Te weinig woningen, druk op de gezondheidszorg, klimaat- en stikstofproblematiek, bestaansonzekerheid. Stuk voor stuk uitdagingen die een politiek antwoord vragen, en stuk voor stuk onderwerpen die raken aan het leven en welzijn van jongeren en gezinnen. Zij hebben de meeste moeite met het vinden van een woning, stijgende maandlasten en schulden, een tekort aan leraren voor de klas. Zij ervaren later de gevolgen van een zwabberend klimaatbeleid en worden geconfronteerd met lange wachtlijsten in de jeugdhulp. Als we willen dat er straks een generatie klaarstaat voor het uitvoeren van de positieve agenda voor Nederland – met handen aan het bed in de zorg, innovatieve oplossingen voor de energietransitie, en stabiele, gezonde en daadkrachtige volwassenen – dan moeten we volgens Marije van der Hulst, Mandy Talhout en Pamela Jakobs investeren in een goed perspectief voor toekomstige generaties.
Bouwen op pedagogische basis
Essay: de overheid moet investeren in een goed perspectief voor toekomstige generaties.
Essay
Wat nodig is, is een stevige basis. Een pedagogische basis welteverstaan. De pedagogische basis wordt gevormd door alle basisvoorzieningen, sociale relaties en contexten die een bijdrage leveren aan het opgroeien en opvoeden van kinderen. Ouders, familieleden, vrienden, buren, leerkrachten, medewerkers van de opvang, sporttrainers; als samenleving vormen we het fundament voor opgroeiende jeugd. Een stevige basis stimuleert de ontwikkeling van kinderen en ondersteunt ouders bij het opvoeden. Maar deze pedagogische basis staat al geruime tijd onder druk.
Een samenleving die haar jeugd ziet als de toekomst, kan diens ouders niet aan hun lot overlaten. Toch vragen we steeds meer van gezinnen en jongeren, zonder ze daarbij voldoende te ondersteunen. De ‘village’ voor jeugdigen en gezinnen is afwezig of functioneert onvoldoende. Een kwalijke zaak, want alleen op een gedegen, stevige basis kan je iets moois opbouwen.
Met enige verbazing luisterden wij daarom afgelopen maanden naar de gespreksthema’s en het proces van de kabinetsformatie. Waar blijft de aandacht voor jeugd en gezinnen? Blijft die (wederom) beperkt tot de tekorten en financiering in de jeugdhulp, tot nog meer politieke verontwaardiging over ernstige incidenten, om steeds weer te constateren dat het slecht gaat met de mentale gezondheid van jongeren? Of bouwt dit (minderheids)kabinet aan een stevig toekomstperspectief en pedagogische basis voor jeugd en gezin?
Waar blijft de aandacht voor jeugd en gezinnen?
Het terugdraaien van bezuinigingen in het onderwijs, gratis kinderopvang, aandacht voor sociale wijken met voldoende buitenspeelmogelijkheden en het investeren in woningbouw zijn hoopvolle tekenen voor de pedagogische basis. Tegelijkertijd lezen we in het regeerakkoord dat het kabinet- Jetten tegen talloze adviezen in koerst op het (verder) afbreken van de sociale basis met maatregelen die de bestaanszekerheid nog verder onder druk zetten (onder andere beperking arbeidsrecht, hogere AOW-leeftijd, hogere zorgpremie) en een verplichte eigen bijdrage voor de jeugdzorg wil invoeren. Allemaal maatregelen die gezinnen juist verder onder druk zetten, die maken dat de stevige basis eerder afbrokkelt dan dat deze wordt versterkt. Deze maatregelen zijn echter nog niet in beton gegoten, want het kabinet heeft geen structurele meerderheid. Kan de oppositie de voorgestelde plannen nog bijsturen?
Gezinsbeelden
Met onze oproep willen wij het kabinet-Jetten en de Tweede Kamer aansporen om bij jeugd en gezin niet te handelen in de waan van de dag, maar een visie te ontwikkelen met toekomstperspectief. Dit vraagt om te investeren in een sterke pedagogische basis voor jeugdigen, bestaanszekerheid voor ouders en een stevige infrastructuur rondom gezinnen. Daarbij is het belangrijk dat partijen zich bewust zijn van hun verschillende kind- en gezinsbeelden. Deze verschillen zijn wezenlijk, maar hoeven elkaar niet in de weg te staan.
