Mogelijk dat deze oproep als onnodig provocatief wordt ervaren, al die mensen werken zich immers al een slag in de rondte. Dat zal zo zijn, het doel is niet om te provoceren maar wel nadrukkelijk aansporen, en tegelijkertijd ook bemoedigen.
Bestuurders: stuur!
Bestuurders: stuur! is een oproep aan wethouders jeugdzorg, maar niet alleen aan hen. De oproep is feitelijk gericht aan iedere wethouder.
Dat gebeurt vanuit het inzicht, dat voor de jeugdzorg een meer fundamentele inzet noodzakelijk is om het patroon van het boemerangbeleid te doorbreken. Fundament is daarbij met het recht de toepasselijke omschrijving, omdat die inzet ons terugbrengt bij de grondslagen van opvoeden en opgroeien. Gedurende ieders leven dienen zich gebeurtenissen aan die een beroep doen op de coping vaardigheden van de betrokkenen. Het is onmogelijk om dergelijke gebeurtenissen te allen tijde te voorkomen. Maar wel is het mogelijk om met een krachtige inzet op opvoeden en opgroeien het weerstandsvermogen te versterken.
Dat is de kern van de pedagogische opgave, die ieder van ons in de woorden van de pedagogisch filosoof Joep Dohmen zo moet toerusten dat we iemand zijn. Waarbij dat geen semi-liberale individuele queeste is, maar een opgave van en met de gemeenschap, een opgave die ook een leven lang doorgaat. Nog duidelijker: je kunt enkel iemand zijn, als dat in de gemeenschap is en het is diezelfde gemeenschap die jou bijstaat om iemand te worden en waar jij richting medeburgers ook weer aan bijdraagt. Oftewel: It takes a village to raise a child.
Dat is nadrukkelijk geen panacee voor de vele maatschappelijke, zorginhoudelijke (w.o. kwaliteit en professionaliteit) en meer praktisch-organisatorische en financiële vraagstukken rondom uitvoering en bedrijfsvoering waar de jeugdzorg voor staat. Bovendien blijven er uitdagingen en valkuilen – die overigens niet exclusief voor de jeugdzorg van toepassing zijn.
Accepteren dat de groei van de maatschappelijke vraag naar jeugdzorg doorzet, is moreel onaanvaardbaar
Maar doorgaan met de ‘herhaling van zetten’ waar het begrip boemerangbeleid naar verwijst is geen optie en nog meer principieel: accepteren dat de groei van de maatschappelijke vraag naar jeugdzorg doorzet is moreel onaanvaardbaar. Er is ongetwijfeld niet één wethouder die daar anders over denkt. Hoe dan een helpende hand te reiken aan zijn of haar leiderschap?
De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving doet een voorzet in haar essay Doen en laten over omgaan met onmacht en bouwen aan daadkracht. De Raad stelt de vraag aan de orde hoe overheid, samenleving en markt samen maatschappelijke problemen daadkrachtig aan kunnen pakken. 'Doen en laten', zo luidt het antwoord van de Raad op deze vraag: De overheid moet bewust een aantal dingen doen, zoals het leveren van randvoorwaarden, maar ook ruimte laten aan creativiteit en initiatief vanuit de samenleving.’
Van Harry S. Truman (president van de VS van 1945-1953) is de bekende uitspraak: ‘The buck stops here’. Dat wil zeggen dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij de bestuurder ligt en dat hij of zij die niet van zich af kan schuiven. Gelukkig staat de bestuurder in die opgaven niet alleen: velen gingen hem of haar voor en staan ook nu nog voor dezelfde uitdagingen. Dat inzicht maakt minder eenzaam – en bovendien: van al die lotgenoten kun je leren, wat ook helpend is.
Bestuurlijk leiderschap vereist dan wel de moed om te ontsnappen aan de dagelijkse tredmolen van vergaderingen en stukkenstroom (waar immers al te vaak de beslommeringen van uitvoering en bedrijfsvoering de aandacht opsouperen), en terug te gaan naar dat wat bezielt, naar de drijfveren om voor een bestaan als bestuurder te kiezen.
Eigenlijk bevinden bestuurders met jeugdzorg in hun portefeuille zich bij die beweging in een bevoorrechte positie, immers: als opvoeden en opgroeien het fundament van onze samenleving betreft, dan kan dat toch niet anders dan overlappen met de eigen drijfveren tot het leveren van een bijdrage aan die samenleving.
Ter afronding: Marcus Aurelius zal als keizer van het Romeinse Rijk dagelijks met tal van vragen rondom ‘uitvoering en bedrijfsvoering’ zijn geconfronteerd. Maar zijn Persoonlijke notities getuigen ervan, dat hij zichzelf ook iedere dag dwong om stil te staan bij het filosofische en morele fundament onder zijn werk. Waarmee ook gezegd is dat het archaïsche van zijn lessen opvallend actueel is in de oproep, Bestuurders: stuur!
Kees Buitendijk is directeur Socires, een onafhankelijk centrum voor samenlevingsvraagstukken.
Gabriël van den Brink was onder meer hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en visiting professor bij het Centrum Ethos aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is fellow bij Socires.
René Peters was eerder lid van de Tweede Kamer voor het CDA en is wethouder in Hoeksche Waard.
Kees Verhaar is vanuit meerdere functies bekend met het sociaal domein en fellow bij Socires.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.