om een andere manier van organisaties leiden. De focus moet liggen op wat kinderen nodig hebben.

 

De jeugdhulp moet bij gemeenten blijven, stelt Van de Maat resoluut. ‘Het is goed om de zorg daar te positioneren, waar kinderen en gezinnen wonen en leven.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Krijn ten Hove (vice voorzitter stichting (h)erken ouderverstoting) op
Geld is niet de oplossing voor de problemen in de jeugdzorg. Het grootste probleem is dat nl dat er teveel geld omgaat die niet aan de echte zorg besteed wordt. Denk aan de Gecertificeerde Instellingen die 15% van het totale jeugdzorgbudget ontvangen maar uiteindelijk slechts 8,75% van de jeugdigen die hulp nodig hebben bedienen. Als we dan ook beseffen dat het budget van de gecertificeerde instelling niet opgaat aan hulpverlening maar 'slechts' aan het uitvoeren van toezicht(als een GI hulpverlening inzet volgt een apart arrangement die apart betaald wordt door de gemeenten). Waarom toezicht zoveel moet kosten wordt niet duidelijk omdat de GI's geen inzage willen geven in hun bedrijfsvoering noch aan willen geven wat ze gaan doen met het extra geld waardoor de huidige problemen in de toekomst kunnen worden voorkomen. De jeugdzorg heeft behoefte aan een grondige aanpak waarbij de transitie van 2015 moet worden afgerond. Door de CJG's te gaan certificeren kunnen daar ook de kinderbeschermingsmaatregelen worden opgepakt waardoor het toezicht dichter bij de jeugdige zit en er sneller en efficiënter geschakeld kan worden. Hierdoor worden vrijwillig kader en dwang kader beter aan elkaar gekoppeld en kan door het weghalen van de (boven)provinciaal opererende GI's een budget van ca € 500 miljoen lokaal beter verdeeld worden.
Door Suzanne van den Oudenrijn (Marketing en communicatie adviseur) op
De focus moet inderdaad liggen op wat de kinderen nodig hebben. En soms is dat simpelweg wat laagdrempelige hulp aan ouders. Een bijdrage aan een fiets of van een sportfonds is dan niet voldoende. Alleenstaande moeders bijvoorbeeld die worstelen met het combineren van al hun taken en behoefte hebben aan een luisterend oor en een netwerk om zich heen missen. Wijkteams en maatschappelijk werk wordt dan vaak gemeden. Uit angst voor bemoeizorg. Door heel Nederland kunnen de netwerken en trainingen van stichting Single SuperMom bijvoorbeeld uitkomst bieden. Daar helpen moeders elkaar verder, gesteund door een coach. Maar bij gemeenten treffen vaak wij dichte deuren en geldgebrek. Wij zien ook graag andere beleidskeuzes en daarbij een verschuiving naar lichte laagdrempelige ondersteuning aan ouders in groepsvorm zoals de trainingen Durven Doen kunnen bieden.
Door Willem (Begeleider) op
Eindelijke een bijdrage die de vinger op de zere plek legt. Verzwakking aan de basis leidt in een verzorgingsstaat tot het afwentelen van problematiek en hospitalisering in het professionele circuit. Geld is geen oorzaak maar een gevolg. Dat zie je ook in andere zorgdomeinen. Uiteindelijk moet je je de vraag stellen of we onze maatschappij en systemen goed ingericht hebben. De transities en decentralisaties waren daartoe een eerste poging, maar te veel financieel (lees bezuinigings-) gedreven. Dus hoog tijd om de gevolgen hiervan breed te evalueren en te komen tot bijstellingen. Deze bijdrage van Ans van der Maat is ook een mooie bijdrage aan de discussie "de basis op orde".