Als liberaal-progressieve partij pleit D66 voor een samenleving die kinderen en jongeren ondersteunt en jeugdigen ziet als volwaardige burgers die moeten kunnen participeren in de maatschappij. Te vaak worden problemen opgelost met jeugdhulp, terwijl gezinnen meer zouden zijn gebaat bij meer stabiliteit, bestaanszekerheid, onderwijsondersteuning, laagdrempelige opvoedondersteuning, gratis kinderopvang, eenvoudiger verlof en steunende buurtinitiatieven. Zo wil D66 de situatie van jeugd en gezinnen versterken, door te zorgen voor meer stabiliteit en perspectief.
Het christendemocratische CDA ziet het gezin als hoeksteen van de samenleving en stelt dat gezinnen de stille kracht zijn van de samenleving, iets waar we zuinig op moeten zijn; met een goede start, gelijkwaardige kansen en goede hulp wanneer dat nodig is. Het CDA ziet jeugdhulp, net als D66, als iets dat aanvullend moet zijn, niet als startpunt en wil daarom investeren in een stabiele basis, zoals huisvesting en goed onderwijs. Een vangnet van ouders, gemeenschappen en verenigingen zijn hierin cruciaal. Om de jeugdhulp te ontlasten, moeten lichte hulpvragen volgens het CDA zo veel mogelijk in de eigen omgeving worden opgevangen: door ouders, school, huisarts of wijkteam. Concrete maatregelen van deze partij zijn vooral gericht op het ondersteunen van ouders, zoals een hogere kinderbijslag, (bijna) gratis kinderopvang en eenvoudiger verlof.
Zeggenschap burgers
Hoewel in de verkiezingsprogramma’s van D66 en CDA dus verschillende kindbeelden naar voren komen – jeugd als participerende burgers (D66) en jeugd als iets om zuinig op te zijn (CDA) – komen hun visies op jeugd en gezin opvallend overeen. Beide partijen signaleren het belang van een stabiele basis voor gezinnen met voldoende bestaanszekerheid, goede huisvesting, onderwijs en sterke sociale verbindingen. Jeugdhulp moet daarbij beschikbaar zijn voor de jongeren die dat nodig hebben, maar primair zijn de eigen ouders aan zet. Een visie die zij delen met de VVD.
Vanuit haar liberale waarde stelt de VVD dat goede jeugdhulp beschikbaar moet zijn voor alle gezinnen die dit nodig hebben. De VVD wil voorkomen dat er onnodig wordt gediagnosticeerd en stelt dat jongeren met ernstige problemen als eerste passend moeten worden geholpen. Ook wil de VVD de verlofregelingen vereenvoudigen en kinderopvang voor werkende ouders gratis maken. De VVD heeft het met name veel over jeugd in termen van straf en risico: het voorkomen van radicalisering, (zware) criminaliteit, het verhogen van de maximale straffen in het jeugdstrafrecht, meer mogelijkheid om volwassenstrafrecht en tbs toe te passen.
Er valt ín de Tweede Kamer nog voldoende te kiezen
In vergelijking met D66 en het CDA valt het ons op dat er in het verkiezingsprogramma van de VVD weinig specifieke aandacht is voor de positie van jeugd en gezin of de pedagogische basis. Toch kan ook deze pedagogische basis voor de VVD van meerwaarde zijn: de zeggenschap en verantwoordelijkheid van burgers wordt vergroot, verminderde afhankelijkheid van zorg en jeugdhulp, voorkomen van schooluitval, lagere jeugdcriminaliteit en minder druk op de veiligheidsketen.
Kansrijk opgroeien
Doordat er is gekozen voor een minderheidskabinet met D66, CDA en VVD is het onvermijdelijk dat er op specifieke thema’s steun zal moeten worden gezocht bij de oppositie. Gezien de grote verschillen tussen D66 en CDA enerzijds en VVD anderzijds, is het nog maar de vraag welke plek de pedagogische basis uiteindelijk krijgt in het regeringsbeleid.
