Advertentie
sociaal / Nieuws

Jeugdzorgregio’s: opgelegde samenwerking knelt

Zestien van de 43 jeugdzorgregio’s schreven niet eens een regiovisie op. Soms omdat ze het ’zonde van de energie’ vinden.

20 september 2022
Samenwerking.jpg

Ruim een derde van de 43 jeugdzorgregio’s heeft (nog) niet voldaan aan de verplichting een regionale visie op te stellen. Dat blijkt uit onderzoek van de Jeugdautoriteit. Deze instantie ziet toe op de continuïteit en bedrijfsvoering in de jeugdzorg en faire tarieven. Daarnaast beslecht de autoriteit geschillen tussen aanbieders en opdrachtgevers.

Randvoorwaarden verbeteren

In de nieuwe Jeugdwet wil het kabinet scherpere randvoorwaarden voor regionale samenwerking. De huidige zouden te vrijblijvend zijn. Gemeenten moeten de samenwerking daarom vormgeven met een regeling op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Verder verplicht de wet gemeenten een gezamenlijke regiovisie op te stellen, waarin staat wat regionaal kan of bovenregionaal moet worden afgestemd. Ruim de helft van de regio’s heeft zo’n visie opgesteld, een aantal ‘enigszins’ en ruim een derde van de regio’s heeft in het geheel (nog) niet aan de verplichting voldaan.

Normen voor opdrachtgeverschap

De visies moeten door de VNG opgestelde normen voor opdrachtgeverschap (NvO’s) bevatten. Die hebben betrekking op beschikbaarheid van zorg en specialistische functies, lokale toegang tot gecontracteerde jeugdhulp, beperking van de bureaucratie, zorgvuldigheidseisen en reële tarieven. Overeengekomen is dat de afspraken concreet en duurzaam zijn.

Diverse samenwerkingsvormen

In de huidige praktijk bestaat een diversiteit aan samenwerkingsvormen, variërend van lichte, zoals netwerksamenwerking, tot gemeenschappelijke regelingen. Dat moet kunnen, vindt de VNG. Bijvoorbeeld via een openbaar lichaam, mandaat aan een centrumgemeente, een bedrijfsvoeringorganisatie of met een privaatrechtelijke dienstverleningsovereenkomst. In het onderzoek van de Jeugdautoriteit geven meerdere regio’s aan dat aanpassing van de structuur van regionale samenwerking tijd en energie kost die dan niet naar de inhoud gaat.

Stabiliteit en robuustheid

De Jeugdautoriteit adviseert aan die wens tegemoet te komen. Per regio verschilt welke structuur het beste werkt. ‘Regio's moeten daarom voldoende ruimte houden voor hun eigen keuzes ten aanzien van de governance’, schrijft de autoriteit. De vorm doet er dan minder toe dan stabiliteit en robuustheid. ‘Een gemeenschappelijke regeling kán daaraan bijdragen, maar stabiele en robuuste samenwerking kan ook op andere wijzen vorm krijgen.’

Sommige regio's vinden het rijk 'te dwingend'

Worstelen over samenwerking

Samenwerking komt volgens de Jeugdautoriteit niet altijd gemakkelijk tot stand; in de ene regio ‘haast als vanzelf’, terwijl het in de andere regio een worsteling blijkt of gezien wordt als een weinig renderende verplichting. Met name die regio’s willen ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk. Die ruimte bieden is meteen een van de aanbevelingen van de autoriteit aan het rijk. In het onderzoek viel op dat het punt van de governance het vaakst werd genoemd. Soms omdat een regiovisie hielp bij meer aandacht daarvoor. Andere regio’s daarentegen vinden dat de besturingsvorm niet in een regiovisie thuishoort, maar lokaal moet worden bepaald. Zij vinden het rijk te dwingend.   

‘Zonde van de energie’

Zestien van de 43 regio’s schreven niet eens een visie op. Soms omdat ze het ’zonde van de energie’ vinden. Andere regio’s begonnen er laat aan, hadden andere prioriteiten of slaagden er niet in om binnen hun regio op één lijn te komen. Sommige hebben een alternatief document dat geen ‘regiovisie’ heet, maar waarmee ze naar eigen idee voldoen aan de normen voor opdrachtgeverschap.

Overleg met aanbieders

Een regiovisie moet tot stand komen in overleg met aanbieders (en met gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis), professionals, (vertegenwoordigers van) jongeren en ouders en ketenpartijen. In ongeveer de helft van de regio’s met een visie gebeurde dat. In de andere gevallen was er wel ‘enige’ afstemming, maar 'niet in de volle breedte’, volgens het onderzoek.

Welke kant op

Twintig van de 43 regio’s beschreven in hun visie expliciet welke kant het op moet voor een compleet, samenhangend en sluitend jeugdhulpaanbod. Met vroegsignalering en preventie, het organiseren van hulp dichtbij en ambulantisering, betere samenwerking met het onderwijs en de veiligheidsketen. Het viel de Jeugdautoriteit op dat in lang niet alle regiovisies toegang via huisartsen en/of praktijkondersteuners aan de orde komt.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie