Terwijl de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning steeds verder onder druk staan, blijft het beleid hangen in vage termen en onduidelijkheid. Het lijkt alsof we met deze vage termen iedereen tevreden willen houden. De meest kwetsbare inwoners zijn daar de dupe van. Om dat te veranderen, moeten gemeenten expliciet, besluitvaardig en ondernemend durven zijn.
Het sociaal domein vaart in de mist die we zelf hebben gecreëerd
Betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning staat onder druk, maar het beleid hangen in vaagheid.
Gemeenten moeten zich bekommeren om inwoners die het niet op eigen kracht redden. Sinds de grote decentralisaties van 2015 zijn zij verantwoordelijk voor de uitvoering én financiering van het sociaal domein: zorg, ondersteuning en participatie van kwetsbare inwoners. Het idee was dat lokaal maatwerk goedkoper en effectiever zou zijn dan centrale sturing. Die belofte is niet ingelost: de kosten stijgen structureel, terwijl de rijksbijdragen achterblijven.
Het sociaal domein is de grootste taak van gemeenten en vertegenwoordigt ongeveer 50 procent van hun begroting. Ongeveer één op de negen Nederlanders (ongeveer twee miljoen) maakt gebruik van voorzieningen uit het sociaal domein. Voor een groot deel van de inwoners werkt het sociaal domein redelijk goed. Zij krijgen vanuit hun gemeente de hulp en ondersteuning die zij nodig hebben. Maar er is ook een groep voor wie het niet werkt: mensen met complexe problemen die te maken krijgen met meerdere loketten, strikte regels en weinig ruimte voor maatwerk. Naar schatting kampt tussen de één en vier procent van de Nederlandse huishoudens met meervoudige en complexe problematiek op diverse leefgebieden. Voor hen is het systeem ondoorgrondelijk. Daardoor krijgen zij niet de hulp die zij nodig hebben.
Dat probleem is niet nieuw of onbekend. Er wordt door beleidsmakers en systeemduiders veel over gesproken. Maar in plaats van heldere keuzes te maken, blijft het debat steken in vage termen. Beleidsnotities staan bol van woorden als ‘eigen kracht’, ‘regie’ en ‘gedeelde verantwoordelijkheden’: ambities waar niemand tegen is, maar die geen enkele duidelijkheid geven. Wie krijgt wel of niet ondersteuning? In welke vorm en waar ligt de grens? Uitvoerders weten niet wat er van hen wordt verwacht en inwoners weten niet waar zij op kunnen rekenen. Daar schiet dus niemand iets mee op.
Gemeenten moeten stoppen met mistige ambities en duidelijke keuzes maken
Ja, vage beleidstermen kunnen functioneel zijn. Ze houden coalities bijeen en voorkomen publieke weerstand. Bovendien geven ze gemeenten speelruimte om te bezuinigen zonder concreet te hoeven maken wie er precies op achteruitgaat. Daarbij geldt dat de groep die het slechtst wordt geholpen per definitie de meest ingewikkelde is. Mensen met bijvoorbeeld én schulden én verslaving én huiselijk geweld passen nooit in één heldere beleidsregel. Waar strakke criteria prima kunnen zijn voor de meerderheid, bieden zij de meest kwetsbare groep geen houvast.
Een belangrijk deel van de oplossing zit in een andere manier van sturen. Niet op regels en processen, maar op resultaat, kosten en effect. Professionals moeten kunnen afwijken van de standaard wanneer complexe situaties daarom vragen. Zelf keuzes maken, middelen flexibel inzetten en zich daarover verantwoorden op basis van wat het oplevert, niet op basis van wat het protocol voorschrijft.
Het sociaal domein heeft niet nóg meer vage termen nodig. Wel duidelijkheid: wat willen gemeenten bereiken, voor wie en tegen welke prijs? En wat geven zij professionals mee om dat ook waar te maken? Zolang die vragen onbeantwoord blijven, wordt het sociaal domein vooral duurder en ingewikkelder. Dat is niet houdbaar.
Wouter Poels, adviseur en teamlead bij adviesbureau Berenschot en al vijftien jaar betrokken adviseur binnen het sociaal domein
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.