of 59345 LinkedIn

Denemarken zette aanpak radicalisering wel voort

Na de moord op Theo van Gogh kwamen Deense bestuurders en ambtenaren naar Nederland om te leren over hoe je een aanpak radicalisering aanvliegt. Zij namen onze 'brede benadering' over. Maar waar hier het geld en de aandacht verdween, waardoor kennis en contacten wegzakten, hield Denemarken die aanpak vast. ‘Zij hebben het op een goede manier saai gehouden.’

Na de moord op Theo van Gogh kwamen Deense bestuurders en ambtenaren naar Nederland om te leren over hoe je een aanpak radicalisering aanvliegt. Zij namen de brede benadering over, waarbij gemeente, politie en maatschappelijk werk vroegtijdig ingrepen bij signalen van radicalisering. Maar waar hier het geld en de aandacht verdween, waardoor kennis en contacten wegzakten, hield Denemarken die aanpak vast. ‘Zij hebben het op een goede manier saai gehouden.’

Denemarken wordt nu aangehaald als gidsland op het gebied van de aanpak van radicalisering en terrorisme. Zes weken lang toerde Scott Douglas, universitair docent publiek management aan de Universiteit Utrecht, namens zijn interdisciplinaire groep Security in Open Societies langs agenten, onderzoekers en beleidsmakers in Aarhus en Kopenhagen.

Hoe is het mogelijk dat de Denen het onderwerp wel op de politieke agenda hebben gehouden?
Douglas: ‘De Denen hebben het op een goede manier saai gehouden. Na 2006 hielden zij vast aan de de structuren die wij hier ook hadden opgebouwd, zoals de contacten met scholen, de politie en het maatschappelijk werk. Dat past bij de preventieaanpak. Maar in Denemarken gaat daar structureel geld heen, terwijl wij het doen met tijdelijke projecten en programma’s met targets. Hier kwijnde de aanpak van radicalisering na 2010 in veel gemeenten weg, maar daar werd het beleid regulier en verankerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning. Dat is de reden dat maatschappelijk werk wordt ingezet als zorg voor radicalisering. Gemeenten krijgen in Denemarken sowieso meer geld om zelf mee te schuiven en het maatschappelijk werk wordt niet elke drie of vijf jaar aanbesteed maar door dezelfde medewerkers doorgezet.'

Hoe succesvol is die Deense aanpak?
‘Het is lastig te meten of een aanpak werkt, maar waar zij in 2012 en 2013 direct samen met scholen, politie en maatschappelijk werk konden reageren op de dreiging van uitreizigers moesten wij op veel plaatsen de contacten en kennis weer opbouwen.’

Wat doen wij beter dan de Denen?
‘De aanpak van radicalisering is daar op een goede manier saai gemaakt. Bijna alles wordt door de ambtenaren gedaan, buiten de politieke of publieke arena. Maar in Nederland is het mooi dat de burgemeester op dit beleid een aanspreekbaar figuur is. Deze gaat over openbare orde, maar is als burgervader ook verantwoordelijk voor de gemeenschap. Omdat er bij ons meer politieke zichtbaarheid en druk is, evalueren wij ook meer. We zijn dus gedwongen om te onderzoeken of het werkt en dat is daar minder. Het radicaliseringsbeleid gaat over wat we belangrijk vinden als samenleving. Daar moet je dan ook een politiek gesprek over hebben.’


Maar of het dan werkt is dus moeilijk te evalueren.

‘De kwaliteit van een ziekenhuis kun je niet direct afrekenen op het aantal patiënten dat overlijdt. Een goed ziekenhuis trekt bijvoorbeeld juist complexe cases aan. Zo kun je een radicaliseringsaanpak ook niet zo maar meten aan bijvoorbeeld het aantal uitreizigers. Maar de kwaliteit van een ziekenhuis kun je wel toetsen door te kijken naar de kwaliteit van het personeel en de onderlinge samenwerking. En zo kun je de kwaliteit van de radicaliseringsaanpak toetsen door te kijken naar de betrokken professionals, onderlinge samenwerking en het contact met scholen. Met onze evaluatie van de landelijke aanpak van contraterrorisme en van de aanpak in Arnhem hebben we laten zien dat evalueren en leren kan.'


Welke elementen zouden Nederlandse gemeenten moeten overnemen van de Denen?
‘Dezelfde ambities: vroegtijdig ingrijpen bij radicalisering. Wat we niet moeten overnemen zijn de politieke ongevoeligheid die ook in de Deense aanpak zit. De overheid gebruikt termen als ‘getto’s’ om achterstandswijken te beschrijven. Die taal sluit de deuren naar groepen die je wilt spreken. De vraag is hoe we de aandacht vasthouden en een reservecapaciteit op peil houden als straks de dreiging weg lijkt te zakken. Landelijk zijn ze er nu mee bezig, maar lokaal moeten we dat nog uitwerken.'

Hoe zou dat het beste kunnen?
'Het is bijvoorbeeld goed dat de radicalisering aan de veiligheidshuizen is vastgeknoopt, maar die houden vooral individuen in vizier, terwijl aandacht voor maatschappelijke spanningen ook een thuis moet krijgen. Niet elke gemeente heeft een ambtenaar nodig, maar wel in acht of tien regiogemeenten die ermee bezig zijn.’


En wat moeten we nog meer overnemen?
‘Wij hebben voor onze bestuurlijke inrichting veel afgekeken van de Denen, zoals de decentralisatie van jeugdzorg naar gemeenten, maar we winkelen wel selectief in hun bestel. We geven gemeenten wel meer verantwoordelijkheden, maar niet direct structureel meer geld. We moeten net als zij meer op de lange termijn werken, zodat je een aanpak kunt inbedden in het beleid met de structurele middelen die erbij horen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Harry (Econometrist en fiscalist) op
"We geven gemeenten wel meer verantwoordelijkheden, maar niet direct structureel meer geld"

In Denemarken financieren lokale overheden zichzelf grotendeels door lokale heffingen die ze vrijelijk mogen opleggen. In Nederland is het lokale belastinggebied nog geen 10% van de begroting.

Daardoor kunnen in NL taken worden overgedragen aan lokale overheden zonder volledige financiering. Als de gemeenten dit dan zelf via lokale heffingen zouden gaan financieren krijgen ze weer probleem met het rijk omdat ze de lastendruk opvoeren.

He probleem zit hem dus in de systematiek lokale belastingheffing.