Wanneer de samenwerking gezocht wordt met GroenLinks-PvdA, dan vinden D66 en het CDA daar een partij die vanuit haar groene, sociaaldemocratische achtergrond ook stevig wil investeren in de pedagogische basis. Door te investeren in brede (familie)scholen, brugfunctionarissen op school en een goede samenwerking binnen de domeinen armoede, jeugd, zorg, sport, cultuur en de wijk wil GroenLinks-PvdA ervoor zorgen dat jongeren kansrijk opgroeien in de eigen wijk. De jeugdhulp moet worden hervormd met meer aandacht voor preventie, vroegsignalering en samenwerking, minder nadruk op diagnosticeren, en voldoende financiële middelen, waarbij de eigen bijdrage voor jeugdhulp expliciet wordt uitgesloten.
Wanneer de samenwerking juist wordt opgezocht met JA21, dan vindt de VVD een conservatief-liberale partij die ook expliciet inzet op het voorkomen van misbruik, uitbuiting en criminaliteit, door meer gebruik te maken van preventie, weerbaarheidstrainingen en nauwe samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en justitie. Ook wil JA21 de jeugdhulp versterken en verbeteren door in te zetten op digitale therapieën en vroegtijdige signalering en interventies, waarbij expliciet een rol is weggelegd voor scholen.
Net als de VVD schrijft JA21 in haar verkiezingsprogramma weinig over het versterken van de pedagogische basis. Daarnaast is het opvallend dat JA21 de passages over jeugdhulp vermeldt onder het kopje “Aandacht voor ouderen en zwakkeren”, wat lijkt te suggereren dat zij in ieder geval niet uitgaan van de krachten van jongeren en gezinnen.
Eensgezind investeren
Ook al zijn de verkiezingen en formatie inmiddels ruim achter de rug, er valt de komende tijd ín de Tweede Kamer nog voldoende te kiezen. Zetten we als land in op een stevige gemeenschap die gezinnen ondersteunt, of op stevige straffen om jeugdcriminaliteit te verminderen? Gebruiken we preventie om problemen, zorgen en hulpvragen te verminderen, of om radicalisering en uitbuiting vroegtijdig te signaleren? Zien we het gezin als iets dat we vanuit de maatschappij moeten ondersteunen, of als de plek waar de primaire verantwoordelijkheid ligt voor het welzijn van de jeugd?
Wij zijn van mening dat Nederland zich bij al deze keuzes zou moeten laten leiden door het belang van een stevige pedagogische basis. Door te investeren in een goede ondersteuning van jeugd en gezin verbeteren we direct hun welzijn én verminderen we risico’s zoals criminaliteit en radicalisering. Vanuit haar eigen ‘positieve verhaal voor Nederland’ roepen we de partijen daarom op om eensgezind te investeren in deze pedagogische basis, want alleen op een goed fundament kan de jeugd iets moois opbouwen.
De SPRONG-groep, INCLUZIE, bestaat uit vijf lectoraten van vier hogescholen: lectoraat Jeugd en lectoraat Klantenperspectief in Ondersteuning en Zorg (Windesheim Zwolle & Almere), lectoraat Jeugdhulp in Transformatie (Haagse Hogeschool), lectoraat Jeugd (Hogeschool Utrecht) en lectoraat Residentiële Jeugdzorg (Hogeschool Leiden). INCLUZIE werkt aan kennis die bijdraagt aan het inclusief en gezond opgroeien in een complexe samenleving. Het doel is om meer jeugdigen gezond en in welbevinden te kunnen laten opgroeien door de focus te leggen op de context rond jeugdigen.
Met dank aan Dorien Graas (lector Jeugd van de Hogeschool Windesheim) en Rob Gilsing (lector Jeugdhulp in Transformatie van de Haagse Hogeschool).
Marije van der Hulst is onderzoeker lectoraat jeugdhulp in transformatie van de Haagse Hogeschool.
Pamela Jakobs is onderzoeker bij het lectoraat klantenperspectief in ondersteuning en zorg van Hogeschool Windesheim.
Mandy Talhout is onderzoeker bij het lectoraat jeugd van Hogeschool Windesheim.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.